HR: schenden ambtsgeheim ondanks dat verdachte informatie mogelijk ook elders kon verkrijgen

Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1197

Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat telkens sprake is van ‘enig geheim’ als bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is sprake van strafbare voorbereiding a.b.i. art. 46 Sr?

Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1199

In art. 46 lid 1 Sr wordt met “dat misdrijf” in de zinsnede “bestemd tot het begaan van dat misdrijf” gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid, en dus niet op de voorbereiding zelf. (Vgl. HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1956.) Dat betekent dat het object waarop een in artikel 46 Sr genoemde gedraging betrekking heeft, moet zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf dat is voorbereid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. beoordeling van aanhoudingsverzoeken wegens de verhindering van verdachte of zijn raadsman

Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1158

Het middel heeft betrekking op de afwijzing door het hof van het aanhoudingsverzoek dat ter zitting is gedaan. Gesteld wordt dat deze afwijzing getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans niet zonder meer toereikend is gemotiveerd en begrijpelijk is, omdat het hof aan die beslissing slechts ten grondslag heeft gelegd dat het hof niet is gebleken van enige aanwijzing dat verdachte van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken. Daarbij heeft het hof niet de vereiste belangenafweging gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Enkele vrijspraak medeverdachte niet voldoende voor herziening

Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1159

In de aanvraag wordt aangevoerd dat het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot vrijspraak indien het hof bekend zou zijn geweest met de gronden waarop het hof Arnhem-Leeuwarden van 16 oktober 2019 de medeverdachte heeft vrijgesproken van – kort gezegd – de aan hem onder 2 tenlastegelegde gedragingen met betrekking tot een voorwerp waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over art. 39 Sr en culpa in causa

Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1073

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof het verweer dat de feiten niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend, omdat hij handelde vanuit een acute psychose terwijl de mate waarin het gebruik van amfetamine en alcohol het psychisch functioneren kon beïnvloeden niet voorzienbaar was, ten onrechte althans op ontoereikende gronden heeft verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Controlebevoegdheden mogen niet worden gebruikt indien in die bevoegdheidsuitoefening uitsluitend kan worden aangemerkt als opsporing. HR wijst zaak na tweede cassatieronde terug.

Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1155

Het gaat in deze cassatieprocedure, net als in de eerste cassatieprocedure, over de vraag of het hof terecht geoordeeld heeft dat de opsporingsambtenaren bij het doen stilstaan en controleren van de auto waarin de verdachte zich bevond, daartoe de bevoegdheid hadden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer gaat een goed aan een ander 'toebehoren' in geval van huurkoop?

Hoge Raad 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1033

Het hof heeft vastgesteld dat de civiele kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij onherroepelijk arrest van 27 mei 2014 voor recht heeft verklaard dat de rechtsverhouding tussen de verdachte en aangeefster met betrekking tot het paard huurkoop is en dat de aangeefster na betaling van 48 maandelijkse termijnen eigenaresse zou zijn van het paard. Het heeft voorts vastgesteld dat voornoemd gerechtshof de verdachte heeft veroordeeld het paard aan de aangeefster terug te geven, maar dat de verdachte het paard niet heeft teruggegeven en het bij zich heeft gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad over criterium van 'gebleken onschuld' in civiele schadevergoedingsprocedure na vrijspraak verdachte

Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:619

Het civiele criterium van ‘gebleken onschuld’ in een schadevergoedingsprocedure bij de burgerlijk rechter na een vrijspraak in een strafzaak, leidt tot spanning met de onschuldpresumptie. Daarin kan een argument worden gevonden afscheid te nemen van dit criterium. Voor de voormalige verdachte bestaat dan nog maar één mogelijkheid om een vordering tot schadevergoeding door de burgerlijke rechter toegewezen te krijgen. Die mogelijkheid doet zich voor als het optreden van politie en/of justitie al op het moment van dat optreden met een rechtsregel in strijd was. Dit adviseert advocaat-generaal (AG) Bleichrodt in zijn conclusie naar aanleiding van prejudiciële vragen die het gerechtshof Den Haag aan de Hoge Raad heeft gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling Haagse arts wegens ondeugdelijke borstoperaties definitief

Hoge Raad 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1093

De veroordeling van een Haagse arts wegens mishandeling van negen patiënten door op ondeugdelijke wijze borstimplantaten in te brengen, wat tot zwaar lichamelijk letsel heeft geleid, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen over het betrekken van een niet tlgd. feit bij de strafoplegging

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1023

In de onderhavige zaak duidt de door het hof gebezigde formulering erop dat met de vermelding van het niet tenlastegelegde feit bij de strafoplegging in het bijzonder gewicht is toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte niettegenstaande een eerdere veroordeling zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit. Deze veroordeling was echter nog niet onherroepelijk ten tijde van het begaan van de feiten waarop de strafoplegging betrekking heeft. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^