AFM investeert in versterking en vernieuwing toezicht

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) investeert in technologieën en methodieken die zullen leiden tot het versterken en het vernieuwen van het toezicht. De AFM doet dit in reactie en anticipatie op de ontwikkelingen binnen en buiten de financiële sector, en de snelheid waarmee deze ontwikkelingen plaats vinden. Dat is de basis van de Agenda 2016-2018 die de AFM op donderdag 18 februari presenteert. Via thematisch en regulier toezicht wil de AFM ongewenste risico’s in de financiële markten verkleinen. Daarnaast vergroot de AFM de effectiviteit en efficiency van haar organisatie. De AFM richt zich met haar activiteiten op eerlijke en transparante financiële markten en duurzaam financieel welzijn in Nederland. “Wij streven deze missie na in een periode vol veranderingen,” aldus AFM voorzitter Merel van Vroonhoven. De financiële sector blijft door technologische en maatschappelijke veranderingen volop in beweging. “Om ons toezicht nu en in de toekomst goed uit te kunnen voeren, voert de AFM daarom diverse aanpassingen door. De AFM investeert daarom de komende jaren in verbetering van de kwaliteit en de effectiviteit van het toezicht. Daarbij richten we ons onder meer op innovatie en fintech, op het gebruik en de mogelijkheden van data, op kapitaalmarkten en op kennis van cultuur en (consumenten)gedrag.” Al deze ontwikkelingen leiden tot veranderingen in de manier waarop de AFM haar toezicht organiseert.

Voor de AFM zijn het maatschappelijk mandaat en het contact met haar stakeholders van groot belang. AFM-voorzitter van Vroonhoven: “De onverminderd hoge verwachtingen die de maatschappij van de financiële sector én van de toezichthouder heeft, vragen om verantwoording en transparantie, ook over ons eigen handelen. We moeten daarin ook helder zijn over wat reële verwachtingen voor het toezicht zijn en waar de AFM zich op richt”.

De prioriteiten van de AFM

Om haar toezicht te versterken en toekomstbestendig te maken, heeft de AFM haar organisatie herijkt en heeft zij in de Agenda 2016-2018 voor zichzelf drie prioriteiten centraal gesteld:

  1. Verkleinen van ongewenste risico’s voor de samenleving.
  2. Versterken van het toezicht door te investeren in technologie en methodieken.
  3. Vergroten van effectiviteit en efficiency van de eigen organisatie.

1. Verkleinen van ongewenste risico’s voor de samenleving

Om eerlijke en transparante financiële markten en duurzaam financieel welzijn te kunnen bereiken, is het van belang dat de AFM een bijdrage levert aan het verkleinen van ongewenste financiële risico’s voor de samenleving. Het gaat dan onder meer om het verkleinen van risico’s die samenhangen met de aanhoudend lage rente, het verschuiven van risico’s naar het individu, en de impact van technologische ontwikkelingen.

Lage rente

De aanhoudend lage rente leidt er onder meer toe dat beleggers mogelijk meer risico nemen dan verstandig is. Ook ontstaat er druk op dekkingsgraden van pensioenfondsen en solvabiliteitposities van levensverzekeraars. De rol van assetmanagement neemt hierdoor toe. Daarom bundelt de AFM haar activiteiten binnen een nieuw domein Asset Management, waarin alle kennis en expertise binnen de AFM op dit gebied wordt samengevoegd om een adequaat antwoord te bieden op de ontwikkelingen.

Van collectieve naar individuele risico’s

Risico’s verschuiven in toenemende mate van het collectief naar het individu. Bijvoorbeeld door de eigen verantwoordelijkheid van zzp’ers voor hun pensioenopbouw, maar ook door versobering van de collectieve pensioenopbouw van werkenden. De AFM vergroot via een specifiek Pensioenprogramma haar aandacht op begrijpelijke en efficiënte pensioenproducten die aansluiten bij de behoeften van consumenten, op begrijpelijke pensioencommunicatie en op het terugdringen van suboptimale pensioenregelingen- en producten.

