Anti Money Laundering Centre (AMLC) lanceert website

Onlangs heeft het - op initiatief van de FIOD opgezette - Anti Money Laundering Centre (AMLC) haar website gelanceerd. Op deze website is informatie te vinden over het doel van het centrum en de activiteiten worden ontplooid. 

Waarom een Anti Money Laundering Centre (AMLC)

Witwassen is een bedreiging voor onze samenleving en kan ons financiële stelsel ernstig verzwakken. De aanpak van witwassen heeft prioriteit bij de overheid omdat het van groot belang is bij de bestrijding van ernstige criminaliteit. Het versluieren van de criminele herkomst van opbrengsten uit misdrijven stelt daders van deze misdrijven in staat om buiten het bereik van de opsporingsinstanties te blijven en ongestoord van het vergaarde vermogen te genieten.

Om aan dit speerpunt invulling te geven heeft de staatssecretaris van Financiën in het laatste regeerakkoord middelen gekregen om witwasbestrijding te verbeteren. In het akkoord staat een aantal hoofdpunten.

Onder andere een centraal gecoördineerde nationale en internationale samenwerking, versterking van de onderlinge relaties en een effectievere voorbereiding van mogelijke witwaszaken.

Op initiatief van de FIOD is het Anti Money Laundering Centre (AMLC) in 2013 opgericht. Het AMLC is een ontmoetingsplaats voor haar partnerorganisaties, zoals de FIOD, de politie, het Openbaar Ministerie, de Financial Intelligence Unit en de bijzondere opsporingsdiensten. Zij bundelen hier hun krachten om bij te dragen aan een geïntegreerde, brede aanpak van witwassen.

Wat doet het AMLC

Intake

Het AMLC draagt bij aan de bestrijding van witwassen door gebruik te maken van wet- en regelgeving.

Witwasbestrijding verloopt in drie stappen:

  1. vooronderzoek door de intake-afdeling van het AMLC
  2. het opsporingsonderzoek door de witwasteams van de FIOD
  3. vervolging door het Openbaar Ministerie

De intake-afdeling AMLC heeft als taak om signalen die kunnen duiden op witwassen, te beoordelen op dit delict en het uitvoeren van een vooronderzoek. Daarna kunnen de witwasteams van de FIOD starten met hun opsporingsonderzoek.

Kansrijke signalen

Elke dag komen er nieuwe witwassignalen binnen bij het AMLC. De signalen komen meestal van de partnerorganisaties. We beoordelen de signalen bij binnenkomst om te zien of er sprake zou kunnen zijn van witwassen. Vervolgens besluiten we in samenwerking met het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket) of een signaal kansrijk is om verder te worden onderzocht in het vooronderzoek.

Vooronderzoek

Tijdens het vooronderzoek naar signalen verzamelt de intake-afdeling zo veel mogelijk informatie over relevante feiten en omstandigheden, betrokkenen en mogelijk gepleegde strafbare feiten. Op basis van deze informatie besluiten we in overleg of het opsporingsonderzoek wordt gestart. Bij de besluitvorming kijken we naar het financieel en maatschappelijk effect van een mogelijke vervolging, maar ook naar de bewijsbaarheid, prioriteit en of er mogelijkheden zijn om goederen af te pakken.

Het gezamenlijk besluitvormingsoverleg bestaat uit vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket en Landelijk Parket), de nationale politie en het AMLC. Na acceptatie wordt de zaak in één van de witwasteams verder opgespoord onder gezag van een officier van justitie.

Naast deze stroom van binnenkomende signalen is de intake-afdeling betrokken bij een groot aantal projecten waar mogelijke witwassignalen worden gezien.

