HvJ EU: herhaling van vorige getuigenverhoor is niet vereist om schending van rechten van verdachte te kunnen herstellen

HvJ EU 15 september 2022, ECLI:EU:C:2022:692

Een beklaagde heeft het recht om aanwezig te zijn bij zijn terechtzitting en recht op toegang tot een advocaat. Een aanvullend getuigenverhoor verzekert de eerbiediging van die rechten in het geval de beklaagde en zijn advocaat om redenen buiten hun wil niet aanwezig konden zijn bij het vorige getuigenverhoor. Het verhoor dat in afwezigheid van de beklaagde en de advocaat heeft plaatsgevonden hoeft tijdens het aanvullende verhoor niet in zijn geheel te worden herhaald. Het is voldoende dat de beklaagde en zijn advocaat die getuige vrij kunnen ondervragen tijdens het aanvullende verhoor en voorafgaand een afschrift ontvangen van het proces-verbaal van het vorige verhoor. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Bulgaarse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overwegingen HR m.b.t. EHRM-rechtspraak over het horen van deskundigen

Hoge Raad 13 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1198

Een verzoek tot het oproepen en het horen van een deskundige moet in de regel door de verdediging worden gemotiveerd. Daarbij mag van de verdediging worden verlangd dat wordt toegelicht welke onderdelen van het verrichte onderzoek en/of van de over dat onderzoek opgestelde of afgelegde verklaring zij wil (doen) toetsen door middel van het horen van de deskundige. Daarbij kan van belang zijn dat de verdediging ook toelicht waarom daarvoor het oproepen en horen van de deskundige nodig is en niet een andere wijze van toetsing in aanmerking komt. Het vorenstaande geldt ook als een verzoek wordt gedaan tot het oproepen en horen als getuige van een opsporingsambtenaar die technisch opsporingsonderzoek heeft verricht, dat wil zeggen opsporingsonderzoek waarvoor een zekere mate van specifieke of bijzondere kennis is vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gebruik van getuigenverklaringen voor bewijs: voldoet procedure in haar geheel aan recht op eerlijk proces?

Hoge Raad 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:899

De afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van aangeefster 1 en aangeefster 2 als getuigen, waaraan door de verdediging onder meer ten grondslag is gelegd dat de eerder afgelegde verklaringen van die getuigen een belastende strekking hebben, is niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat de rechtbank en het hof de bewezenverklaring hebben aangenomen mede op grond van die door de verdachte betwiste verklaringen van aangeefster 1 en aangeefster 2 zonder dat de verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl het hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces (vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576).

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. motiveren en beoordelen van getuigenverzoeken in ontnemingszaken: Kan rechter bij beoordeling betrekken dat getuige al in strafzaak is gehoord?

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:366

Voor zover het cassatiemiddel ervan uitgaat dat het hof in deze ontnemingszaak bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van de getuigen niet in aanmerking mocht nemen dat deze getuigen eerder zijn gehoord in de strafzaak, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. De rechter in de ontnemingszaak mag bij zijn beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige acht slaan op de omstandigheid dat deze getuige in de strafzaak al een verklaring heeft afgelegd waarvan de inhoud van belang is voor een in de ontnemingszaak te nemen beslissing, mits deze verklaring deel uitmaakt van de processtukken van de ontnemingszaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afzien van oproepen getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat deze binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen (art. 288 Sv)

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466

Anders dan mogelijk uit deze wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid, houdt artikel 288 lid 1 Sv niet de verplichting voor de rechter in, als hij afziet van het oproepen van een getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, ervan blijk te geven in die beslissing de aard van de zaak en – in het bijzonder – het belang van de getuigenverklaring te hebben betrokken. Bij de toepassing van artikel 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv staat de vraag voorop of het mogelijk is de getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen. Op het moment dat zo’n beslissing moet worden genomen, zal ook niet steeds vaststaan wat de betekenis en het gewicht van de verklaring van de getuige zijn of kunnen zijn voor onder meer de beantwoording van de bewijsvraag en daarmee wat het concrete belang van de verdachte is om die getuige te (doen) ondervragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^