De impact van technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen leiden tot de opkomst van nieuwe spelers en tot druk op het verdienmodel van traditionele spelers. De ontwikkelingen raken de werking van kapitaalmarkten, adviesmarkten en retail, en werpen nieuwe vraagstukken op, zoals de omgang met (financiële) data. De AFM zal een constructieve bijdrage leveren aan de beïnvloeding van nieuwe regelgeving voor nieuwe concepten en spelers via het Programma Innovatie & Fintech, dat de toezichtinspanningen van de AFM op dit gebied bundelt. De eerste resultaten hiervan zijn de start van het Innovatie & Fintech Portal samen met DNB en de oprichting van een Adviescommissie met experts op het gebied van fintech en innovatie.

2. Versterken van het toezicht door te investeren in technologie en methodieken

Om naar aanleiding van en in voorbereiding op alle veranderingen het toezicht goed te kunnen inrichten, zorgt de AFM voor vernieuwing van haar methodieken en expertise. Verdeeld over drie aandachtsgebieden, worden deze binnen een nieuw opgericht, intern Expertise Centrum geadresseerd.

Consumentengedrag

Vergroting van kennis op het gebied van het gedrag van consumenten en beleggers, versterkt de effectiviteit van toezicht. Uit gedragswetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat consumenten en beleggers veelal niet rationeel handelen. Meer kennis en begrip van het gedrag van consumenten en beleggers draagt bij aan het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van effectieve interventies door de AFM.

Gedrag en cultuur

Meer kennis en begrip van gedrag en cultuur bij financiële ondernemingen vergroot de effectiviteit van het toezicht door de AFM. Problemen in het gedrag en de cultuur van een onderneming blijken namelijk vaak een voorbode van misstanden in producten en dienstverlening. De AFM zal instrumenten en methodieken ontwikkelen om tijdig en beter inzicht te krijgen in (onwenselijk) gedrag van financiële ondernemingen. Structureel onderzoek naar de organisatiecultuur van onder toezicht staande ondernemingen vergroot daarbij het inzicht in risico’s van gedrag en cultuur en in effectieve interventies hiervoor.

Datagedreven toezicht

Dat financiële markten steeds meer op basis van data en geautomatiseerde processen werken, biedt de AFM de mogelijkheid om meer en beter gebruik te maken van beschikbare gegevens. Het bijeenbrengen van gegevens en de analyse van data gebeurt al, maar via het Expertise Centrum geeft de AFM haar ambitie om een datagedreven toezichthouder te worden verder worden vorm. Waar mogelijk werkt de AFM hierin samen met andere partijen.

3. Vergroten van effectiviteit en efficiency van de eigen organisatie

Om alert te kunnen reageren, past de AFM ook de interne organisatie aan. De organisatie van de AFM wordt vereenvoudigd en het besturingsmodel wordt verder aangescherpt. Daarbij worden risicobeheersing en verantwoording belangrijker, door te sturen op resultaat en discipline en de ontwikkeling van leiderschap. Waar mogelijk worden werkprocessen – zoals accountmanagement, signalering van risico’s en vastlegging van data – vereenvoudigd en gebundeld, onder meer via Lean Six Sigma en IT-investeringen.

Bron: AFM

 

Print Friendly and PDF ^

'Boeteoplegging door de AFM en DNB: over redelijkheid en functiescheiding'

Er is inmiddels meer dan vijf jaar verstreken sinds de inwerkingtreding van het nieuwe boetestelsel voor de financiële sector en de inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht. Beide wetswijzigingen zijn van aanzienlijke invloed geweest op het toezicht door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank N.V. op de financiële sector. De herziening van het boetestelsel heeft geleid tot hogere boetes. Na een aanvankelijke overgangsperiode lijken de toezichthouders de door de wetgever gestelde basisbedragen steeds vaker daadwerkelijk op te leggen dan wel daar in steeds mindere mate van af te wijken. Verwezen zij naar de recente boete van de AFM gedateerd 20 oktober 2015 aan ABN AMRO van € 2.000.000 en de boete van DNB van 17 december 2014 aan Delta Lloyd Leven van € 22.800.000.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