Kennis

Kennis over witwasproblematiek is voor het AMLC een belangrijke pijler. Daarom werkt het AMLC aan de ontwikkeling van kennis over witwasbestrijding. We onderscheiden hierin twee gradaties:

  • het creëren van bewustzijn in de maatschappij
  • het verhogen van vakkennis bij specialisten die reeds actief bezig zijn met witwasbestrijding

We verzamelen, veredelen en verspreiden kennis over witwasbestrijding. Deels hebben we die kennis zelf in huis en deels weten we die buitenshuis te vinden. Het AMLC is een ‘spin in het web’ die weet waar welke kennis aanwezig is. Wij fungeren als vraagbaak voor specialisten, geven voorlichtingen over witwasbestrijding en ontwikkelen opleidingen voor verschillende doelgroepen. Ook maken we trendanalyses en signaleren we nieuwe witwasmethodieken.

Het AMLC biedt kennis in diverse vormen aan. Naast de traditionele klassikale cursussen maken we gebruik van innovatieve wijzen van kennisoverdracht. Zo houden we webinars waarbij mensen vanaf hun werkplek informatie krijgen en vragen kunnen stellen. Maar we hebben ook een witwasspel bedacht, waarmee de witwasproblematiek vanuit een geheel andere invalshoek benaderd wordt. De uitkomsten van het witwasspel gebruiken we vervolgens voor de analyse van nieuwe witwasmethodieken.

Door de intake van witwassignalen en kennisontwikkeling samen te brengen, zorgt het AMLC dat kennis en opsporing elkaar over en weer versterken.

Kennisproducten

Gezien de snelle ontwikkelingen op het gebied van witwassen is de afdeling kennis voortdurend bezig met het bijhouden van kennis voor het AMLC en haar partners. Het delen van actuele kennis kan een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van witwassen. Voor het delen maken we gebruik van diverse kennisproducten zoals bijvoorbeeld een nieuwsbrief met daarin actuele jurisprudentie, nieuwsberichten en verdiepende artikelen.

Samenwerking

Het AMLC heeft de ambitie om een ondersteunende en coördinerende rol te vervullen en een ontmoetingsplaats voor professionals te zijn. Zo kan de nationale en internationale samenwerking intensiever worden. Voor een effectieve witwasbestrijding is deze goede samenwerking van essentieel belang. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat het crimineel geld in de samenleving afneemt.

Internationaal

Criminelen houden zich niet aan landsgrenzen en zijn actief in alle landen op de wereld. Daarom beperkt de samenwerking van het AMLC zich niet tot Nederland. Ook wereldwijd investeren we in een netwerk en bieden we een uitnodigende ontmoetingsplaats, waar nationale en internationale partnerorganisaties samenkomen en kennis en ervaringen delen.

 

Meer weten? Kom dan op vrijdag 8 april 2016 naar de Cursus Witwassen.

Klik hier voor meer informatie of om in te schrijven.

 

Print Friendly and PDF ^

Approval of a Consolidated FATF Strategy on Combating Terrorist Financing

The FATF adopted a consolidated strategy which builds on existing work and reflects the latest developments on terrorist financing. The strategy notes the intensified global terrorist threats and sets out key policy objectives and the priority actions that the FATF and the global network will take to combat these threats. These include ensuring that there is a full understanding of the current terrorist financing threats, that the FATF Standards provide the full range of counter measures, and that countries are taking effective action against terrorist financing. The strategy sets objectives not only for the FATF as an organisation but also for individual countries. Cooperation and exchange of information - internationally, domestically between government authorities, with and within the private sector - is crucial to effectively combat terrorist financing.  Just prior to the Plenary meeting, the FATF held two special meetings that informed the Consolidated FATF Strategy to Combatting Terrorist Financing as well as future work:

  • A meeting with the private sector provided valuable insights into the operational aspects of terrorist financing.  It involved a wide range of experts including from a full range of operational authorities and from the banking and money service business sectors. The experts exchanged views on how to identify terrorist financing, as well as on enhancing information exchange. Deeper knowledge of all aspects of terrorist financing will allow FATF to more accurately gauge whether its measures provide countries with the strongest possible tools to combat terrorist financing.
  • A joint FATF-CIFG meeting brought together 55 states and multilateral organisations, including the United Nations, the Egmont Group of Financial Intelligence Units, the International Monetary Fund, the World Bank and other stakeholders to exchange information on current efforts to combat ISIL financing.

