Zijn door de overheid feitelijk gedoogde verdiensten uit drugstransporten aan te merken als ‘afkomstig uit enig misdrijf’ (art. 420bis en 420quater Sr)?

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:619

In feitelijke aanleg concentreerde het onderzoek zich op de vraag of en zo ja welke afspraken zijn gemaakt over de verdiensten die de verdachte aan zijn betrokkenheid bij softdrugstransporten overhield. In cassatie is de centrale vraag is of deze verdiensten kunnen worden aangemerkt als inkomsten die uit misdrijf afkomstig zijn als bedoeld in art. 420bis Sr. Het hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Het cassatiemiddel komt tegen dat oordeel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over feitelijke leidinggeven aan oplichting

Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:261

In HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, NJ 2016/375, m.nt. Wolswijk heeft de Hoge Raad ter verduidelijking van het beslissingskader te dier zake en mede aan de hand van zijn eerdere rechtspraak enkele opmerkingen gemaakt over strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het feitelijke leidinggeven aan een door een rechtspersoon verrichte verboden gedraging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gebruik van jachtgeweer op te kleine gronden: niet relevant of het verweer werd gebruikt voor jacht of voor schadebestrijding

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2543

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van het verbod om een geweer te gebruiken op een perceel waar dat vanwege de geringe omvang ervan niet was toegestaan. Het gebruik van een geweer brengt risico’s mee, zodat van jachtaktehouders wordt verwacht dat zij zich te allen tijde houden aan de voorschriften en voorwaarden waaraan het gebruik van een dergelijk middel is onderworpen. Verdachte heeft dit in onvoldoende mate gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. ‘het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven’

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:511

Onder ‘ruchtbaarheid geven’ als bedoeld in artikel 261 Sr dient te worden verstaan ‘het ter kennis van het publiek brengen’. Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Van ‘het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven’ kan ook sprake zijn indien de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan. Bij de beoordeling van de vraag of een mededeling wordt gedaan met het kennelijke doel om deze ter kennis van het publiek te brengen kan van belang zijn of verwacht mag worden dat de ontvanger van de (smadelijke) mededeling daar vertrouwelijk mee omgaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strikte waarborgen bloedonderzoek (art. 8 WVW 1994)

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:569

De verdachte heeft, nadat hem het resultaat van het onderzoek naar het alcoholgehalte in zijn bloed bekend was gemaakt, aan de officier van justitie te kennen gegeven een tegenonderzoek te wensen. Vervolgens kreeg hij enkel de mogelijkheid om dit onderzoek door het laboratorium van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) te laten uitvoeren. Dit ondanks het feit dat art. 21 lid 1 van het destijds geldende Besluit alcoholonderzoeken bepaalde dat de verdachte een keuze kon maken uit drie laboratoria voor het verrichten van het tegenonderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^