Artikel: The Protection of the euro against Counterfeiting

De euro is een unieke munt waarvan de definitie onder de bevoegdheid van de Europese Unie valt. Tegen valsemunterij bestaat een uitgebreid juridisch kader. Het Kaderbesluit van 29 mei 2000 verplicht lidstaten valsemunterij strafbaar te stellen en vult de Overeenkomst van Genève van 1929 aan. Verordening 1338/2001 regelt de samenwerking tussen nationale en Europese autoriteiten en verplicht kredietinstellingen valse biljetten en munten uit omloop te nemen. Het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum analyseert nieuwe vervalste euromunten. Aparte regelgeving beschermt tegen medailles en penningen die op euromunten lijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Communicating OLAF: A Major Legal Challenge

OLAF, het Europese antifraudebureau, is een administratieve onderzoeksdienst, maar zijn werk raakt aan strafrechtspleging. Daardoor moet zijn communicatie met pers en publiek de rechtsstaat, de vertrouwelijkheid van onderzoeken en individuele rechten respecteren, waaronder het vermoeden van onschuld. Tegelijk moet OLAF burgers informeren over de besteding van publieke middelen. Het evenwicht tussen het recht van het publiek om te weten en de juridische grenzen daaraan is het centrale vraagstuk voor de communicatiestrategie, en wordt bemoeilijkt door de grensoverschrijdende context waarin OLAF werkt. Aan de hand van Europese rechtspraak brengen de auteurs dit kader in kaart.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Efficiënte genoegdoening of obstakel?

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij in het strafproces levert de verdediging structurele problemen op. Er bestaat geen wettelijke termijn voor het indienen van de vordering, waardoor die soms pas op de zittingsdag wordt aangepast en de advocaat nauwelijks gelegenheid heeft om die gemotiveerd te betwisten. Daarbij komt de ambivalente rol van de officier van justitie, de spanning tussen betwisting en proceshouding in de strafzaak, en de beperkte ruimte voor complexe en hoge vorderingen op zitting. De auteurs bepleiten de vordering grotendeels los te koppelen van de inhoudelijke zitting, naar het model van de ontnemingsprocedure, met termijnen en schriftelijke rondes vooraf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Approximation of National Substantive Criminal Law on Fraud and the Limits of the Third Pillar

OLAF is het enige communautaire orgaan dat belast is met administratieve onderzoeken naar gedrag dat de financiële belangen van de EU schaadt en zowel strafrechtelijke als grensoverschrijdende aspecten kan hebben. De bescherming van die belangen via het strafrecht valt onder de derde pijler van de EU en steunt op de PFI-instrumenten: de PFI-Conventie van 1995 en de drie bijbehorende protocollen. Die verplichten lidstaten om fraude, corruptie en witwassen ten nadele van de EU-begroting strafbaar te stellen. Ruim tien jaar later is de ratificatie nog niet voltooid en schiet de nationale uitvoering tekort. Het Verdrag van Lissabon kan de weg vrijmaken voor sterkere handhaving, waarna OLAF moet bepalen welke hervorming het voorstelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: What Can Management Science Teach Criminology?

Culturele verklaringen worden routinematig aangevoerd in toezichtsrapporten, journalistieke reconstructies en wetenschappelijke analyses van organisatieschandalen. Ondanks brede consensus dat organisatiecultuur ertoe doet, heeft de organisatiecriminologie relatief weinig systematisch onderzoek naar het begrip opgeleverd. Vakgebieden als managementwetenschappen, organisatiepsychologie en veiligheidsonderzoek ontwikkelden wel een omvangrijke conceptuele en empirische literatuur over de relatie tussen organisatiecultuur en wangedrag. Via een integratieve literatuurstudie toetsen de auteurs vier cultuurconstructen, te weten ethische cultuur, veiligheidscultuur, masculiniteitscultuur en risicocultuur, aan vier dimensies van criminologisch relevant wangedrag: deviantie, intentionaliteit, beoogd doelwit en impact. De bestudeerde uitkomsten blijven doorgaans achter bij het deviante, opzettelijke en schadelijke gedrag dat centraal staat in de organisatiecriminologie. De auteurs zien daarin een kans en schetsen een onderzoeksagenda.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Rules on the application of ne bis in idem in the EU – Is further legislative action required?