Bron: FATF

Lees meer:

Print Friendly and PDF ^

Directeuren Chinese bank in Spanje aangehouden in witwasonderzoek

On 17 February 2016 Europol supported the Spanish Guardia Civil in an operation which targeted the top management of the Spanish branch of the Industrial and Commercial Bank of China (ICBC) as part of a probe into the suspected laundering of at least EUR 40 million. This operation, known as Operation Shadow, is part of a wider probe carried out last year against Chinese organised crime groups based in Spain. In May 2015, Europol supported Operation Snake which led to the dismantlement of a Chinese criminal network suspected of importing huge amounts of goods from China without declaring them on customs forms, to avoid import and tax duties.

Investigations later revealed that the criminal network targeted by Operation Snake deposited the money earned into ICBC, which is accused of sending the funds to China without checking their origin as required by law.

Following the money trail, Spanish investigators found out that the money laundering system uncovered by Operation Snake was employed by several other Chinese and Spanish criminal syndicates which were using the services of ICBC Spain to introduce into the financial system funds earned through the crimes of smuggling, tax and excise fraud and labour exploitation, allowing the transfer of the funds to China in a way that appeared legal.

Operation Shadow, which saw the involvement of over 100 Spanish law enforcement officers and was supported by Europol's Financial Intelligence Group, resulted in the arrest of 5 directors of ICBC during the search of the branch's offices in Madrid. Igor Angelini, Head of Financial Intelligence Group at Europol said: "Operation Shadow shows all the challenges that modern transnational financial investigations entail: criminal activities that generate cash which is then injected into the financial system through the misuse of complex corporate structures; the complicity of several professionals who move the funds across different jurisdictions completes the picture. Money laundering is today a service that criminals offer to other criminals and that requires combined efforts of many public actors both at national and international level to be prevented, investigated and prosecuted."

Europol supported this Guardia Civil investigation by providing on-going analytical support for over a year and by deploying a mobile office to Madrid to prepare and assist the Spanish authorities with on-the-spot real time intelligence analysis which has already allowed for the identification of new international links leading to France, Germany and Lithuania.

Bron: Europol

 

Meer weten? Kom dan op vrijdag 8 april 2016 naar de Cursus Witwassen.

Klik hier voor meer informatie of om in te schrijven.

 

Print Friendly and PDF ^

Annotatie: Witwassen van voorwerpen uit eigen misdrijf

Het verwerven of voorhanden hebben van een onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig voorwerp kan alleen worden gekwalificeerd als witwassen indien sprake is van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die op een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft. Worden deze – nauw samenhangende – voorwaarden niet vervuld, dan blijft kwalificatie als witwassen achterwege.  In een tweetal uitspraken heeft de Hoge Raad inmiddels geoordeeld dat bij het enkele storten op een eigen bankrekening van contante geldbedragen die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn – welk storten kan worden aangemerkt als ‘omzetten’ of ‘overdragen’ – in de regel sprake zal zijn van een dergelijk bijzonder geval, hetgeen met zich brengt dat, wil het handelen kunnen worden aangemerkt als witwassen, sprake moet zijn van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen gericht karakter heeft.

Dit is een opvallende tournure in de rechtspraak van de Hoge Raad, omdat het hier niet gaat om het ‘slechts’ in de spreekwoordelijke oude sok opbergen van geld dat uit eigen misdrijf afkomstig is, maar om het omzetten van chartaal in giraal geld waarmee een (eerste) nadere stap in een witwasproces is gezet waarbij – in de terminologie van de Hoge Raad – het automatisme dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond beoogt tegen te gaan, zich hier niet voordoet.

Lees verder:

 

Meer weten? Kom dan op vrijdag 8 april 2016 naar de Cursus Witwassen.

Klik hier voor meer informatie of om in te schrijven.

 

Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak witwassen & Bespreking 359a Sv-verweer (geen redelijke verdenking)

Gerechtshof Amsterdam 9 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4706

Blijkens restinformatie uit het onderzoek 13Montagne zou een persoon, medeverdachte 1, handelen in geld dat geheel of gedeeltelijk afkomstig zou zijn uit enig misdrijf. Op 3 mei 2011 werd besloten onder de naam 13Volterra een onderzoek te starten naar voornoemde medeverdachte 1.

