Oplichting van beleggers: klacht over verwerping van bewijsverweer en oordeel dat beleggers zijn bewogen tot afgifte van geldbedragen, oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en het medeplegen

Hoge Raad 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1878

Het tweede middel bevat twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het hof ten onrechte, althans op onbegrijpelijke dan wel ontoereikende wijze is gekomen tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde door (ik citeer het middel) “te oordelen dat de in de bewezenverklaring genoemde personen (…) werden bewogen tot de (girale) afgifte van geldbedragen door de in de bewezenverklaring genoemde oplichtingsmiddelen dan wel door (impliciet) te oordelen dat het desbetreffende oplichtingsmiddel een middel is in de zin van de strafwet”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. beoordeling verzoeken tot aanhouding van OTTZ wegens verhindering verdachte en aannemelijkheid aangevoerde omstandigheden

Hoge Raad 26 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1856

In zijn overzichtsarrest van 6 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1934, over verzoeken tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting wegens de verhindering van de verdachte of zijn raadsman bij de behandeling aanwezig te zijn heeft de Hoge Raad onder meer vooropgesteld dat, nadat in voorkomende gevallen gelegenheid is geboden voor een nadere toelichting of het overleggen van bewijsstukken, de rechter het verzoek reeds - dat wil zeggen: zonder dat wordt overgegaan tot een afweging tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen - kan afwijzen op de grond dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting Ministerie OCW: Zonder nadere motivering oordeel niet begrijpelijk dat ontkomen aan verplichting tot terugbetaling inschuld, kan worden aangemerkt als bewegen “tot afgifte” geldbedragen

Hoge Raad 3 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1879

Het middel klaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde, voor zover inhoudende dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (in 2003 gewijzigd in Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hierna: Ministerie van OCW) is bewogen tot afgifte van meerdere geldbedragen, niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring mede in het licht van een gevoerd verweer ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Proceskosten benadeelde partij: HR herhaalt overwegingen m.b.t. begroting van de proceskosten en de taak van de strafrechter

Hoge Raad 26 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1857

Het middel klaagt over de verwijzing van de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, en over de begroting van deze proceskosten op € 4.000,-.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR geeft uitleg over interpretatie “enig nadeel" in art. 231b Sr

Hoge Raad 26 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1698

Het middel houdt in dat ’s hofs oordeel omtrent het bewezenverklaarde ‘waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan’ in de zin van art. 231b Sr getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat dit oordeel niet begrijpelijk of onvoldoende is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de oproeping van een niet-verschenen getuige en het gebruik voor het bewijs van diens verklaring

Parket bij de Hoge Raad 26 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1233

Het middel houdt in dat het hof het voorwaardelijk verzoek getuige benadeelde te horen en het onvoorwaardelijk verzoek tot het lokaliseren van deze getuige benadeelde, heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zaak beleggingsfraude Pura Vida moet deels over

De veroordeling van één verdachte wegens grootschalige beleggingsfraude in de zogenoemde Pura Vida-zaak blijft niet in stand. Die zaak moet op het punt van het door het gerechtshof bewezenverklaarde medeplegen van oplichting over. De veroordeling van een medeverdachte blijft wel in stand en is daarmee definitief. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Enkel ter beschikking stellen onvoldoende voor medeplichtigheid

Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1812

Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte samen met de medeverdachte als hoofdbewoner en mede-eigenaar van de gezamenlijke woning aan de a-straat 1 te plaats de beschikking had over dat pand, medeverdachte betrokken was bij een hennepkwekerij die was gevestigd in twee ruimtes in de woning waar hij de daar gekweekte planten verzorgde en de verdachte wist van die hennepkwekerij, maar deze situatie in stand heeft gelaten. Het Hof heeft op basis van deze vaststellingen bewezenverklaard dat de verdachte aan medeverdachte opzettelijk "gelegenheid heeft verschaft" tot het telen van hennep. Dat oordeel is daarmee echter niet toereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing aanhoudingsverzoek tot later tijdstip op dezelfde dag niet onbegrijpelijk

Hoge Raad 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1759

Blijkens het proces-verbaal heeft de raadsvrouwe, omdat de verdachte had laten weten zich te hebben verslapen, het verzoek gedaan “tot aanhouding voor bepaalde tijd tot later op deze dag”. Naar aanleiding van dat verzoek heeft het Hof vastgesteld dat de verdere zittingsdag volledig is geappointeerd en geoordeeld dat er geen ruimte is de behandeling van de zaak naar een later tijdstip op die dag te verplaatsen en dat geen gevolg kan worden gegeven aan het door de raadsvrouwe gedane verzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad geeft uitleg over “daadwerkelijk deelnemen” aan politieverhoor door advocaat en mogelijkheid om in cassatie te klagen over het niet stellen van prejudiciële vragen

Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1795

De verdediging heeft het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen op verschillende momenten tijdens het proces gedaan. In de kern komt dit verzoek erop neer dat het Hof van Justitie moet worden gevraagd naar de uitleg van “daadwerkelijke deelname” van de verdediging (en de verdachte) aan het politieverhoor in de zin van art. 3, derde lid, sub b van de Richtlijn 2013/48/EU. “Daadwerkelijke deelname” omvat volgens de verdediging – kort gezegd – inzage en/of afschrift van het complete strafdossier voorafgaand aan de eerste inhoudelijke verhoren bij de politie en de beschikking over voor de verdachte ontlastende informatie ten aanzien van de formele beschuldiging door de politie, zodat de raadsman en de verdachte daadwerkelijk effectief kunnen deelnemen aan die politieverhoren.

Read More
Print Friendly and PDF ^