'Regulering van benchmarks onder de Verordening Marktmisbruik en het voorstel Benchmark Verordening'

Schandalen rond de manipulatie van benchmarks zoals de Libor- en Euribor-rentetarieven maar ook manipulatie van koersen van valutatransacties en edelmetalen hebben geleid tot internationale en Europese onderzoeken naar het gebruik van benchmarks. De integriteit van benchmarks is belangrijk voor de prijsstelling van veel financiële instrumenten, zoals renteswaps en commerciële en niet-commerciële overeenkomsten, zoals hypotheken. Het is dan ook begrijpelijk dat de manipulatie van benchmarks het vertrouwen in de markt heeft aangetast. In Europa was de eerste reactie op de schandalen het opnemen van een verbod tot manipulatie van benchmarks in de verordening betreffende marktmisbruik (Verordening Marktmisbruik) en het strafbaar stellen daarvan in de richtlijn betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (Richtlijn Marktmisbruik). Hiermee wilde de Europese Commissie duidelijk maken dat de manipulatie van benchmarks onmiskenbaar strafbaar is. Het strafbaar stellen van de manipulatie van benchmarks voorkomt echter niet het risico op manipulatie van benchmarks als gevolg van belangenconflicten en keuzevrijheid.

Het voorstel voor het reguleren van het samenstellen, publiceren en gebruiken van benchmarks in een verordening inzake Benchmarks (Benchmark Verordening) is dan ook een logische tweede reactie van de Europese Commissie op de schandalen rond de manipulatie van benchmarks. In dit artikel gaan de auteurs eerst kort in op wat een benchmark nu eigenlijk is en welke partijen doorgaans met een benchmark te maken hebben. Vervolgens gaan zij in op de strafbaarstelling van de manipulatie van benchmarks (in de Verordening Marktmisbruik en in de Wet op het financieel toezicht vanaf 1 januari 2016), waarna zij ingaan op het samenstellen, publiceren en gebruiken van benchmarks (in de Benchmark Verordening). Hierbij zullen best practices (zoals opgenomen in het rapport van de AFM en DNB van 27 oktober 2015) worden meegenomen.

Lees verder:

 

 

Print Friendly and PDF ^

'Van licht naar zwaar, de evolutie van de bestuurlijke boete in het financieel toezicht'

In 2000 werd de bestuurlijke boete geïntroduceerd in de financieel toezichtwetgeving. Sindsdien heeft de bestuurlijke boete zich in handen van DNB en de AFM ontwikkeld tot een volwaardig handhavingsinstrument. Daarbij valt op dat de bestuurlijke boete oorspronkelijk was bedoeld voor lichte en veelvoorkomende overtredingen, maar tegenwoordig vooral wordt toegepast in geval van ernstige overtredingen. Waar aanvankelijk het verhogen van de doelmatigheid van de handhaving voorop stond, draait het tegenwoordig om afschrikking van de calculerende overtreder. In dit verband is ook het boetebedrag steeds verder verhoogd. Tegelijkertijd lijkt de strafrechtelijke handhaving een opleving door te maken. Heeft de wetgever de greep op de bestuurlijke boete verloren? Vertrekpunt in dit artikel is het oorspronkelijke oogmerk en de reikwijdte van de bestuurlijke boete; vanaf daar wordt de lijn doorgetrokken naar de hedendaagse handhavingspraktijk. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

'Een toekomstbestendige en inzichtelijke Wft'

De tijd dat alle (of in ieder geval een groot gedeelte van de) toepasselijke toezichtregels in de Wft en lagere regelgeving te vinden was, ligt inmiddels wel achter ons. Dat is niet erg, zolang maar duidelijk is welke regels van toepassing zijn en waar deze zijn te vinden. Dat is op dit moment met de Europese regelgeving lang niet altijd zo en juist daarin kan de Wft in de toekomst, mits goed vormgegeven, een nuttige rol (blijven) spelen. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Leestip: Hoofdlijnen Wft