Uit een lopend opsporingsonderzoek jegens (een) andere verdachte(n) kwam op 27 juni 2011 de informatie naar voren dat in de middag rond 16:45 uur vermoedelijk een geldbedrag zou worden afgeleverd in café te Amsterdam. De levering zou vermoedelijk worden gedaan door de inzittenden van een klein model Mercedes, donker van kleur. De inzittenden zouden mogelijk betrokken zijn bij de handel in verdovende middelen (dossierpagina 0001 en overzichtsproces-verbaal 1e raadkamer).

Op 27 juni 2011 worden observatiewerkzaamheden verricht in het kader van een opsporingsonderzoek, onder de naam 13Volterra, naar eerdergenoemde medeverdachte 1. Opsporingsambtenaren verbalisant 1 en 2 zien dat medeverdachte 1 een auto, merk BMW, inparkeert op de Rijswijkstraat te Amsterdam. Om 16:30 uur ziet verbalisant 2 dat een man – de verdachte, zo blijkt later – contact maakt met medeverdachte 1. De verdachte draagt een zwart tasje bij zich.

De verdachte en medeverdachte 1 staan om 16,31 uur voorover gebogen bij de kofferbak van de BMW van medeverdachte 1. Kort daarna, 16.32 uur, stapt de verdachte (als passagier) in een zwarte Mercedes en de Mercedes rijdt weg.

Om 16:44 uur wordt waargenomen dat de Mercedes wordt geparkeerd op adres 2 ter hoogte van perceel nummer. De bestuurder (naar later blijkt: medeverdachte 2) en de verdachte zijn vervolgens om 16.46 uur in café. Om 16:48 wordt geobserveerd dat de verdachte contact heeft met een blanke man (naar later blijkt: medeverdachte 3), en dat zij samen tegen de Mercedes aanleunen. De verdachte heeft het eerder genoemde zwarte tasje in zijn handen. Kort hierop gaan beide mannen weer naar binnen. Omstreeks 17:13 uur worden medeverdachte 2, medeverdachte 3 en de verdachte aangehouden.

In het zwarte tasje van de verdachte wordt in totaal € 10.000 aangetroffen. Daarnaast wordt bij de fouillering van de verdachte een bedrag van € 373 aangetroffen en tijdens de doorzoeking in zijn woning een bedrag van € 2750.

Verdenking

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 27 juni 2011, te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meer geldbedragen tot een totaalbedrag van 13.123,- euro, te weten:

  • een geldbedrag van 373,- euro (verdachte 1) en/of
  • een geldbedrag van 4.000,- euro (verdachte 2) en/of
  • een geldbedrag van 6.000,- euro (verdachte 3) en/of
  • een geldbedrag van 2.750,- euro (VB.9.4);

voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat bovengenoemd(e) voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Redelijk vermoeden van schuld, 359a Sv

Namens de verdachte is door zijn advocaat, Yvonne van der Hut (Knoester & Van der Hut Advocaten), primair bepleit tot bewijsuitsluiting, kort gezegd omdat de verdachte is aangehouden zonder dat sprake was van een daartoe vereist redelijk vermoeden van schuld.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Vooropgesteld zij dat afgeschermde informatie uit een lopend opsporingsonderzoek dat is opgenomen in een proces-verbaal voldoende concreet en specifiek dient te zijn om zonder meer tot een redelijk vermoeden van schuld te kunnen leiden. Daaraan is gelet op de gedetailleerde informatie in de onderhavige zaak voldaan. Vervolgens bleek die informatie onder meer qua voertuig, locatie en tijdstip in de onderhavige zaak overeen te komen met wat de observanten ten aanzien van de verdachte waarnamen.

