HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. uitleg onschuldpresumptie art. 6 lid 2 EVRM door EHRM
/Hoge Raad 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:964
Het hof heeft bij oordeel dat sprake is van medeplegen van oplichting van A in aanmerking genomen dat verdachte een van de twee mannen was met wie A aan de deur van het huis van diens moeder heeft gesproken. Uit in dat verband gebruikte bewijsmiddelen blijkt echter niet op welke manier verdachte - afgezien van zijn aanwezigheid - aan die bewezenverklaarde oplichting heeft bijgedragen. Ook als in aanmerking wordt genomen hoe oplichting heeft plaatsgevonden in 4 andere (soortgelijke) gevallen die in bewijsvoering aan de orde komen, is oordeel van hof op dit punt niet toereikend gemotiveerd, omdat ook uit de werkwijze in die gevallen - ten aanzien waarvan verdachte is vrijgesproken en waarvan ook niet kan worden aangenomen dat verdachte daarbij toch betrokken was - niet valt af te leiden wat het gewicht was van de intellectuele of materiƫle bijdrage van verdachte aan de bewezenverklaarde oplichting.
Read More