Witwassen: motiveringseis t.a.v. verwerven van voorwerpen afkomstig uit eigen misdrijf

Hoge Raad 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3302

Feiten

Verzoeker is bij arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 oktober 2011 wegens de onder 1, 2, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. Voorts heeft het Hof feit 4 witwassen als bedoeld in art. 420bis Sr bewezen verklaard, doch daaraan voor wat betreft de hoofdstraf geen zelfstandige betekenis toegekend. Daarnaast heeft het Hof het in beslag genomen, doch niet teruggegeven geldbedrag van € 15.007,88 verbeurd verklaard, nu naar zijn oordeel dit geld is waarmee het bewezenverklaarde witwassen is begaan.

De bewezenverklaarde feiten leveren op:

  1. opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
  2. opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
  3. opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en
  4. witwassen
  5. handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

Namens verzoeker hebben mr. A.M. Seebregts en mr. O.J. Much, advocaten te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Middel

Het middel keert zich met een rechtsklacht en met een motiveringsklacht tegen het oordeel van het Hof dat verzoeker de door hemzelf verworven geldbedragen uitsluitend voorhanden heeft gehad. Indien het Hof dit enkele voorhanden hebben van verworven geldbedragen uit een door verzoeker begaan misdrijf reeds heeft aangemerkt als witwassen, is het uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, aldus de stellers van het middel. Indien het Hof daaraan niet heeft voorbijgezien is het oordeel van het Hof volgens de stellers van het middel ontoereikend gemotiveerd, nu het Hof niet heeft vastgesteld dat het voorhanden hebben van die geldbedragen heeft bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2010/655 en HR NJ 2013/266.

Met betrekking tot het witwassen door het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, is in HR 26 oktober 2010, LJN BM4440, NJ 2010/655 het volgende overwogen.

Vooropgesteld moet worden dat op zichzelf noch de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van de art. 420bis en 420quater Sr eraan in de weg staat dat iemand die een in die bepalingen omschreven gedraging verricht ten aanzien van een voorwerp dat afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf, wordt veroordeeld wegens - kort gezegd - (schuld)witwassen. Dat geldt, naar uit de tekst van de wet volgt, ook voor het voorhanden hebben van zo'n voorwerp (vgl. HR 2 oktober 2007, LJN BA7923, NJ 2008/16).

Dit betekent niet dat elke gedraging die in de art. 420bis, eerste lid, en 420quater, eerste lid, Sr is omschreven, onder alle omstandigheden de - in beide bepalingen nader omschreven - kwalificatie witwassen onderscheidenlijk schuldwitwassen rechtvaardigt (vgl. in ander verband HR 5 september 2006, LJN AU6712, NJ 2006/612). Zo kan ingeval het gaat om een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf en hem het "voorhanden hebben" daarvan wordt verweten, de vraag rijzen of een dergelijk enkel voorhanden hebben voldoende is om als (schuld)witwassen te worden aangemerkt.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de strafbaarstelling van witwassen strekt ter bescherming van de aantasting van de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde, dat witwassen een veelomvattend, maar ook te begrenzen fenomeen is, en dat ook in het geval het witwassen de opbrengsten van eigen misdrijf betreft, van de witwasser in beginsel een handeling wordt gevergd die erop is gericht "om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen".

Gelet hierop moet worden aangenomen dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd.

Aan deze overwegingen heeft de Hoge Raad in zijn arrest van HR 8 januari 2013, LJN BX6910, NJ 2013/266 het volgende toegevoegd.

Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen onder zich heeft en dus voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen. Bovendien wordt aldus bevorderd dat in zo een geval het door de verdachte begane (grond)misdrijf, dat in de regel nader is omschreven in een van specifieke bestanddelen voorziene strafbepaling, in de vervolging centraal staat. Daarom is beslist dat "indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd".

Er moet in dergelijke gevallen dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft. Ingeval de gedraging betrekking heeft op een gedeelte van die voorwerpen, kan slechts het voorhanden hebben van dat gedeelte worden aangemerkt als witwassen.

In die eerdere rechtspraak is voorts tot uitdrukking gebracht dat een vonnis of arrest voldoende duidelijkheid moet verschaffen over de door de rechter in dit verband relevant geachte gedragingen van de verdachte. Wanneer het gaat om het voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, moeten daarom bepaaldelijk eisen worden gesteld aan de motivering van het oordeel dat sprake is van (schuld)witwassen. Uit die motivering moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het voorwerp niet slechts voorhanden heeft gehad, maar dat zijn gedragingen ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.

Het middel stelt de vraag aan de orde of hetgeen hiervoor onder is vooropgesteld met betrekking tot witwassen door het "voorhanden hebben" van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, ook geldt indien het "verwerven" van een dergelijk voorwerp is bewezenverklaard. Die vraag beantwoordt de Hoge Raad bevestigend. Ook ten aanzien van zulk als 'witwassen' bewezenverklaard verwerven van een voorwerp dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, dient de eis te worden gesteld dat er sprake is van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft.