Het hof is van oordeel dat op grond van deze feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit kon en mocht voortvloeien. De aanhouding is derhalve rechtmatig geweest en voor bewijsuitsluiting is derhalve geen reden. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

De herkomst van de geldbedragen en de beoordeling van het ten laste gelegde

Het hof stelt voorop dat het onderzoek in de onderhavige zaak geen direct bewijs heeft opgeleverd omtrent de illegale herkomst van de geldbedragen. Wel is in de onderhavige zaak sprake van een vermoeden van witwassen, gelet op de grootte van de bij de verdachte op verschillende plaatsen aangetroffen geldbedragen aan contanten en het beperkte inkomen van de verdachte. Dit betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld.

In dit licht stelt het hof het volgende vast.

De verdachte heeft bij zijn verhoor bij zijn inverzekeringstelling verklaard dat de verdenking van witwassen hem niets zegt en hij het verhaal niet snapt. In de politieverhoren heeft de verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen en enkele dagen later wordt de verdachte heengezonden.

De verdachte heeft een transactievoorstel van het Openbaar Ministerie van € 131,23 voorgelegd gekregen, waarmee de verdachte niet akkoord is gegaan, omdat hij heeft gemeend te kunnen aantonen dat het onder hem inbeslaggenomen geld een legale herkomst heeft.

De verdachte heeft op 16 november 2012, in de hoedanigheid van klager, een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering ingediend bij de rechtbank Amsterdam. Bij het klaagschrift heeft de verdachte een verklaring van zijn broer overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte een geldbedrag van € 15.000 van zijn (bij het dienen van het hoger beroep overleden) broer heeft geleend. Deze verklaring is op 22 juni 2012 ondertekend door de broer van de verdachte en afgelegd ten overstaan van notaris, notaris te Paramaribo. De verdachte heeft in zijn klaagschrift aangevoerd dat hij de notariële verklaring pas later heeft moeten doen opmaken, omdat hij vóór zijn aanhouding helemaal geen reden had om aan te tonen dat hij geld van zijn broer had geleend.

De verdachte heeft (reeds) als klager eveneens aangevoerd dat hij het geld heeft geleend om een onderneming op te zetten, gericht op het exporteren van Fernandes frisdrank naar Marokko. Ter onderbouwing hiervan heeft de verdachte, tevens bij het klaagschrift, een brief van naam 1, directeur van bedrijf, overgelegd, alsook een brief van naam 2, klantmanager van de Dienst Werk en Inkomen. Beide brieven geven steun aan verdachtes verklaring.

Bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2015 is de verdachte door het hof gevraagd hoe het geld van zijn broer uiteindelijk bij hem terecht is gekomen. De verdachte heeft een en ander uitgelegd en hierop is in hoger beroep, ten overstaan van de raadsheer-commissaris, getuige als getuige gehoord. Getuige heeft verklaard aan de verdachte in 2011 op verzoek van verdachtes broer een geldbedrag van tussen de € 10.000 en € 15.000 in contanten te hebben gegeven, bij zijn komst naar Nederland. Diens aanwezigheid in Nederland toentertijd wordt ondersteund door de stempels in zijn paspoort. De verklaringen van getuige en de verdachte komen weliswaar niet naadloos met elkaar overeen, maar liggen, mede gelet op het tijdsverloop, wel voldoende in elkaars verlengde.

De vraag die beantwoord moet worden is of de verdachte hiermee het op zich gerechtvaardigde vermoeden dat het niet anders kan zijn dan dat het geld van misdrijf afkomstig is met een concrete, min of meer verifieerbare en niet reeds op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afdoende heeft bestreden. Naar het oordeel van het hof dient deze vraag - in het licht van hetgeen hiervoor uiteen is gezet - bevestigend te worden beantwoord.

Het had op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om - alvorens de zaak verder te vervolgen - nader onderzoek te verrichten naar aanleiding van verdachtes bewering en zijn onderbouwing daarvan. Ook in witwaszaken blijft immers de bewijslast op het Openbaar Ministerie rusten. Hiervoor stond het Openbaar Ministerie genoeg informatie ter beschikking. Een dergelijk onderzoek is niet verricht, althans het hof heeft daarvan geen resultaten in het dossier aangetroffen.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Beslag

Het hof zal de teruggave van de onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedragen gelasten.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

Europol joins forces with European Union Member States' Financial Intelligence Units to fight terrorist financing and money laundering

Since 1 January 2016, Europol's financial intelligence and counter terrorism capabilities have been substantially strengthened by the integration of a decentralised computer network of the European Union Member States' Financial Intelligence Units (FIUs), known as FIU.net. Under the auspices of the EU FIU platform and the renewed provisions set in the IV anti-money laundering Directive, the embedment of FIU.net into Europol aims to create more synergy between financial and criminal intelligence, ultimately boosting efforts to fighting organised crime and terrorism in the EU.

