HR herhaalt overwegingen m.b.t. rechterlijke beslissing op beroep op noodweer, noodweerexces en putatieve noodweer en m.b.t. de voorwaarden voor geslaagd beroep op noodweerexces

Hoge Raad 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2093

Indien door of namens de verdachte een beroep op noodweer, noodweerexces of putatieve noodweer is gedaan, moet de rechter een gemotiveerde beslissing geven op dat verweer. Dan zal hij moeten onderzoeken of aan de voorwaarden voor de aanvaarding van dat verweer is voldaan. In dat verband kan betekenis toekomen aan de inhoud en indringendheid van de door of namens de verdachte aangevoerde argumenten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: voor “beïnvloeden” van een getuige is niet nodig dat ertoe wordt bewogen een onware verklaring af te leggen

Hoge Raad 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2092

Voor 'beïnvloeden' in de zin van art. 285a, eerste lid, Sr hoeft niet vast te komen staan dat de uiting van de verdachte ertoe strekte een persoon te bewegen een verklaring af te leggen die niet waarheidsgetrouw is. Art. 285a, eerste lid, Sr strekt immers ter waarborging van de vrijheid van personen om onbelemmerd naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of een ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen, waarbij het aan zo een persoon is te bepalen hoe de inhoud van zijn in overeenstemming met zijn eigen, mogelijke gebrekkige herinnering aan bepaalde gebeurtenissen af te leggen verklaring luidt, zonder bemoeienis van een ander met die inhoud.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toewijzing immateriële schade aan benadeelde toezichthouder NVWA wegens erfvredebreuk. Voldaan aan eisen art. 6:106 BW? Aantasting in de persoon?

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2013

Het middel klaagt over de toewijzing van de vorderingen van benadeelde partijen en over het opleggen van de schadevergoedingsmaatregelen. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat aan de eisen van artikel 6:106 BW was voldaan. Er kan niet gesproken worden van een "aantasting in zijn persoon". Evenmin is vastgesteld dat verdachte het oogmerk heeft gehad om de benadeelde partijen immateriële schade toe te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: De uitspraak op een vordering tot ontneming van w.v.v. moet de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2009

Ingevolge art. 511e, eerste lid, Sv (in eerste aanleg) en art. 511g, tweede lid, Sv (in hoger beroep) is op de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel art. 359, derde lid, Sv van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat die uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. het recht op consultatiebijstand en de gevolgen van schending van dit recht

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2056

Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 2 onvoldoende met redenen is omkleed, doordat het hof in reactie op het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging – inhoudend dat het verzuim de verdachte te wijzen op zijn recht een raadsman te consulteren tot bewijsuitsluiting dient te leiden – een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip “verhoor”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Sprongcassatie door curator na teruggave van personenauto die onder een handelsonderneming in beslag was genomen

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2004

Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift en de aanvulling op dat klaagschrift van betrokkene 2, welk klaagschrift strekte tot teruggave van 137 auto's - die onder A BV in beslag waren genomen - en welke aanvulling van het klaagschrift strekte tot teruggave van een onder betrokkene 2 inbeslaggenomen camper en personenauto. Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van betrokkene 2 deels gegrond verklaard en de teruggave van de personenauto aan hem gelast en voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beschikking staat voor klager op grond van art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afwijzing aanhoudingsverzoek

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2020

Het middel klaagt over de afwijzing van het aanhoudingsverzoek van de advocaat. Die afwijzing zou ontoereikend zijn gemotiveerd onder meer gelet op hetgeen de advocaat ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Niet blijkt dat het hof onderzoek heeft gedaan naar de geldigheid van de uitreiking van appeldagvaarding. Evenmin blijkt welke belangen het hof heeft afgewogen om te komen tot een afwijzing van een aanhoudingsverzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: Geen bijzondere volmacht vereist bij benadeelde rechtspersoon en ondertekening voegingsformulier door een persoon die optreedt namens die rechtspersoon

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2006

Het vierde middel klaagt over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. In de eerste plaats blijkt niet dat degene die zegt namens ABN AMRO te zijn verschenen door de bank was gemachtigd om namens ABN AMRO op te treden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klacht die strekt tot vernietiging van de uitspraak in de ontnemingszaak wanneer de cassatiemiddelen in de hoofdzaak gegrond worden bevonden voldoet niet aan vereisten wettig cassatiemiddel

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010

Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over recht om getuigen daadwerkelijk te (doen) ondervragen en verschil karakter tussen straf- en ontnemingsprocedure

Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023

De ontnemingsprocedure heeft een ander karakter dan de strafprocedure. Het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan ingevolge art. 338 Sv door de rechter slechts worden aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen. In de ontnemingsprocedure is de rechter voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebonden aan art. 511f Sv waarin is bepaald dat de rechter die schatting slechts kan ontlenen aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^