Artikel: Georganiseerde criminaliteit in perspectief

Het fenomeen georganiseerde criminaliteit kenmerkt zich door een grote mate van verscheidenheid. Dit heeft ook gevolgen voor de aanpak daarvan, waarbij het strafrecht een belangrijke rol vervult. In dit themanummer wordt nader ingegaan op verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit en worden diverse aspecten van de aanpak daarvan besproken. Zo wordt onder meer aandacht besteed aan de betrokkenheid van minderjarigen bij terroristische en criminele groeperingen, de Europese samenwerking bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en het fenomeen van criminele families. Ook wordt ingegaan op de rechtsstatelijke grenzen aan de aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De schaduwzijde van meer bescherming

Het zal weinigen zijn ontgaan dat de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel geweld recentelijk is uitgebreid. Met de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven per 1 juli 2024 is het verouderde ‘dwangmodel’ bij aanranding en verkrachting vervangen door een nieuw ‘consentmodel’. Daarin draait het niet langer om het ‘doorbreken’ van de wil van de ander, maar ontstaat strafbaarheid al als ten tijde van het seksueel contact sprake was van een ‘ontbrekende wil’. De strafrechtelijke bescherming is nog verder verruimd door verlaging van de ondergrens voor strafrechtelijke aansprakelijkheid bij aanranding en verkrachting naar ‘ernstige reden om te vermoeden’ dat de wil tot seksueel contact bij de ander ontbreekt (de nieuwe schulddelicten in art. 240 en 242 Sr). Het verwijt dat de pleger in dat geval wordt gemaakt is dat hij zeer onachtzaam heeft gehandeld door onvoldoende alert te zijn geweest op de mogelijkheid van een ontbrekende wil bij de ander en op dit punt dus een verkeerde inschatting heeft gemaakt. Door de wetgever wordt benadrukt dat als gevolg van deze nieuwe ondergrens bij degene die het (verdergaande) seksuele contact initieert de verantwoordelijkheid komt te liggen om goed in het oog te houden of sprake is van een vrije positieve wilsuiting bij de ander. De wederkerigheid van het seksuele contact vraagt immers om een grote mate van verantwoordelijkheid voor het eigen handelen en om bewustzijn van het (verbale en non-verbale) gedrag van de ander, aldus de wetgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ultimum remedium in het bijzondere milieustrafrecht

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Kort gezegd is deze wet bedoeld voor het reguleren van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor zover sprake is van (mogelijke) overtredingen van bestuursrechtelijke normen, bijvoorbeeld maatwerkvoorschriften die verbonden zijn aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, rust op het bevoegd gezag de verplichting om daar handhavend tegen op te treden. Van de zogenoemde beginselplicht tot handhaving kan alleen worden afgezien indien een van de uitzonderingen op deze leer zich voordoet. In de Algemene wet bestuursrecht zijn de algemene regels voor toezicht en handhaving opgenomen; de Ow bevat aanvullende regels voor specifieke situaties. In veel gevallen is het mogelijk overtredingen van milieuregels bestuursrechtelijk of strafrechtelijk te handhaven. Wat betreft strafrechtelijke handhaving vormt de Wet op de economische delicten meestal de grondslag van optreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrecht in de gezondheidszorg: ultimum remedium?

De gezondheidszorg is een van de grootste sectoren in Nederland. De kwaliteit van zorg is over het algemeen goed, hoewel de zorgsector vanwege vergrijzing, personeelstekorten en toenemende wachtlijsten voor de nodige uitdagingen staat. In eerste instantie wordt door middel van het gezondheidsrecht over het functioneren en de kwaliteit van zorg gewaakt. Zorgverleners dienen op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) en Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) ‘goede zorg’ (conform professionele richtlijnen) aan te bieden en zogenoemde ‘incidenten’ en ‘calamiteiten’ te melden. Fouten in de zorg komen voor, soms met ernstige gevolgen. Per jaar worden in Nederland ruim duizend medische tuchtklachten ingediend. Strafrechtelijke vervolging van beroepsbeoefenaren in de zorg vindt relatief weinig plaats. Dat gegeven is in lijn met het uitgangspunt dat strafrecht als instrument van rechtshandhaving ook in de zorg in principe ultimum remedium is en slechts in het uiterste geval ingezet dient te worden. Wel lijkt bij misstanden binnen het zorgveld in toenemende mate een beroep te worden gedaan op het strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Van rechtmatigheid naar doelmatigheid: de ultimum remedium-gedachte in het bijzonder

Binnen het strafrecht wordt de ultimum remedium-gedachte van oudsher breed omarmd. Het is een belangrijk onderdeel van de invloedrijke strafrechtstheorie van Beccaria,[1] en Modderman positioneerde deze gedachte als dominant ‘beginsel’ bij de totstandbrenging van het Wetboek van Strafrecht in 1886. De gedachte brengt een zuinig en terughoudend gebruik van het strafrecht met zich, omdat het gebruik van het strafrecht als probleemoplossend instrument een zware belasting oplevert voor (verdachte) natuurlijke personen of rechtspersonen. Daarnaast zijn de maatschappelijke (financiële) kosten van strafrechtelijk optreden hoog, en is capaciteit in de strafrechtketen schaars.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrecht als ultimum of optimum remedium. Heeft de ultimum remedium-gedachte dan toch haar beste tijd gehad?

