Voert men militaire goederen door uit nonchalance?

Noot bij HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:767
Door T.P.A.M. Wouters, advocaat bij Takens Admiraal Advocaten

In het arrest van de Hoge Raad van 21 april jl. staat het (kleurloos) opzetvereiste centraal. De verdachte, een rechtspersoon, krijgt middels een elektronische melding de aanvraag om bepaalde goederen vanuit Johannesburg door te voeren naar het Ministerio de Defensa Nacional in Ecuador. In deze elektronische melding worden de goederen summier omschreven als “consolidation”. Op Schiphol blijkt (na een controle door de douane) dat de goederen onderdelen voor militaire straaljagers betreffen. Pas na deze controle bekijkt de verdachte de zogenaamde House Airwaybill (de luchtvrachtbrief) en dan blijkt dat de goederen op dat formulier worden omschreven als vliegtuigonderdelen. Het gerechtshof veroordeelt de verdachte wegens het opzettelijk doorvoeren van militaire goederen zonder doorvoervergunning, een economisch misdrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging van verdachte die – met tussenkomst van Ministerie V&J – gelden heeft overgemaakt aan gedetineerden op de sanctielijst

Rechtbank Rotterdam 1 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10833

De verdachte heeft geld overgemaakt naar een rekening van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het geld was niet direct beschikbaar voor naam persoon. Bij de verdachte is vertrouwen gewekt dat zij het geld mocht overmaken, omdat zij nooit geïnformeerd is dat zij door het overmaken van geld mogelijk de sanctieregeling zou schenden. In juni 2017 is naam persoon weer van de sanctielijst afgehaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voor belastingfraude veroordeelde hoeft controlekosten Belastingdienst niet te betalen

Hoge Raad 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:890

Verweerder is belastingadviseur. Hij heeft voor cliënten opzettelijk een groot aantal onjuiste aangiften inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen gedaan over de jaren 2007-2009. Dit heeft geleid tot belastingteruggaven waarop zijn cliënten geen recht hadden. In verband hiermee is verweerder strafrechtelijk veroordeeld wegens oplichting en valsheid in geschrift. De Staat vordert in dit geding van verweerder schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. Aan deze vordering heeft de Staat het volgende ten grondslag gelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nadere verduidelijking met betrekking tot ambtshalve cassatie in geval van verjaring

Noot bij Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:838/839/840
Door Pamela van Dongen, advocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur

Eind oktober 2018 heeft de Hoge Raad korte metten gemaakt met het ambtshalve niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in geval van verjaring indien de verjaring reeds voor het indienen van de cassatieschriftuur was voltooid, terwijl de schriftuur hierover geen klacht bevat (HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2022). Maar hoe zit het in de situatie waarin op een (impliciet) cumulatieve tenlastelegging opgenomen feiten verjaren ná de indiening van de cassatieschriftuur, terwijl over het verjaren van andere feiten op die tenlastelegging vóór de indiening van de schriftuur niet is geklaagd?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak overtreding Sanctiewet en terrorismefinanciering

Rechtbank Rotterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4437

De verdachte is voor deze money transfers, kortgezegd, onder 1. vervolgd voor het een ander verschaffen van middelen dan wel het voorhanden hebben van voorwerpen, die dienden om geldelijke steun te verlenen aan een terroristisch misdrijf (artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht). Onder 2. is hij voor dezelfde money transfers vervolgd voor overtreding van de Sanctiewet.

Read More
Print Friendly and PDF ^