Artikel: The Approximation of National Substantive Criminal Law on Fraud and the Limits of the Third Pillar

OLAF is het enige communautaire orgaan dat belast is met administratieve onderzoeken naar gedrag dat de financiële belangen van de EU schaadt en zowel strafrechtelijke als grensoverschrijdende aspecten kan hebben. De bescherming van die belangen via het strafrecht valt onder de derde pijler van de EU en steunt op de PFI-instrumenten: de PFI-Conventie van 1995 en de drie bijbehorende protocollen. Die verplichten lidstaten om fraude, corruptie en witwassen ten nadele van de EU-begroting strafbaar te stellen. Ruim tien jaar later is de ratificatie nog niet voltooid en schiet de nationale uitvoering tekort. Het Verdrag van Lissabon kan de weg vrijmaken voor sterkere handhaving, waarna OLAF moet bepalen welke hervorming het voorstelt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: What Can Management Science Teach Criminology?

Culturele verklaringen worden routinematig aangevoerd in toezichtsrapporten, journalistieke reconstructies en wetenschappelijke analyses van organisatieschandalen. Ondanks brede consensus dat organisatiecultuur ertoe doet, heeft de organisatiecriminologie relatief weinig systematisch onderzoek naar het begrip opgeleverd. Vakgebieden als managementwetenschappen, organisatiepsychologie en veiligheidsonderzoek ontwikkelden wel een omvangrijke conceptuele en empirische literatuur over de relatie tussen organisatiecultuur en wangedrag. Via een integratieve literatuurstudie toetsen de auteurs vier cultuurconstructen, te weten ethische cultuur, veiligheidscultuur, masculiniteitscultuur en risicocultuur, aan vier dimensies van criminologisch relevant wangedrag: deviantie, intentionaliteit, beoogd doelwit en impact. De bestudeerde uitkomsten blijven doorgaans achter bij het deviante, opzettelijke en schadelijke gedrag dat centraal staat in de organisatiecriminologie. De auteurs zien daarin een kans en schetsen een onderzoeksagenda.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Rules on the application of ne bis in idem in the EU – Is further legislative action required?

Het Europese Hof van Justitie heeft zich herhaaldelijk gebogen over de grensoverschrijdende toepassing van het ne bis in idem-beginsel, dat verhindert dat iemand die in één lidstaat onherroepelijk is berecht, in een andere lidstaat opnieuw wordt vervolgd voor dezelfde feiten. Het huidige kader, de artikelen 54 tot en met 58 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, onderwerpt het beginsel aan uitzonderingen voor territorialiteit, nationale veiligheid en handelen van eigen ambtenaren, wat het grondrechtelijke karakter ervan verzwakt. De rechtspraak van het Hof heeft autonome maatstaven ontwikkeld die steunen op wederzijdse erkenning en vrij verkeer, maar laat de balans tussen rechtszekerheid en materiële gerechtigheid onbeslist. Nadere wetgeving is nodig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Difficulties of Joint Investigation Teams and the Possible Role of OLAF

Joint Investigation Teams (JIT's) maken het mogelijk dat onderzoekers uit verschillende EU-lidstaten informatie uitwisselen zonder rechtshulpverzoek. Toch worden ze in de praktijk weinig opgezet. Dat komt door onbekendheid met het instrument en door onduidelijke regels: het Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp uit 2000 laat veel over aan nationale wetgevers, wat tot uiteenlopende bepalingen leidt. OLAF kan zo'n team ondersteunen, maar niet als volwaardig lid, omdat alleen nationale autoriteiten partij kunnen zijn. De rol blijft adviserend en ondersteunend: juridisch advies, toegang tot databanken, informatie over EU-instellingen en coördinatie. Daarbij gelden grenzen rond onderzoeksgeheim, gegevensbescherming en doelbinding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Eurojust and its role in Joint Investigation Teams

Joint Investigation Teams kwamen binnen bereik met de Conventie van 29 mei 2000 over wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen EU-lidstaten. Wat begon als een idee waar praktijkmensen aanvankelijk sceptisch tegenover stonden, wordt nu vaker gebruikt voor snellere en bredere grensoverschrijdende onderzoeken. Eurojust behandelt jaarlijks meer dan 1000 zaken en houdt ruim 100 coördinatievergaderingen, waarin autoriteiten afspreken JITs op te zetten. Het nieuwe Raadsbesluit van 16 december 2008 maakt Eurojust tot centraal aanspreekpunt voor JITs in Europa. Eurojust adviseert wanneer een JIT meerwaarde heeft, helpt bij conceptovereenkomsten, ondersteunt operaties en begeleidt aanvragen voor financiering bij de Commissie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Effective Remedies for the Violation of the Right to Trial Within a Reasonable Time in Criminal Proceedings