In het onderhavige geval gaat het om het bewezenverklaarde verwerven en voorhanden hebben van een voorwerp - te weten een geldbedrag - dat afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf (drugshandel) en heeft het Hof geoordeeld dat zulks witwassen oplevert. Aangezien uit de motivering van dat oordeel echter niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele verwerven en voorhanden hebben van dat geldbedrag doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag, is het oordeel van het Hof ontoereikend gemotiveerd. Dat de verdachte, zoals uit de bewijsvoering van het Hof kan worden afgeleid, niet alleen geld op zak had bij zijn aanhouding, maar ook op verschillende plaatsen in zijn huis bewaarde, brengt immers nog niet zonder meer mee dat de verdachte de criminele herkomst van dat geld heeft getracht te verbergen of te verhullen.

Het middel slaagt.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^

FATF stelt rode vlaggen vast voor advocaten en notarissen

De FATF- Financial Action Task Force (een internationale taskforce die zich bezig houdt met de mondiale bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering) heeft vandaag in een algemene vergadering in Oslo het rapport ‘Moneylaundering and terroristfinancing vulnerabilities of the legal professional' vastgesteld.  Het rapport is tot stand gekomen door een projectgroep onder leiding van Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Voor Nederland was het voorzitterschap in handen van het Functioneel Parket.

Doel rapport

De studie stelt vast dat advocaten en notarissen het risico lopen te worden ge- of misbruikt door criminelen die willen witwassen. Het doel van het rapport van de FATF - die in juni 2012 van start ging- was om vast te stellen op welke wijze juridische dienstverleners betrokken kunnen zijn bij witwassen. Daarnaast moesten er indicatoren voor verdachte transacties - zogenoemde ‘rode vlaggen'- vastgesteld worden.

Juridische dienstverlener kwetsbaar voor criminelen

Het rapport van de FATF stelt - na bestudering van veel literatuur op dit punt, 123 casus, 76 vragenlijsten die zijn ingevuld door 38 landen en de rest door overkoepelende nationale organisaties van advocaten en notarissen - vast dat criminelen gebruik maken van de diensten van advocaten en notarissen voor het witwassen van de illegaal verdiende inkomsten. Het rapport gaat er van uit dat elke juridische dienstverlener in zijn werk het risico loopt om door criminelen te worden gebruikt of misbruikt. Er worden in het rapport zes methoden van witwassen gesignaleerd waarbij gebruik- en misbruik wordt gemaakt van juridische professionals. De kwetsbaarheden zitten volgens het rapport bij het gebruiken van de derdengeldrekening, vastgoedtransacties (een notaris is verplicht een vastgoedtransactie af te ronden), het oprichten van bedrijven of holdingmaatschappijen, het besturen van bedrijven, het introduceren van klanten bij derden zoals banken en ook bij het optreden van de juridische dienstverlener in geschillen.

Rapport bevat 42 indicatoren

Op grond van de wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (WWFT) zijn advocaten en notarissen in Nederland voor bepaalde diensten die zij verrichten verplicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU) te Zoetermeer. Het FATF rapport bevat  42 zogenoemde ‘rode vlaggen', indicatoren voor meldplichtigen om te beoordelen of er sprake is van een cliënt die wil witwassen. Indien er een rode vlag opduikt, heeft de juridische professional een onderzoekplicht.  Daarnaast kunnen de indicatoren gebruikt worden door de toezichthouder op de meldplicht, de FIU maar ook voor de autoriteiten belast met opsporing en vervolging. Het rapport vormt voor Nederland een waardevolle input voor de witwasbestrijding.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

'Beperking van de strafbaarstelling van witwassen'

In zijn editorial in Delikt en Delinkwent van mei dit jaar (aflevering 5, nr. 33) staat Borgers stil bij de vraag ‘hoe ver de Hoge Raad steeds is gegaan met het aanbrengen van een beperking in het toepassingsbereik van de witwasbepalingen en de vraag in hoeverre een (nog) verdergaande afbakening mogelijk, verdedigbaar en haalbaar zou zijn’.

Deze beperkingen zien dan vooral op het voorhanden hebben van een uit eigen misdrijf afkomstig voorwerp. In de lagere rechtspraak wordt deze beperking echter breder toegepast waardoor de strafbaarstelling van witwassen nog meer beperkt wordt.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

Antiwitwasrichtlijn noopt tot grote wetswijziging

De vierde antiwitwasrichtlijn zal ‘op veel punten’ aanpassing vergen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Dat schrijft het ministerie van Financiën in een leidraad over de bestaande wet.