Het strafrecht wordt van oudsher gekenschetst als ultimum remedium, ook wel het ultima ratio- of subsidiariteitsbeginsel genoemd, waarmee de gedachte tot uitdrukking wordt gebracht dat het strafrecht moet worden beschouwd als laatste redmiddel en daarom niet lichtvaardig mag worden ingezet. In 2012 hield de auteur de ultimum remedium-gedachte al eens tegen het licht met het oog op de beantwoording van de vraag of de ultimum remedium-gedachte een relict uit het verleden was of nog altijd de nodige normatieve zeggingskracht had. Die beschouwing mondde uit in de conclusie dat dit laatste toch wel degelijk het geval was, maar dat de ultimum remedium-gedachte in het licht van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen wel aan verandering onderhevig was. Hierbij kende de auteur  met name betekenis toe aan de opkomende veiligheidscultuur, de opkomst van en de verhouding met het punitief bestuursrecht en de proliferatie van Europeesrechtelijke verplichtingen die verplichten tot de inzet van het strafrecht. Wie de situatie anno 2025 beziet, treft een goeddeels vergelijkbaar beeld aan, in de zin dat voornoemde ontwikkelingen als zodanig nog onverminderd opgeld doen en de geldingskracht van de ultimum remedium-gedachte tot op zekere hoogte beïnvloeden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het kleurloos opzet: geen vrijbrief voor lichtvaardig bewijs

Een veelgelezen rechtsoverweging in de feitenrechtspraak binnen het economisch strafrecht is dat kan worden volstaan met kleurloos opzet. Deze overweging heeft echter geen toegevoegde waarde. In het commune strafrecht geldt immers hetzelfde criterium. Het opzet van de verdachte hoeft niet gericht te zijn op de wederrechtelijkheid van zijn gedrag ('boos opzet'). Toch wordt in de praktijk aan de term kleurloos opzet een onjuiste, afgezwakte betekenis gegeven. Dit leidt tot een te snelle (en daarmee onterechte) aanname van opzet in het economisch strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Een goed begin is het halve werk: van fiscale fraudemelding tot strafrechtelijk onderzoek

Dat fiscale fraude wordt bestreden, moge bekend zijn. Belastingfraude ondermijnt de samenleving en zowel de Belastingdienst, de FIOD als het Openbaar Ministerie zetten zich in om deze vorm van fraude te onderzoeken en aan te pakken. Gezamenlijk beschikken de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie over diverse mogelijkheden om hieraan uitvoering te geven. Fiscale fraude kan bestuursrechtelijk worden aangepakt door de Belastingdienst, bijvoorbeeld door het opleggen van vergrijpboetes. Het Openbaar Ministerie kan overgaan tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek en tot strafrechtelijke vervolging, wat bij een uiteindelijke veroordeling voor fiscale fraude kan leiden tot andere strafmodaliteiten, zoals een gevangenisstraf of een taakstraf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Btw in de advocatuur: wie is de afnemer van de dienst?

Deze bijdrage vormt een uitwerking van een discussiemiddag van de Nederlandse Vereniging van Advocaten-Belastingkundigen en het Functioneel Parket. Tijdens die middag werd het debat gevoerd over de tenaamstelling van en omschrijvingen op declaraties van advocaten in het licht van btw-wetgeving en recente jurisprudentie. Uit de praktijk blijkt dat de tenaamstelling van declaraties en de fiscale en administratieve verantwoording daarvan geregeld onderwerp van geschil zijn tijdens procedures over de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand (artikel 530 Sv). Niet gehinderd door specifieke kennis van het straf(proces)recht gaan de auteurs van deze bijdrage in op de btw-technische uitgangspunten van het inschakelen van rechtsbijstand in strafzaken voor de advocaat en cliënt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fiscale informatieverplichtingen in het ­licht van het nemo tenetur-beginsel: de ­(tussen)stand van zaken

De verwezenlijking van het belastingrecht zou zonder fiscale informatieverplichtingen vrijwel ondenkbaar zijn. De inspecteur, het bestuursorgaan dat belast is met het opleggen van belastingaanslagen, is in belangrijke mate afhankelijk van informatie van en over belastingplichtigen. De Nederlandse belastingwet bevat daarom een hele reeks informatie- en meewerkverplichtingen op grond waarvan de belastingplichtige inlichtingen en inzage moet geven aan de inspecteur. Op de niet-nakoming van deze wettelijke verplichtingen staan sancties van uiteenlopende aard.

Read More
Print Friendly and PDF ^