Is de bij aanvang van de zitting nabij de zittingszaal aanwezige verbalisant een verschenen getuige?

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1143

Het middel berust op de opvatting dat een persoon die niet als getuige is opgeroepen, maar zich op het verzoek van het openbaar ministerie om praktische redenen bij aanvang van de terechtzitting nabij de zittingszaal beschikbaar heeft gehouden teneinde, indien nodig, een verklaring te kunnen afleggen, moet worden aangemerkt als een zogenoemde meegebrachte getuige en mitsdien als een "verschenen getuige" in de zin van art. 287, tweede lid, Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer sprake van leveren van zodanige intellectuele en/of materiële bijdrage aan oplichtingen dat deze zijn medegepleegd?

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1136

In de kern klaagt het middel dat geen sprake was van medeplegen, hoogstens van handelingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht. Uit de bewijsvoering van het hof kan immers niet méér worden afgeleid dan dat de verdachte verantwoordelijk was voor het vervoer naar en van de opgelichte huurbedrijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt vooropstellingen uit overzichtsarrest over aanhoudingsverzoeken wegens verhindering van verdachte of zijn raadsman bij de behandeling van de zaak ttz. aanwezig te zijn

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1144

Het middel klaagt dat de afwijzing door het gerechtshof van het door de niet-gemachtigde raadsman gedane verzoek tot aanhouding om (alsnog) in staat te worden gesteld om van de verdachte een machtiging te krijgen zodat hij namens hem de verdediging kan voeren, onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt gegeven samenvatting van zijn eerdere rechtspraak over bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf”

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1137

Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende en/of onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De motivering zou met name tekortschieten doordat is afgeweken van een aantal uitdrukkelijk onderbouwde standpunten zonder dat het hof inzicht zou hebben gegeven in de redenen die tot afwijking van die standpunten hebben geleid. In de toelichting op het middel worden vier klachtonderdelen geformuleerd. Voorafgaand aan de bespreking daarvan geef ik de bewezenverklaring onder 4, de daarop betrekking hebbende bewijsmiddelen en bewijsoverweging alsmede delen van de bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota weer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR gaat in op beoordeling aanhoudingsverzoeken waarbij raadsman aangeeft dat hij niet weet waarom verdachte niet is verschenen en deze mogelijk geen weet heeft van zitting

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1145

Het middel komt op tegen de afwijzing door het hof van het namens de verdachte gedane aanhoudingsverzoek. Geklaagd wordt dat het hof in zijn beslissing geen blijk heeft gegeven de vereiste belangenafweging te hebben gemaakt, omdat het hof zich er niet van vergewist heeft of sprake is van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan het belang van een behoorlijke strafvordering dient te prevaleren boven het aanwezigheidsrecht van de verdachte. Daarbij wordt onder andere aangevoerd dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de verdachte zelf van de zitting op de hoogte was en dat het aanwezigheidsrecht hierdoor “wegvalt”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Enkele gedachten over de toekomst van de selectie vóór de poort

Nu de Hoge Raad bijna driekwart van de cassatieschrifturen in strafzaken afdoet zonder inhoudelijke motivering is de vraag gerechtvaardigd of de advocatuur op de huidige weg verder moet. De uitkomst van een recente tuchtrechtelijke procedure doet vermoeden dat de selectie vóór de poort wel wat strenger mag. De invoering van een gespecialiseerde cassatiebalie in strafzaken kan bijdragen aan een evenwichtiger balans tussen de belangen van verdachten enerzijds en de eigen verantwoordelijkheid van de advocaat ten opzichte van de Hoge Raad anderzijds.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtmatigheid onderzoek smartphone: HR herhaalt beoordelingskader over onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1079

Het middel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft verworpen het verweer dat het onderzoek aan de smartphone van de verdachte onrechtmatig is en dat de resultaten daarvan moeten worden uitgesloten van de bewijsvoering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t de mogelijkheid een taakstraf op te leggen aan verdachte die woonachtig is in ander EU-land

Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1066

De enkele omstandigheid dat de verdachte in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland woonachtig is, staat niet in de weg aan de oplegging van een taakstraf. Gelet op het toepasselijke juridisch kader - de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties en het Kaderbesluit 2008/947/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen - belet die enkele omstandigheid immers op zichzelf niet de tenuitvoerlegging in een andere lidstaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van oud-wethouder van Roermond wegens omkoping blijft in stand

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1135

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van de verdachte verworpen. Er is onder meer geklaagd dat de rechtbank en het Hof niet bevoegd zouden zijn over een aantal tenlastegelegde feiten te oordelen, omdat het zou gaan om ambtsmisdrijven. Daarover zou alleen de Hoge Raad mogen oordelen. Verder zou de oud-wethouder ten onrechte zijn veroordeeld wegens het schenden van een geheim door het lekken van vertrouwelijke informatie uit de sollicitatieprocedure voor een nieuwe burgemeester in Roermond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. ondervragingsrecht en vraag wanneer bewezenverklaring in beslissende mate steunt op verklaring van een niet door verdediging ondervraagde getuige

Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1058

Voor de beantwoording van de vraag of de bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van - kort gezegd - een, ondanks het nodige initiatief daartoe, niet door de verdediging ondervraagde getuige, is van belang in hoeverre die verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het benodigde steunbewijs moet betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Of dat steunbewijs aanwezig is, wordt mede bepaald door het gewicht van de verklaring van deze getuige in het licht van de bewijsvoering als geheel.

Read More
Print Friendly and PDF ^