De financiële wereld staat niet stil en het toezicht op de financiële sector heeft de afgelopen jaren grote wijzigingen ondergaan. In Hoofdlijnen WFT zijn de nieuwe wetgeving, jurisprudentie en marktontwikkelingen verwerkt. Daarbij zijn de invoering van de Bankenunie en het CRDIV/CRR-pakket onmiskenbare mijlpalen, maar ook andere belangrijke ontwikkelingen zijn hierin meegenomen, zoals Europese regelgeving voor afwikkeling, Solvency II en MiFID II en de grotendeels nationale regels ten aanzien van beloning en toetsing van personen. De structuur en opbouw van het boek is dezelfde als in de eerdere drukken. Na een inleiding over algemene aspecten van de Wft volgen specifieke toezichtregels voor financiële ondernemingen (banken, verzekeraars, betaaldienstverleners, beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen en financiëledienstverleners), het toezicht op groepsstructuren en aandeelhouders en regelgeving op gebied van effectenhandel. Het boek eindigt met een hoofdstuk over toezicht, handhaving en interventie.

Praktische Informatie

Auteur: Larissa Silverentand e.a. Aantal pagina's: 576 blz.
3e druk | 2015
ISBN-13: 9789013131628

 

Klik hier om het boek te bestellen via Jongbloed.

 

Print Friendly and PDF ^

'De boete uit balans'

In dit artikel doet de auteur, Arnt Mein (promovendus aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam en als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut) verslag van zijn onderzoek naar het gebruik van de bestuurlijke boete in de praktijk van het financieel toezicht.

De financiële toezichthouders, de AFM en DNB, beschikken sinds 2000 over de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen. De bestuurlijke boete was het antwoord van de beleidsmakers op het zogenoemde handhavingstekort ten aanzien van de sociaaleconomische ordeningswetgeving, waaronder het financieel toezichtrecht. De invoering van de bestuurlijke boete kan worden beschouwd als een systeemdoorbraak in de rechtshandhaving: straffen door een bestuursorgaan, met rechterlijke toetsing achteraf waartoe betrokkene zelf het initiatief moet nemen. De verwachtingen van de doelmatigheid waren hoog. Tegelijk was er scherpe kritiek vanuit de rechtswetenschap en -praktijk. De bestuurlijke boete zou niet aan bestuursorganen zijn toe te vertrouwen; de belangen van betrokken zouden beter zijn gewaarborgd binnen het straf(proces)recht.

Uit het onderzoek van de auteur komt een opmerkelijke discrepantie naar voren tussen de beoogde doelen en werking van de bestuurlijke boete enerzijds en de toepassing ervan in de praktijk van het financieel toezicht anderzijds. Zo leggen de financiële toezichthouders relatief weinig boetes op en voor een ander type zaken dan waarvoor het oorspronkelijk was bedoeld. Dit werpt een nieuw licht op de destijds naar voren gebrachte bezwaren tegen de bestuurlijke boete, namelijk de onevenwichtigheid van de belangenafweging en de gebrekkige transparantie van het boeteproces. De auteur bepleit dan ook kritischer rol door de boetefunctionaris van de financiële toezichthouders en de bestuursrechter en meer transparantie over het gevolgde boetebeleid en de gehanteerde belangenafweging in het boetebesluit.

Dit wordt uitgewerkt in het artikel 'De boete uit balans'. Daarvoor gaat de auteur echter eerst in op de ontstaansgeschiedenis van de bestuurlijke boete, de verwachtingen die werden gekoesterd evenals de bezwaren die naar voren werden gebracht. Vervolgens zet hij de boetepraktijk daar tegen af, waarbij hij in gaat op het gebruik van de boetebevoegdheid als zodanig en de belangenafweging bij het opleggen van de boete en het bepalen van de hoogte ervan. Afgesloten wordt met een beschouwing over wat dit zou kunnen betekenen voor de boetepraktijk.

