OVAR door ten laste leggen generalis i.p.v. specialis

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 29 november 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4569

Verdachte heeft aan de verplichting tot het op eerste vordering ter inzage geven van het vaartijdenboek geen gevolg gegeven. Op grond van artikel 48, eerste lid, van de Binnenvaartwet kan daarvoor een bestuurlijke boete worden opgelegd. Alleen in het geval er sprake is van het (mogelijke) gevaar of dreigende gevaar voor de openbare veiligheid is er sprake van een strafbaar feit, zijnde een overtreding. De regeling van artikel 46 juncto 49 van de Binnenvaartwet vormt een systematische specialis van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. In de onderhavige zaak leidt dit ertoe dat nu artikel 184 Sr ten laste is gelegd, het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en dat het hof de Verdachte ontslaat van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens grootschalige identiteitsfraude

Gerechtshof Den Haag 8 december 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2690

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grootschalige identiteitsfraude en oplichting van ongeveer 100 mensen via Marktplaats, waarmee in totaal ongeveer €30.000 gemoeid is. De Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen van €69.254,60 en deelname aan een criminele organisatie. Door bankrekeningen te regelen heeft de Verdachte er bovendien voor gezorgd dat ook zijn medeverdachten de opbrengsten uit de door hen gepleegde oplichtingen konden veiligstellen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toewijzing bewilligingsverzoek (na gegrond art. 12 Sv beklag): politie onderzoek heeft niet geleid tot een concrete verdachte

Gerechtshof Amsterdam 20 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3736

Het gaat in deze zaak om een strafrechtelijk onderzoek in verband met internetoplichting via Marktplaats, gepleegd op 20 september 2019. Het hof stelt voorop dat het openbaar ministerie heeft gedaan wat bij beschikking van 9 december 2020 door het hof is bevolen, te weten nader onderzoek. De politie heeft in deze zaak het nodige onderzoek verricht en het is het hof gebleken dat dit voldoende grondig is gebeurd. Het onderzoek heeft echter niet geleid tot een concrete Verdachte horend bij de naam beklaagde en verdere aanknopingspunten ontbreken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling vennootschap die eigendom was van één van de voormalig directeuren van energiebedrijf Rendo wegens medeplegen van oplichting

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10795

Verdachte is als persoonlijke vennootschap van Verdachte 1 gebruikt om de aandelen SGI op naam te nemen. Daarmee heeft zij helpen verhullen dat Verdachte 1 de feitelijke aandeelhouder was. Zodoende heeft Verdachte bijgedragen aan de jarenlange fraude waarvan Rendo het Slachtoffer is geworden. Gezien de ernst en de duur van de strafbare gedragingen en de grote omvang van het bedrag dat Verdachte door het strafbare feit gegenereerd heeft, acht het hof het opleggen van de maximale boete van de vijfde categorie onvoldoende passend. Het hof maakt daarom gebruik van de mogelijkheid van artikel 24, zevende lid, Sr, en gaat uit van de naast hogere categorie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling broer van één van de voormalig directeuren van energiebedrijf Rendo wegens medeplegen van valsheid in geschrift

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10837

Tussen 2007 en 2011 is het energiebedrijf Rendo, eigendom van een negental gemeenten in Drenthe en Overijssel, het Slachtoffer geworden van een buitengewoon ernstige vorm van oplichting en fraude, gepleegd door twee van haar voormalige directeuren, Medeverdachte 2 en Medeverdachte. Zij hebben het vanuit hun functie mogelijk gemaakt dat Rendo vanaf 20 december 2007 ruim 30 miljoen euro aan gemeenschapsgeld heeft geïnvesteerd in SGI, opgericht voor de bouw en exploitatie van een warmtekracht- en torrefactiecentrale in plaats, terwijl zij al die jaren voor Rendo verborgen hebben gehouden dat zij zelf aandeelhouder waren en een (financieel) belang in deze onderneming hadden. Beiden wisten dat Rendo dat geld nooit zou hebben verstrekt als zij van deze vorm van belangenverstrengeling had geweten.

Read More
Print Friendly and PDF ^