Kan het direct na ontvangst ‘doorlenen’ van een fiets aan een ander worden aangemerkt als wederrechtelijk toe-eigenen van die fiets (art. 321 Sr)?

Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:538

Het hof heeft in navolging van de rechtbank overwogen dat het de verdachte gelet op de omstandigheden waaronder de uitlening plaatsvond niet vrij stond om de fiets aan een voor de aangever onbekende derde door te lenen en dat de verdachte door op deze manier te handelen als heer en meester is gaan beschikken over de fiets, zonder dat zij daartoe gerechtigd was. In het licht van de hiervoor besproken rechtspraak acht ik dat oordeel niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het op ‘s hofs terechtzitting door de verdediging gevoerde verweer maakt dat niet anders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen opzet op doen van onjuiste aangifte omzetbelasting: sprake van vergissing. Geen beleid, werkproces of feitelijke gang van zaken waarmee aanmerkelijke kans bestond en werd aanvaard

Gerechtshof Amsterdam 3 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1453

Binnen BV 1 was een daartoe opgeleide medewerker belast met het doen van aangiften omzetbelasting. Dat was bovendien, gegeven de feitelijke situatie van een vast bedrag per maand, betrekkelijk eenvoudig. Het ging wat betreft de omzet van september 2009 om een incidentele situatie en moet voor mogelijk worden gehouden dat de onjuiste aangifte omzetbelasting over het tijdvak september 2009 bij vergissing niet is gedaan. Er was naar het oordeel van het hof binnen BV 1 geen beleid, werkproces of feitelijke gang van zaken waarmee een aanmerkelijke kans bestond dat opzettelijk onjuiste aangifte omzetbelasting werd gedaan én die kans willens en wetens is aanvaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontwikkelingen t.a.v. zelfstandig cassatieberoep benadeelde partij

Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:508

De wet voorziet tot op heden namelijk niet in een zelfstandig cassatieberoep voor de benadeelde partij; in die zin kan de benadeelde partij in de zaak waarin zij zich heeft gevoegd uit eigen hoofde geen beroep in cassatie instellen. De wettelijke mogelijkheid tot indiening van een schriftuur op de voet van art. 437, derde lid, Sv is voor de benadeelde partij gekoppeld aan een door de verdachte of het openbaar ministerie ingesteld cassatieberoep. Het beroep van de verdachte of het openbaar ministerie zal bovendien in cassatie ontvankelijk moeten zijn, wil aan een beoordeling van de schriftuur van de benadeelde partij kunnen worden toegekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG adviseert Hoge Raad zich uit te laten over zorgtaak Belastingdienst

Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:486

De AG meent dat een zorgplicht tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moet worden gerekend en dat het ‘reële burgerperspectief’ erkenning verdient. Van de medewerkers van de Belastingdienst kan worden verwacht dat zij ernaar streven om waar mogelijk belastingplichtigen die onnodig en kennelijk onbewust handelingen verrichten die voor hen onbedoelde en onverwachte substantiële financiële nadelen brengen, daarop te attenderen, informatie te verstrekken en te bespreken of en hoe zij deze nadelen kunnen vermijden. De belastingrechter kan hierop toezicht houden door in dergelijke gevallen marginaal te toetsen of de inspecteur aan zijn zorgplicht heeft voldaan, en zo niet, de bestuurlijke lus toe te passen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Werkgever heeft zorgplicht verzaakt bij werkzaamheden aan dakplaten, waardoor werknemer dodelijk gewond is geraakt

Rechtbank Overijssel 28 mei 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1861

Verdachte heeft de Arbowet overtreden en heeft zich niet gehouden aan de in het Arbobesluit opgenomen bepalingen omtrent de veiligheid van de werknemers. Verdachte heeft de op haar rustende zorgplicht verzaakt. Daardoor is een werknemer van verdachte dodelijk gewond geraakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^