'Witwassen ingeperkt of toch weer uitgebreid?'

De afgelopen jaren is de jurisprudentie aangaande witwassen in beweging geweest. Waar de Hoge Raad eerder vasthield aan het uitgangspunt dat de ‘heler-steler regel’ voor witwassen niet gold, is sinds HR 8 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4605 uitgangspunt dat het voorhanden hebben van de opbrengst van eigen misdrijf niet gekwalificeerd kan worden als witwassen. Het moet dan gaan om het enkele voorhanden hebben van die opbrengst. Wanneer daarmee iets gedaan wordt, is in beginsel wel sprake van witwassen. Kern van de witwasbepaling is immers dat de werkelijke aard of herkomst van de opbrengst van het gronddelict wordt verhuld. Wanneer daarvan geen sprake is, zoals bij het enkele voorhanden hebben, dan is geen sprake van witwassen aldus de Hoge Raad. Het heeft niet lang mogen duren of de wetgever is in dit gat gesprongen. Om ook hier het strafrecht als middel in zetten om een bepaald doel te bereiken is er een wetsvoorstel inzake ‘aanpassing witwaswetgeving’ gedaan waarin ook het voorhanden hebben van de opbrengst uit eigen misdrijf als witwassen strafbaar is gesteld. Het belangrijkste argument daarbij is dat de opbrengst van misdrijf moet kunnen worden afgenomen. Misdaad mag niet lonen is kennelijk het uitgangspunt. Op zichzelf een bekend uitgangspunt dat weinig discussie zal oproepen. De vraag is alleen wel of daarvoor een nieuwe witwasbepaling nodig is en of de nadelen zwaarder moeten wegen.

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF