Indien klaagschrift ex art. 552a Sv deels niet gegrond wordt verklaard, is vergoeding van kosten ex art. 591a Sv niet mogelijk

Gerechtshof Den Haag 13 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2113

Verzoekster heeft bij een op 17 februari 2016 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingekomen verzoekschrift verzocht haar op de voet van art. 591a Sv een bedrag toe te kennen van €1.707,23 als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met een verzoek ex art. 552a Sv. Voorts heeft verzoekster bij dat verzoekschrift verzocht haar op de voet van art. 591a Sv het forfaitaire bedrag van €280 toe te kennen als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met het opstellen en indienen van het verzoekschrift ex art. 89 Sv, dan wel een bedrag van €550 in het geval van een mondelinge behandeling van dat verzoekschrift in raadkamer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: Kamagra geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, waardoor het (opzettelijk) in voorraad hebben ervan overtreding van artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet oplevert

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 14 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3237

De verdediging betwist dat Kamagra een geneesmiddel is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk: Tenlastelegging komt niet overeen met omschrijving gedraging in strafbeschikking

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1286

Tegen de verdachte is op 22 oktober 2013 onder CJIB-nummer 1132 5420 0145 7667 een strafbeschikking uitgevaardigd, waarin op de voet van artikel 257a lid 6 Sv is volstaan met een korte omschrijving van de gedraging ter zake waarvan de strafbeschikking is uitgevaardigd. Die omschrijving luidt: ‘Handel/vervoer hasjiesj in vereniging (> 30 gram)’. De strafbeschikking vermeldt voorts de tijd (10 juni 2013) waarop en de plaats (Tilburg) waar de gedraging werd verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Snorder: daadwerkelijke betaling van de ritprijs is niet vereist

Gerechtshof Amsterdam 8 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3319

De raadsman heeft een beroep gedaan op de uitzonderingsbepaling van artikel 2, vijfde lid, van de Wet Personenvervoer 2000. In dit artikel is bepaald dat de wet niet van toepassing is op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij dit wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De raadsman concludeert dat er geen ritprijs is betaald en dat de verdachte ten onrechte is veroordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Art. 89 & zaaksbegrip: Feit geseponeerd waarvoor VH is toegepast. Uit onderzoek geseponeerd feit vloeit verdenking voort ter zake van het feit waarvoor wel wordt vervolgd, maar VH niet is toegelaten.

Gerechtshof Den Haag 13 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2116

Verzoeker is op 21 april 2015 in verzekering gesteld op verdenking van het op die datum uitgeven van vals geld (art. 209 Wetboek van Strafrecht). Bij gelegenheid van het onderzoek naar dat feit is tevens de verdenking ontstaan dat Verdachte zich op 21 april 2015 ook schuldig zou hebben gemaakt aan verduistering (art. 321 Wetboek van Strafrecht). Op 22 april 2015 heeft de officier van justitie besloten verzoeker niet te vervolgen voor het uitgeven van vals geld wegens onvoldoende wettig bewijs, waarna verzoeker op die datum in vrijheid is gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kosten rechtsbijstand verplichte deelname alcoholslotprogramma komen ex art. 591a Sv niet voor rekening van de Staat

Gerechtshof Den Haag 1 juni 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2121

Het hof acht onvoldoende gronden van billijkheid aanwezig die zouden moeten leiden tot het oordeel dat de kosten voor rechtsbijstand in verband met die strafvervolging redelijkerwijs voor rekening van de Staat zouden moeten komen. Gelet hierop wijst het hof het verzoek tot vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Termijn van drie maanden ex art 591a Sv neemt aanvang dag na de uitspraak waarbij verdachte is vrijgesproken en OvJ TTZ afstand heeft gedaan

Gerechtshof Den Haag 13 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2114

Aan verzoeker is bij strafbeschikking van 22 oktober 2013 ter zake van overtreding van artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht (zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden) een geldboete opgelegd van €90.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarheid van een adviseur voor het plegen van een kwaliteitsdelict. Straf in EA van 10 maanden en geldboete €75.000. Het hof legt onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 29 maanden op.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 juli 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5999

De belastingdienst heeft in twee jaar tijd ruim €2.400.000 uitgekeerd aan de Medeverdachte in verband met teruggaven omzetbelasting ter zake van investeringen in onder meer een nieuwe stal, machines en dergelijke, terwijl er geen nieuwe stal was gebouwd op het terrein en ook de overige (grote) investeringen niet hadden plaatsgevonden. Daaraan is pas een einde gekomen na controle door de Belastingdienst. Verdachte heeft elke betrokkenheid bij het ten laste gelegde feiten ontkend en steeds volgehouden dat hij Medeverdachte slechts begeleidde bij de bouwkundige aspecten van de investeringen. Hij zou geen bemoeienis hebben gehad met de financiële en fiscale zaken van Medeverdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: In geval van ontneming op basis van kasopstelling heeft vrijspraak geen invloed op hoogte van de ontnemingsvordering

Gerechtshof Amsterdam 18 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3318

De raadsman heeft primair aangevoerd dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, subsidiair dat die vordering dient te worden verminderd omdat niet of onvoldoende aannemelijk is dat het bedrag dat het verschil vormt tussen de geschatte contante uitgaven en de gelden die beschikbaar waren voor het doen van uitgaven, van enig misdrijf of strafbare feiten afkomstig is. Hij heeft daartoe gesteld dat de veroordeelde legale inkomsten had uit verschillende bronnen zoals: prostitutie, rentegelden van contant verstrekte leningen, opbrengsten uit het belenen van sieraden en de verkoop van stimulerende middelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tegenstrijdigheden tussen beleidsregels OM dienen in voordeel verdachte te worden uitgelegd: OM niet-ontvankelijk

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3584

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, omdat verdachte is vervolgd in strijd met de Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor Strafvordering Opiumwet, softdrugs.

Read More
Print Friendly and PDF ^