Artikel 6.1 EVRM waarborgt het recht op berechting binnen een redelijke termijn, maar schendingen en het ontbreken van een effectief nationaal rechtsmiddel leiden tot duizenden klachten bij het EHRM. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa nam op 24 februari 2010 een aanbeveling aan over effectieve rechtsmiddelen, met niet-financiële vormen van herstel zoals het staken van de vervolging of strafvermindering. Spanje voerde in 2010 onredelijke vertraging in als strafverminderende omstandigheid (artikel 21.6 Sr). Ramos Tapia toetst de Spaanse regeling aan de aanbeveling, bespreekt of niet-tenuitvoerlegging van de straf een rechtsmiddel kan zijn, en wijst op de gevolgen voor de wederzijdse erkenning binnen de EU.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Wanneer ontbrekende veiligheidsstudies Seveso-veiligheid tot een directierisico maken

Een directeur is niet strafbaar omdat hij directeur is, maar bij een Seveso-inrichting kan niet ingrijpen strafrechtelijk persoonlijk worden. Een bedrijf én zijn directeur werden veroordeeld omdat voor ongeveer 75% van de 246 installaties geen of onvoldoende veiligheidsstudies waren uitgevoerd. Na een explosie en brand met ethyleenoxide bleek dat gevaren niet systematisch waren geïdentificeerd. De Hoge Raad oordeelde dat een veiligheidsstudie geen papieren bijlage is, maar de basis voor risicobeheersing. De directeur was bevoegd om in te grijpen, wist van de tekortkomingen en liet de inrichting doordraaien. Het bedrijf kreeg 180.000 euro boete, de directeur een taakstraf van 60 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Collection of Evidence by OLAF and its Transmission to the National Judicial Authorities

OLAF, het Europees antifraudebureau, voert administratieve onderzoeken uit naar fraude, corruptie en onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden. Het verzamelt bewijs via inspecties, controles ter plaatse, verhoren en forensisch onderzoek, maar is geen politie- of vervolgingsdienst. De eindrapporten bevatten alleen aanbevelingen en hebben geen bindend rechtsgevolg; de nationale autoriteiten beslissen zelf over strafvervolging. Bij interne onderzoeken is OLAF verplicht informatie door te geven aan de nationale justitie, bij externe onderzoeken is dat een bevoegdheid. De versnipperde uitvoering over de lidstaten leidt tot ongelijke uitkomsten en voedt het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees bewijsverkrijgingsbevel en de toekomst van de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie

De auteur betoogt dat het Europees bewijsverkrijgingsbevel nationale onderzoeken ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie kan versnellen, doordat de wetgever een ruime reeks samenhangende strafbare feiten heeft opgenomen die zijn vrijgesteld van de toets van dubbele strafbaarheid. Bewijs moet binnen zestig dagen na ontvangst worden geleverd. Het bevel bestrijkt echter een beperkt soort bewijs; voor ruimere en snellere uitwisseling zijn aanvullende instrumenten van wederzijdse erkenning nodig. OLAF zou gebaat zijn bij monitoring van het bevel en vergelijkbare instrumenten, om het gebruik, de knelpunten in de praktijk en de grenzen van wederzijdse erkenning in kaart te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De ontvankelijkheid van ngo's in artikel 12 Sv-klachten

Shell wordt ook in Nederland niet vervolgd voor strafbare feiten rond de aankoop van het olieblok OPL245 in Nigeria. Drie ngo's dienden tegen die sepotbeslissing een artikel 12 Sv-klacht in bij het hof Den Haag. Het hof verklaarde hen deels ontvankelijk, maar wees het beklag af wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel. Interessant is vooral de ontvankelijkheidsbeslissing: het hof merkte de ngo's aan als rechtstreeks belanghebbenden, ook voor algemenere feiten die niet uitdrukkelijk uit hun statuten volgen. Daarmee lijken de ontvankelijkheidseisen voor ngo's in dit soort procedures minder strikt dan voorheen.

Read More
Print Friendly and PDF ^