Sociale zekerheidsfraude: Bruto of netto benadelingsbedrag relevant bij de toepassing van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude?

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2963

Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van het verweer dat het Openbaar Ministerie niet tot vervolging van de verdachte had mogen overgaan omdat het benadelingsbedrag verkeerd is berekend nu bij de berekening daarvan in strijd met de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude van een bruto- en niet van een nettobedrag is uitgegaan.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag & beklag: Doorzoeking kantoor waar eveneens consulaire post was gevestigd.

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2970

Het middel klaagt over het oordeel van de Rechtbank dat door de klager niet met succes een beroep kan worden gedaan op de onschendbaarheid van de consulaire archieven als bedoeld in het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad doet suggestie aan wetgever regels te stellen over horen anonieme getuigen in belastingzaken

Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2986

Er zijn geen wettelijke regels over het horen van anonieme getuigen in belastingzaken. Het is daardoor ook onzeker of dat überhaupt wel mogelijk is. De wetgever zou die regels kunnen stellen. Deze suggestie aan de wetgever doet de Hoge Raad in een uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift: Bewijsbestemming van een rapport dat een onderzoeksrapport van een particulier recherchebureau moest voorstellen

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2958

Het Hof heeft uit de bewijsvoering klaarblijkelijk afgeleid dat het onderzoeksrapport bestemd was om te dienen tot het bewijs dat het overmaken van bedragen van de bankrekening van betrokkene 1 naar de bankrekening van de verdachte het gevolg was van fouten bij de SNS bank, dat de lening bij Santander op naam van de verdachte is afgesloten, dat de declaratie van de advocaat onjuist is en dat bij de postbestelling een brief met een geldbedrag is verdwenen en dat het onderzoeksrapport dat was voorzien van de naam, de adresgegevens en het logo van recherchebureau A B.V., ongeacht de daarin gemaakte taalfouten, in het maatschappelijk verkeer een zodanige betekenis kan worden toegekend, dat het daardoor kan worden aangemerkt als een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen als bedoeld in art. 225, eerste lid, Sr. Dat oordeel van het Hof geeft - gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld - niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent dat delictsbestanddeel en is niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen: "Onmiddellijke" afkomst uit "eigen" misdrijf? HR herhaalt overwegingen m.b.t. “verwerven” en “voorhanden hebben”.

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2962

In het bestreden arrest ligt als oordeel van het Hof besloten dat niet aannemelijk is geworden dat het aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Het Hof heeft daartoe in aanmerking genomen dat door of namens de verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat dit geldbedrag uit eigen misdrijf afkomstig is, in welk verband het Hof mede betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte verdere vragen omtrent de herkomst niet heeft willen beantwoorden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie in het belang der wet: Conclusie AG over de vraag of de oproeping van de veroordeelde voor de behandeling van het door haar ex art. 22g.3 Sr ingediende bezwaarschrift betekend moet worden

Parket bij de Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1209

Deze vordering tot cassatie in het belang der wet betreft een beslissing van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 19 december 2016 waarbij de oproeping van de veroordeelde voor de behandeling van het door haar op grond van art. 22g lid 3 Sr ingediende bezwaarschrift nietig is verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt aan te leggen maatstaf (beginselen van een behoorlijke procesorde) bij de beoordeling van een verzoek tot het overleggen van nieuwe bescheiden en stukken van overtuiging in h.b.

Hoge Raad 7 november2017, ECLI:NL:HR:2017:2818

Het eerste middel behelst onder meer de klacht dat de weigering van het hof een door de verdachte geschreven stuk, inhoudende zijn op schrift gestelde bezwaren (standpunten en verweren, met toelichting daarop), in ontvangst te nemen strijdig is met de in art. 414, eerste lid, tweede volzin, Sv aan de verdachte gegeven bevoegdheid om in hoger beroep nieuwe bescheiden over te leggen. Het hof heeft zijn weigering bovendien ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt consequenties die moeten worden verbonden aan de niet-naleving van art. 407 Sv doordat bij het instellen van het h.b. een ontoelaatbare beperking is aangebracht in de omvang van het beroep

 Hoge Raad 7 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2819

Het middel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat verdachte – ondanks de namens hem bij akte van 25 november 2014 aangebrachte ontoelaatbare beperking – in zijn hoger beroep kon worden ontvangen, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM?

Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2801

Het eerste middel klaagt er over dat het hof “ten onrechte geen zelfstandig oordeel over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in het vervolgingsrecht heeft gevormd en zich gebonden heeft geacht aan eerdere beslissing naar aanleiding van ander onderzoek ter terechtzitting, in een andere samenstelling.”

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. afwijzen aanhoudingsverzoek

Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2635

Het eerste middel bevat de klacht dat het hof een ter terechtzitting van 2 december 2015 door de (niet-gemachtigde) raadsvrouw van de verdachte gedaan verzoek tot aanhouding ten onrechte althans ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen. Hiertoe wordt betoogd dat het hof bij zijn afweging van de van de voor de beoordeling van het aanhoudingsverzoek relevante belangen onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het aanwezigheidsrecht van de verdachte.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^