Het Europese Hof van Justitie heeft zich herhaaldelijk gebogen over de grensoverschrijdende toepassing van het ne bis in idem-beginsel, dat verhindert dat iemand die in één lidstaat onherroepelijk is berecht, in een andere lidstaat opnieuw wordt vervolgd voor dezelfde feiten. Het huidige kader, de artikelen 54 tot en met 58 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, onderwerpt het beginsel aan uitzonderingen voor territorialiteit, nationale veiligheid en handelen van eigen ambtenaren, wat het grondrechtelijke karakter ervan verzwakt. De rechtspraak van het Hof heeft autonome maatstaven ontwikkeld die steunen op wederzijdse erkenning en vrij verkeer, maar laat de balans tussen rechtszekerheid en materiële gerechtigheid onbeslist. Nadere wetgeving is nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Difficulties of Joint Investigation Teams and the Possible Role of OLAF

Joint Investigation Teams (JIT's) maken het mogelijk dat onderzoekers uit verschillende EU-lidstaten informatie uitwisselen zonder rechtshulpverzoek. Toch worden ze in de praktijk weinig opgezet. Dat komt door onbekendheid met het instrument en door onduidelijke regels: het Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp uit 2000 laat veel over aan nationale wetgevers, wat tot uiteenlopende bepalingen leidt. OLAF kan zo'n team ondersteunen, maar niet als volwaardig lid, omdat alleen nationale autoriteiten partij kunnen zijn. De rol blijft adviserend en ondersteunend: juridisch advies, toegang tot databanken, informatie over EU-instellingen en coördinatie. Daarbij gelden grenzen rond onderzoeksgeheim, gegevensbescherming en doelbinding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Eurojust and its role in Joint Investigation Teams

Joint Investigation Teams kwamen binnen bereik met de Conventie van 29 mei 2000 over wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen EU-lidstaten. Wat begon als een idee waar praktijkmensen aanvankelijk sceptisch tegenover stonden, wordt nu vaker gebruikt voor snellere en bredere grensoverschrijdende onderzoeken. Eurojust behandelt jaarlijks meer dan 1000 zaken en houdt ruim 100 coördinatievergaderingen, waarin autoriteiten afspreken JITs op te zetten. Het nieuwe Raadsbesluit van 16 december 2008 maakt Eurojust tot centraal aanspreekpunt voor JITs in Europa. Eurojust adviseert wanneer een JIT meerwaarde heeft, helpt bij conceptovereenkomsten, ondersteunt operaties en begeleidt aanvragen voor financiering bij de Commissie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Effective Remedies for the Violation of the Right to Trial Within a Reasonable Time in Criminal Proceedings

Artikel 6.1 EVRM waarborgt het recht op berechting binnen een redelijke termijn, maar schendingen en het ontbreken van een effectief nationaal rechtsmiddel leiden tot duizenden klachten bij het EHRM. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa nam op 24 februari 2010 een aanbeveling aan over effectieve rechtsmiddelen, met niet-financiële vormen van herstel zoals het staken van de vervolging of strafvermindering. Spanje voerde in 2010 onredelijke vertraging in als strafverminderende omstandigheid (artikel 21.6 Sr). Ramos Tapia toetst de Spaanse regeling aan de aanbeveling, bespreekt of niet-tenuitvoerlegging van de straf een rechtsmiddel kan zijn, en wijst op de gevolgen voor de wederzijdse erkenning binnen de EU.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Wanneer ontbrekende veiligheidsstudies Seveso-veiligheid tot een directierisico maken

Een directeur is niet strafbaar omdat hij directeur is, maar bij een Seveso-inrichting kan niet ingrijpen strafrechtelijk persoonlijk worden. Een bedrijf én zijn directeur werden veroordeeld omdat voor ongeveer 75% van de 246 installaties geen of onvoldoende veiligheidsstudies waren uitgevoerd. Na een explosie en brand met ethyleenoxide bleek dat gevaren niet systematisch waren geïdentificeerd. De Hoge Raad oordeelde dat een veiligheidsstudie geen papieren bijlage is, maar de basis voor risicobeheersing. De directeur was bevoegd om in te grijpen, wist van de tekortkomingen en liet de inrichting doordraaien. Het bedrijf kreeg 180.000 euro boete, de directeur een taakstraf van 60 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^