Artikel: Verkeersstrafrecht en mediation in strafzaken

Anders dan bij misdrijven als levensdelicten of zedendelicten kan iedereen zich wel voorstellen dat hij of zij ooit terecht komt te staan op beschuldiging van het onopzettelijk veroorzaken van een verkeersongeval waarbij ernstig letsel of de dood het gevolg is, een culpoos misdrijf dat strafbaar is gesteld in de Wegenverkeerswet 1994 (art. 6 jo. art. 5a en 175 WVW). De behandeling van een dergelijke zaak, in het bijzonder op de openbare terechtzitting, is vaak emotioneel beladen. Men zegt wel dat er ‘alleen verliezers zijn’; de verdachte is vaak in zekere zin ook slachtoffer. Als je ernstig letsel bij of zelfs de dood van een ander hebt veroorzaakt zonder dat te willen, heeft dat meestal een grote impact op je verdere leven. Juist omdat het in deze zaken gaat om onbedoelde leedveroorzaking blijkt in de praktijk niet zelden dat er behoefte is aan, en ruimte voor herstelgericht contact tussen daders en slachtoffers (c.q. nabestaanden). In deze bijdrage zoeken wij een antwoord op de vraag of de toepassing van mediation in verkeersstrafzaken (MiS) op welke manier dan ook van betekenis kan zijn bij de afdoening van deze categorie zaken door de rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Materieel verkeersstrafrecht

In het proefschrift, dat de auteur in september 2024 heeft verdedigd, is onderzoek gedaan naar de verhouding tussen het commune en bijzondere materiële strafrecht. Die verhouding heeft de auteur onderzocht vanuit het perspectief van het codificatiebeginsel (dat neergelegd is in artikel 107 Grondwet), met een focus op het legaliteitsbeginsel en het schuldbeginsel. In dit onderzoek kwam naar voren dat het verkeersstrafrecht – als onderdeel van het bijzonder strafrecht – een terrein is dat weliswaar aansluit op het commune strafrecht, maar dat tegelijk een voedingsbodem is voor nieuwe materieelrechtelijke figuren en ontwikkelingen op het terrein van de schuldvormen. De ontstane nouveautés werken bovendien in meer of mindere mate door in het commune strafrecht. De in artikel 107 Grondwet en artikel 91 Sr tot uitdrukking gebrachte verhouding tussen het Wetboek van Strafrecht en de bijzondere strafwetten, waarbij het bijzonder strafrecht een volgzame (artikel 91 Sr) uitzondering (artikel 107 Grondwet) is op het algemene kader van materieel strafrecht in het Wetboek van Strafrecht, verdwijnt hierdoor naar de achtergrond. Dit komt de met het codificatiebeginsel beoogde samenhang en eenvormigheid binnen het gehele materiële strafrecht niet ten goede. In deze bijdrage licht de auteur enkele onderdelen van zijn promotieonderzoek uit, waarbij hij ook jurisprudentie betrekt die nadien gewezen is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onevenredige boetes voor verkeersovertredingen op grond van de Wet Mulder

In de nieuwste editie van het tijdschrift ANWB Verkeersrecht hebben Arthur Hartmann, Lodewijk Rogier en Benny van der Vorm een artikel geschreven over onevenredige boetes op grond van de Wet Mulder. In onze bijdrage pleiten zij ervoor dat de Mulder-rechter meer zou moeten aansluiten bij de andere bestuursrechters, zeker waar het gaat om evenredigheid. Dat zal echt geen ‘aardverschuiving’ opleveren voor de huidige beoordeling van Mulderzaken. Er is naar hun mening geen reden meer om de Wet Mulder nog langer een 'status aparte' te geven in het bestuursstrafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraken Hoge Raad over artikel 6 Wegenverkeerswet: nadere uitleg begrip ‘schuld’ en ‘roekeloosheid’

De Hoge Raad heeft op 15 oktober uitspraak gedaan in twee zaken over artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW): het zich zo gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of zwaar gewond raakt. De Hoge Raad geeft in de eerste zaak nadere uitleg aan het begrip ‘schuld’ en in de tweede zaak aan het begrip ‘roekeloosheid’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe moet in Mulderzaken worden omgegaan met verzoeken om belastende getuigen (ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te horen?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3210

Artikel 6 EVRM strekt zich weliswaar ook uit tot de Wet Mulder, aangezien sprake is van een ‘criminal charge’, maar de uit het artikel voortvloeiende waarborgen gelden in deze procedure niet altijd ten volle. Uitgangspunt is dat de betrokkene behoorlijk de gelegenheid krijgt om belastend bewijs te betwisten en in twijfel te trekken. Onder omstandigheden kunnen beroepsgronden de rechter aanleiding geven de ambtenaar op de zitting te horen. Er bestaat echter niet een onbegrensd recht op het horen van de ambtenaar in iedere Mulderprocedure. Daarmee zou het (legitieme) belang van de staat om de verkeersregels efficiënt en doelmatig te handhaven op onaanvaardbare wijze worden doorkruist. In plaats daarvan kan de rechter, wanneer de beroepsgronden daar aanleiding toe geven, schriftelijk vragen voorleggen aan de ambtenaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^