Veroordeling ter zake van overtredingen van het Varkensbesluit. Beroep op AVAS wegens rechtsdwaling & ontbreken materiële wederrechtelijkheid verworpen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 augustus 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3764

Verdachte wordt veroordeeld ter zake van overtredingen van het Varkensbesluit tot drie geheel voorwaardelijke geldboetes van € 800 met een proeftijd van 2 jaren. Verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer, bewijsverweren, een beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijk en een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens rechtsdwaling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering door Financial en Operations Manager

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6174

Verdachte heeft bekend dat hij in de periode van 8 mei 2013 tot en met 18 juni 2013 €65.849,14, afkomstig van bedrijf heeft gestort op de rekening van de voetbalvereniging naam voetbalvereniging. Dit geld behoorde verdachte noch naam voetbalvereniging toe. In de periode van 10 januari 2012 tot en met 8 oktober 2013 heeft verdachte gelden van de rekening van naam voetbalvereniging opgenomen en zich toegeëigend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM ten onrechte NO verklaard: combi art. 69 AWR & art. 225 Sr, zodat ttv TPO op juiste gronden tot strafvervolging is besloten

Gerechtshof Amsterdam 3 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3284

De economische politierechter heeft in zijn vonnis van 23 mei 2014 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte. De politierechter heeft daarbij overwogen dat enige tijd nadat op het tripartiete overleg was besloten tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek, als gevolg van dat onderzoek de omvang van de verdenkingen tegen de verdachte was afgenomen. Het desondanks dagvaarden van de verdachte acht de politierechter in strijd met de geest van de Richtlijnen aanmelding en afhandeling fiscale delicten, douane- en toeslagendelicten (Richtlijnen AAFD).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling katvanger wegens witwassen door zich als bestuurder van B.V. in te schrijven in KvK

Gerechtshof Amsterdam 15 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3322

Verdachte heeft als katvanger gefungeerd in een frauduleus verband, waarvan in ieder geval één partij het slachtoffer is geworden.  De verdachte heeft op instigatie van ene medeverdachte 2 de rechtspersoon bedrijfsnaam 1 op haar naam gezet. Zij heeft zich bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven als (enig) bestuurder. Vervolgens heeft zij zich bij de bank als gemachtigde gepresenteerd voor de op naam van die BV gestelde bankrekening. Zij heeft daartoe met medeverdachte 2 de Kamer van Koophandel en de betreffende bank bezocht. Medeverdachte 2 heeft gezegd dat er geld op de bankrekening zou worden gestort, dat ‘ze’ dat geld zouden weghalen en dat de verdachte een deel, namelijk 5.000 euro, zelf mocht houden. Het bankpasje en de pincode behorend bij de bankrekening heeft de verdachte daartoe aan medeverdachte 2 afgegeven. De verdachte wist niet veel van deze medeverdachte 2.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tweemaal vrijspraak koolmonoxideongeval Zeewolde

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6661 en ECLI:NL:GHARL:2016:6662

In een woning in Zeewolde zijn op 21 en 22 januari 2013 twee personen om het leven gekomen door een koolmonoxidevergiftiging. De koolmonoxide was vrijgekomen uit een kier tussen de rookgasafvoer en de centrale verwarmingsketel. De cv-installatie was op 7 oktober 2012 nieuw aangelegd. De twee installateurs (vader en zoon) zijn vervolgd wegens dood door schuld. Het hof heeft vandaag beide verdachten vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onrechtmatige vergezelling bij binnentreden door belastingambtenaren

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 augustus 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3541

Met de rechtbank stelt het hof vast dat in deze zaak de politie zich door belastingambtenaren heeft laten bijstaan hoewel dat niet redelijkerwijs was vereist in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi), gelet op de verdenking terzake aanwezigheid van een hennepkwekerij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak art. 10.1 lid 2 Wet milieubeheer: Niet kan worden bewezen dat de afvalstoffen bij de verdachte zijn ontstaan.

Gerechtshof Amsterdam 10 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2470 

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen dat de afvalstoffen die de verdachte heeft achtergelaten bij hem zijn ontstaan. De verklaring van de verdachte tegenover de buitengewoon opsporingsambtenaar dat hij ‘het (het hof begrijpt: het afval) ergens kwijt moest’ en ‘het afval afkomstig is uit een tuin’ acht het hof hiertoe onvoldoende. Dit geldt temeer nu de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft verklaard dat het afval van een vriend was en hij deze vriend heeft geholpen, hetgeen het hof niet tegenstrijdig acht met zijn eerdere verklaring tegenover de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Projectontwikkelaar laat privé-verbouwingen in Nederland en Zuid-Frankrijk door zijn vennootschappen betalen. Geen sprake van tijdige inkeer.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6032

De verdediging heeft ter terechtzitting betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging ten aanzien van de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat op 6 juli 2009 namens verdachte zowel objectief als subjectief gezien een vrijwillige melding is gedaan van de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten. Deze melding dient gekwalificeerd te worden als vrijwillige verbetering in de zin van artikel 69, derde lid, van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak: Geluidsmetingen van de toezichthoudend ambtenaar voldoen niet aan de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai

Gerechtshof Amsterdam 10 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2471 

Aan verdachte is in twee (gevoegde) zaken als drijver van een inrichting overschrijding van de geluidsnorm (overtreding van art. 8.40, eerste lid, Wet milieubeheer) ten laste gelegd. De verdediging heeft betoogd dat de feiten in beide zaken niet kunnen worden bewezen, omdat de aan de berekeningen (geluidsmetingen)  “beoordelingsniveau vereenvoudigde methode 1” ten grondslag liggende metingen en analyses niet correct zijn uitgevoerd door toezichthoudend ambtenaar J. Mosman en de rapporten mitsdien niet bruikbaar zijn voor het bewijs. De verdachte dient in beide zaken te worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling rechtspersoon en feitelijk leidinggever: Ondanks huur met BTW werd ontvangen, is geen BTW afgedragen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6034 (rechtspersoon) Verdachte, een stichting, heeft zich gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting. Al die jaren is er telkens een nihilaangifte ingediend, terwijl uit het dossier blijkt dat de Stichting gedurende deze jaren wel degelijk belaste huurinkomsten ontving. Stichting bracht bij de huurder de omzetbelasting in rekening en kreeg deze ook betaald, maar heeft deze gelden vervolgens niet aan de Belastingdienst afgedragen. De Belastingdienst dient erop te kunnen vertrouwen dat de aangifte duidelijk, volledig en zonder voorbehoud geschiedt. Door de Stichting is op grove wijze misbruik gemaakt van dit stelsel. Voorts wordt het handelen van Stichting in de maatschappij als zeer verwerpelijk ervaren. Door zo te handelen zijn de Belastingdienst en dus de Staat willens en wetens benadeeld. Daarbij komt dat de administratie van de Stichting niet aan de Belastingdienst is overgelegd en er geen inzicht in de financiële huishouding van de Stichting werd gegeven. Door zo te handelen heeft de verdachte de Nederlandse Staat voor een bedrag van ongeveer €100.000 benadeeld.

Het hof is van oordeel dat de door verdachte bepleite vrijspraak wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Daarbij overweegt het hof het volgende.

Uit het dossier blijkt dat op 1 mei 1993 een beschikking ex artikel 11, eerste lid, onderdeel a, ten vijfde, van de Wet op de omzetbelasting 1968 door de belastingdienst is afgegeven met betrekking tot het pand te Duiven. Afschrift van die beschikking is verstuurd naar de verhuurder, Stichting en de huurder, bedrijf B.V. Zowel verhuurder als huurder wisten derhalve dat over de huur omzetbelasting moest worden betaald (en vervolgens dan ook afgedragen aan de belastingdienst). De vertegenwoordiger van verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 september 2012 verklaard dat niet hij maar de Stichting verdachte de verhuurder was van het pand te Duiven. Uit het dossier is niet gebleken dat het huurcontract van Stichting verdachte is overgedragen aan een andere partij. In het verhoor van de vertegenwoordiger van verdachte door de FIOD op 15 november 2006 heeft deze verklaard dat er bij verdachte twee bestuurders zijn, maar dat de zaken aan hem, betrokkene, zijn overgelaten. Voorts heeft de vertegenwoordiger van verdachte verklaard dat hij de aangiften heeft ingevuld, dat zijn handtekening eronder staat en dat hij ze daarna op de bus heeft gedaan. Nu over de huur BTW is berekend volgt hieruit dat de omzetbelasting had moeten worden aangegeven op de aangiften.

Daderschap rechtspersoon

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een rechtspersoon aangemerkt worden als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. De vraag wanneer een (verboden) gedraging in redelijkheid kan worden toegerekend is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is de vraag of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Hiervan zal onder andere sprake kunnen zijn wanneer het gaat om handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon, de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon, de gedraging de rechtspersoon dienstig is geweest en de rechtspersoon erover vermocht te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden.

De onjuiste aangiften voor de omzetbelasting van de Stichting verdachte zijn door de vertegenwoordiger van verdachte als bestuurder van de stichting opgemaakt en verzonden. Verdachte heeft als doel de exploitatie van onroerend goed. De ten laste gelegde gedragingen hebben derhalve alle plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon en zijn de rechtspersoon dienstig geweest terwijl de rechtspersoon er over vermocht te beschikken of deze gedragingen al dan niet plaatsvonden.

Op grond van de hierboven beschreven gang van zaken met betrekking tot het doen van de aangiften en de bij de vertegenwoordiger van verdachte als bestuurder aanwezige kennis wordt vastgesteld dat bij de rechtspersoon het vereiste opzet en het oogmerk aanwezig was.

Het door de vertegenwoordiger van verdachte en de verdediging geschetste scenario als zou niet verdachte de verhuurder zijn en de huurpenningen zou hebben ontvangen wordt als volstrekt ongeloofwaardig ter zijde geschoven.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.
  • Feit 2: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk niet beschikbaar stellen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

Strafoplegging

Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €72.500.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6029 (feitelijk leidinggever)

De feitelijk leidinggever wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly and PDF ^