Integrale vrijspraak voor witwassen. Handelingen van de verdachte wellicht verhullen van criminele herkomst van geldbedragen, maar dat is niet tenlastegelegd
/Gerechtshof Amsterdam 21 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5402
Read MoreGerechtshof Amsterdam 21 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5402
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9513
Artikel 11, derde lid, van de WAHV bepaalt dat de zekerheid dient te worden gesteld bij het CJIB te Leeuwarden, hetzij door middel van de aan betrokkene toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB. Voor de beantwoording van de vraag of tijdig zekerheid is gesteld, is dan ook bepalend of het te betalen bedrag binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van het CJIB.
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:11341
Het hof dient, voordat tot een inhoudelijk oordeel wordt gekomen, opnieuw te toetsen of de gehele procedure voldoet aan de eisen die gesteld worden in artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens voor een eerlijk proces, nu de zaak op de laatste zitting in hoger beroep bij het hof buiten aanwezigheid van verdachte en zonder aanwezigheid van een (toegevoegde) raadsman is behandeld.
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9608
De gemachtigde stelt dat sprake is van een onevenredige cumulatie van boetes. Aan de betrokkene zijn meerdere sancties opgelegd voor gedragingen op hetzelfde traject. Daarnaast geldt dat de termijn van vier maanden voor de bekendmaking van een beschikking zoals genoemd in de WAHV strijdig is met het beginsel van onverwijldheid zoals is neergelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Wanneer de betrokkene wel onverwijld van de eerste beschikking op de hoogte zou zijn gebracht, zouden de andere gedragingen niet zijn verricht.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 18 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5245
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, (te weten een poging tot diefstal in vereniging), zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Read MoreGerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 december 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:10905
De gemachtigden van klager hebben namens laatstgenoemde op 19 december 2014 aangifte gedaan van schending van het ambtsgeheim zoals bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, gepleegd door beklaagden. Voorts hebben klager en zijn gemachtigden zich op het standpunt gesteld dat het verstrekken van (onbewerkte) verhoren van aangevers, getuigen en verdachten, opgenomen op grond van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren (AVR-verhoren) aan SBS een schending oplevert van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM).
Read MoreGerechtshof Amsterdam 27 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5008
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe kort en zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. Het gebruik van de verklaring van de aangeefster als bewijsmiddel is in strijd met artikel 6 EVRM, omdat het hof het nader horen van aangeefster als getuige heeft afgewezen, terwijl zij slechts buiten de aanwezigheid van de verdediging is gehoord. De raadsman heeft in dit verband een beroep gedaan op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder Schatschaschwili v. Duitsland, 15 december 2015, 9154/10.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4945
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, omdat niet kan worden vastgesteld dat de Dendrobium nobile daadwerkelijk in de keelpastilles zat. Er is geen feitelijk en technisch onderzoek verricht aan de in beslag genomen keelpastilles.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5050
De verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren schuldig gemaakt aan belastingfraude door opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting te doen. De verdachte deed dit niet alleen voor zichzelf, maar ook voor derden. De verdachte heeft in zijn aangiften inkomstenbelasting en in die van derden te hoge of gefingeerde aftrekposten opgenomen, zoals scholingskosten, zorgkosten en kosten voor het levensonderhoud van kinderen. Hierdoor werd teveel belasting terugbetaald. Daarnaast heeft de verdachte ter onderbouwing van zijn eigen aangifte een aantal vervalste facturen of nota’s voorhanden gehad.
Read MoreGerechtshof Amsterdam 21 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4768
Aan de verdachte is tenlastegelegd het als echt en onvervalst uitgeven van valse bankbiljetten (onder 1) dan wel het in voorraad hebben van valse biljetten (onder 2) terwijl diegene de biljetten zelf heeft nagemaakt of vervalst of met die valsheid of vervalsing bekend was toen hij de biljetten ontving.
Read More