FIU.net became operational in 2002 and was co-financed until 2015 by the European Commission. It supports relevant EU Member States' authorities in their fight against money laundering and terrorist financing by allowing the exchange of information between FIUs on financial transactions with a cross-border nature. It is a decentralised network, involving no central storage of information: when sending information from one FIU to another, the exchanged data is only, and securely, stored on the FIU.net databases at the premises of the FIUs involved in the exchange.

The embedment of FIU.net in Europol will enhance the exchange of financial intelligence available via this network by combining it with the products and services of Europol. The FIUs will also have the opportunity to identify connections between the financial intelligence they collect and criminal intelligence stored at Europol which is contributed by the Law Enforcement authorities of the Member States. Thanks to the analytical capacities of Europol the suspicious money flows and their links to on-going terrorist and criminal activities can be further investigated. The FIU.net exchange platform will join other key Europol's tools in the field such as the Terrorist Finance Tracking Program (TFTP), the Focal Point Sustrans (support to anti-money laundering investigations) and the network of the EU Asset Recovery Offices (AROs).

In order to enhance action against terrorist financing activities, there is a strategic business need to exploit cooperation mechanisms which can support the related cross-European response required.

In line with the conclusions of the Council of the EU in November 2015, FIU.net will also serve to strengthen and harmonise the cooperation between the FIUs, particularly in the fight against terrorism financing within the new European Counter Terrorism Centre (ECTC) established at Europol as from 1 January 2016.

Bron: Europol

 

Print Friendly and PDF ^

De Nederlandse strafbaarstelling van witwassen: Een onderzoek naar de reikwijdte en de toepassing van artikel 420bis Sr​

Het aantal witwaszaken neemt jaarlijks toe, waarbij artikel 420bis Sr wordt toegepast in sterk uiteenlopende situaties. Vanaf het begin af aan is er kritiek op de strafbepaling. Met name over de doelstelling van de strafbaarstelling en de reikwijdte van de delictsomschrijving. In 'De Nederlandse strafbaarstelling van witwassen' onderzoekt Frank Diepenmaat onder andere welke gedragingen verboden zijn onder artikel 420bis Sr, wie zich schuldig kunnen maken aan dit delict en onder welke omstandigheden. Behandelt u regelmatig witwaszaken? Dan mag dit leerzame proefschrift niet op uw boekenplank ontbreken.

De uitgebreide bevindingen van Frank Diepenmaat geven niet alleen inzicht in de kritiek op artikel 420bis Sr, maar ook in alle bijbehorende materie en vraagstukken over witwassen. Het boek start bij de basis: wat is witwassen en waarom moet het worden bestreden? Uiteraard komen de reikwijdte van de bepaling en de toepassing van de strafbaarstelling aan de orde. Inclusief een analyse van rechtspraak, beleidsdocumenten en onderzoeksrapporten. Ook leest u meer over internationale ontwikkelingen, bewijsrecht en handhavingsmogelijkheden. Dit boek blijft u boeien van begin tot eind!

Praktische Informatie

Titel: De Nederlandse strafbaarstelling van witwassen Een onderzoek naar de reikwijdte en de toepassing van artikel 420bis Sr​ Auteur(s): Frank Diepenmaat Boek, paperback | 316 blz. Wolters Kluwer | 1e druk | 2016 ISBN-13: 9789013134575 Prijs: € 45,00

 

Klik hier om het boek te bestellen via Jongbloed.

 

Meer weten? Kom dan op vrijdag 8 april 2016 naar de cursus Witwassen.

Klik hier voor meer informatie.