‘De betrokken ministeries en toezichthouders realiseren zich dat mede door opeenvolgende wijzigingen veel wordt gevergd van instellingen. Zij streven er dan ook naar waar mogelijk administratieve lasten te beperken en rekening te houden met de Nederlandse praktijk,’ wordt geschreven over de op handen zijnde wijzigingen. Deze treden in 2016 in werking voor ons land, verwacht Financiën.

Print Friendly and PDF ^

Jaaroverzicht 2012 Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland

FIU Nederland ontvangt op grond van de wet ter voorkoming van witwassen en terrorisme financiering (WWFT) ongebruikelijke transacties van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohande- laren en notarissen. FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdacht door te melden aan de opsporing.

Uit het jaaroverzicht blijkt dat in 2012 in totaal 209.239 meldingen van ongebruikelijke transacties zijn ontvangen en dat 23.834 transacties in 2012 na onderzoek verdacht zijn bevonden en ter kennis zijn gebracht van opsporingsinstanties. Het aantal ongebruikelijke transacties is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit houdt verband met een sterke stijging van het aantal subjectieve meldingen die onder andere veroorzaakt wordt door ontwikkelingen binnen de money transfer-sector. Zo is bijvoorbeeld sprake van aanscherping van het meldbeleid op advies van de toezichthouder. Dit leidde in 2012 tot meer money transfer-meldingen.

Verdachte transacties worden door de opsporing gebruikt als signaal dat er mogelijk criminele activiteiten plaatsvinden. Daarnaast heeft de opsporing de mogelijkheid via de Landelijk Officier Witwassen een verzoek tot informatie aan FIU Nederland te richten. Op deze wijze kan gericht naar transactie informatie worden gevraagd bij FIU Nederland.

Het is niet inzichtelijk in welke mate signalen van FIU Nederland door de opsporing worden gebruikt. Uit het Jaarverslag blijkt wel dat in 2012 bijna 1.100 informatie verzoeken via de Landelijk Officier Witwassen aan FIU Nederland zijn gericht en beantwoord.

Op de website van FIU Nederland worden bijna wekelijks strafrechtelijke cases geplaatst die relevant kunnen zijn voor zowel melders als opsporing.

FIU is sinds 1 januari 2013 beheersmatig binnen de Nationale Politie gepositioneerd, maar is geen onderdeel van de Nationale Politie. Conform internationale regelgeving functioneert FIU namelijk als een zelfstandig orgaan.

Print Friendly and PDF ^

OM eist ontnemingsvordering van bijna drie ton en gevangenisstraf tegen verdachte van witwassen

De officier van justitie heeft gisteren negen maanden cel en een ontnemingsvordering van ruim €286.595 geëist tegen een 47-jarige man die wordt verdacht van witwassen. Dit gebeurde volgens de officier in de periode van 25 januari 2005 tot en met 7 april 2010 in Voorburg en Rotterdam.

De verdachte kwam in februari 2010 in beeld. Een man waarschuwde de politie toen hij bedreigd werd door de verdachte. De verdachte had de melder €20.000,-  gegeven om cocaïne te kopen en dit vervolgens vanuit Suriname te smokkelen naar Nederland. De man had iets anders van het geld gekocht en de verdachte eiste de €20.000,- terug of anders zou hij de man doodschieten. De politie ging na de melding ter plaatse en trof de verdachte aan, waarna hij werd aangehouden. De man ontkende de bedreiging. Tegen hem werd wel een witwasonderzoek gestart, omdat de man over grote geldbedragen bleek te beschikken, maar geen werk had. De dure auto waar de man in reed, werd in beslag genomen.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de man geen legale inkomsten in Nederland genoot en een bedrag van bijna €38.000,- op zijn rekening gestort had gekregen de afgelopen jaren. Dit bedrag was bijna volledig contant opgenomen. Ook bleek de verdachte meer dan 100 keer een bedrag van in totaal circa €69.000 overgeboekt te hebben naar derden. Daarnaast bleek hij auto's te hebben gekocht en verkocht. Daarmee was een bedrag van  in totaal € 141.881,- aan vier auto's had uitgegeven.

Uit het onderzoek bleek dat er verdenkingen waren dat de man zich bezighield met de handel in verdovende middelen. De officier acht het dus zeer aannemelijk dat de man geld verdiende met criminele activiteiten. Volgens de officier zou de man circa € 286.595,- via illegale wegen verdiend hebben. Dit bedrag kan daarom wat de officier betreft van de man gevorderd worden.

De officier bracht ter zitting naar voren dat het belangrijk is dat witwassen wordt aangepakt, omdat het onlosmakelijk is verbonden met zeer ernstige vormen van criminaliteit als drugshandel. Witwassen kan leiden tot een gevaar voor de integriteit van de samenleving en kan het economische verkeer ontwrichten. De man zelf verklaart helemaal niet over de manier waarop hij aan zijn geld kwam. De officier vindt gezien de ernst van de feiten een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van negen maanden een passende straf.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^