 

Print Friendly and PDF ^

De bestrijding van witwassen, beschrijving en effectiviteit 2010-2013

De Financial Action Task Force (FATF) heeft in een evaluatie in 2011 vastgesteld dat Nederland meer zicht moet krijgen op de effectiviteit van het gevoerde anti-witwasbeleid.Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer namen de ministeries van Veiligheid en Justitie en Financiën het initiatief tot de ontwikkeling van een beleidsmonitor anti-witwasbeleid. Deze monitor zou de prestaties van de actoren in het veld van de witwasbestrijding in beeld moeten brengen, zodat de beleidsmakers beter in staat zijn hun regiefunctie te vervullen. Het onderzoek draagt bij aan het vaststellen van (prestatie-) indicatoren van de bestrijding van witwassen, die op dit moment haalbaar, meetbaar en adequaat zijn. Ten eerste door de inventarisatie van beschikbare data van activiteiten van de organisaties die betrokken zijn bij de bestrijding van witwassen en informatiestromen tussen deze partijen en de duiding hiervan. Ten tweede door de toetsing van de huidige praktijk aan de FATF criteria voor een effectief anti-witwasbeleid. In de volgende versie van de monitor zal men door het uitwerken en specificeren van deze indicatoren beter in staat zijn het anti-witwasbeleid in kaart te brengen.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

'Eenvoudig witwassen'

De reikwijdte van de Nederlandse witwaswetgeving is ruim. Wie voorwerpen verkrijgt die afkomstig zijn van enig misdrijf, is per definitie strafbaar. Dat geldt primair voor de dader van het basismisdrijf. Reeds het enkele bezit van zijn buit promoveert hem wettelijk gezien tot witwasser. Denk aan de dief die een fiets bemachtigt en daarop wegrijdt: ook die is volgens de wetgever aan het witwassen, nu hij een door misdrijf verkregen voorwerp voorhanden heeft. Zo ontstaat welhaast automatisch een verdubbeling van strafbaarheid. De Hoge Raad heeft op dit punt echter een belangrijke nuance aangebracht. In een lange reeks arresten is tot uitdrukking gebracht dat van strafbaarheid ter zake van witwassen geen sprake behoort te zijn zolang de dader van een misdrijf geen pogingen heeft gedaan om de criminele herkomst van de door hem verkregen voorwerpen te verbergen of te verhullen. Met deze rechtspraak werd de automatische verdubbeling van strafbaarheid tot op zekere hoogte tegengegaan.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

'Witwassen ingeperkt of toch weer uitgebreid?'

De afgelopen jaren is de jurisprudentie aangaande witwassen in beweging geweest. Waar de Hoge Raad eerder vasthield aan het uitgangspunt dat de ‘heler-steler regel’ voor witwassen niet gold, is sinds HR 8 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4605 uitgangspunt dat het voorhanden hebben van de opbrengst van eigen misdrijf niet gekwalificeerd kan worden als witwassen. Het moet dan gaan om het enkele voorhanden hebben van die opbrengst. Wanneer daarmee iets gedaan wordt, is in beginsel wel sprake van witwassen. Kern van de witwasbepaling is immers dat de werkelijke aard of herkomst van de opbrengst van het gronddelict wordt verhuld. Wanneer daarvan geen sprake is, zoals bij het enkele voorhanden hebben, dan is geen sprake van witwassen aldus de Hoge Raad. Het heeft niet lang mogen duren of de wetgever is in dit gat gesprongen. Om ook hier het strafrecht als middel in zetten om een bepaald doel te bereiken is er een wetsvoorstel inzake ‘aanpassing witwaswetgeving’ gedaan waarin ook het voorhanden hebben van de opbrengst uit eigen misdrijf als witwassen strafbaar is gesteld. Het belangrijkste argument daarbij is dat de opbrengst van misdrijf moet kunnen worden afgenomen. Misdaad mag niet lonen is kennelijk het uitgangspunt. Op zichzelf een bekend uitgangspunt dat weinig discussie zal oproepen. De vraag is alleen wel of daarvoor een nieuwe witwasbepaling nodig is en of de nadelen zwaarder moeten wegen.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^