 

Lees hier het volledige artikel:

 

Print Friendly and PDF ^

Ontwikkeling van (bijzondere) zorgplicht in financiële dienstverlening

In de huidige samenleving is men steeds meer aangewezen op financiële dienstverleners. Bij deze financiële dienstverlening is vrijwel altijd sprake van ongelijkheid tussen de financiële dienstverlener en de consument en dan met name ongelijkheid in kennis, ervaring en kunde. Deze ongelijkheid wordt niet altijd wenselijk geacht. Getracht wordt deze ongelijkheid tussen voornoemde partijen bij wet- en regelgeving binnen aanvaardbare proporties te houden. Deze compensatie vindt plaats door publiekrechtelijke normen, privaatrechtelijke normen alsmede zelfregulering. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

‘De Verordening Marktmisbruik: enkele gevolgen voor de strafrechtpraktijk’

De financiële crisis, globalisering en moderne technologieën hebben geleid tot een herziening van de Richtlijn Marktmisbruik uit 2003. Vanaf 3 juli 2016 zal deze richtlijn worden vervangen door de Verordening Marktmisbruik en zal een Nieuwe Richtlijn Marktmisbruik gelden waarin minimumeisen voor strafrechtelijke sancties zijn bepaald. In deze bijdrage komen enkele belangrijke gevolgen van deze nieuwe verordening en richtlijn aan bod voor de strafrechtpraktijk. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen in zaak Palm Invest voor o.a. oplichting blijven in stand

Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1785 Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 16 april 2013 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren ter zake van:

  • feitelijk leiding geven aan oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
  • feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
  • medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken; en
  • feitelijk leiding geven aan de opzettelijk begane overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, eerste lid van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezenverklaard dat:

"[A] B.V. ([A] B.V.) in de periode van 1 november 2005 tot eind november 2006 te Hilversum telkens opzettelijk effecten heeft aangeboden zonder dat ter zake de aanbieding een prospectus algemeen verkrijgbaar was te weten obligatieleningen van [A] BV aan onder meer de volgende beleggers:

- [betrokkene 1] (obligatieovereenkomst € 20.000,00) en

- [betrokkene 2] (obligatieovereenkomst € 25.000,00) en

- [betrokkene 3] (obligatieovereenkomst € 20.000,00 en € 10.000,00) en

- [betrokkene 4] (obligatieovereenkomst € 10.000,00 en 10.000,00), aan het plegen van bovengenoemde strafbare feiten hij, verdachte, telkens feitelijk leiding heeft gegeven."

Met betrekking tot de strafbaarheid van dit bewezenverklaarde houdt het arrest van het Hof het volgende in:

“Strafbaarheid van het onder 4 ten laste gelegde feit: de opzettelijke overtreding van de Wet toezicht effectenverkeer 1995

Onder feit 4 is bewezenverklaard dat de verdachte als feitelijk leidinggever van [A] B.V. in de periode van 1 november 2005 tot eind november 2006 effecten heeft aangeboden zonder dat ter zake de aanbieding een prospectus algemeen verkrijgbaar was.

Ten tijde van het plegen van dit feit werd deze overtreding aangemerkt als een economisch delict in artikel 1 sub 2 van de Wet op de economische delicten (hierna : WED) en als zodanig ook strafbaar gesteld (artikel 1, 2 en 6 WED).

De Wet toezicht effectenverkeer 1995 (hierna: Wte 1995) is daarna op 1 januari 2007 komen te vervallen en het verbod van 3 lid 1 Wte 1995 is thans opgenomen in artikel 5:2 van de Wet op het Financieel toezicht (Wft) die wet per 1 januari 2007 inwerking is getreden. Bij de invoering van art 5:2. Wft heeft de wetgever per abuis nagelaten dit artikel aan te merken als een economisch delict in de zin van die wet.

Deze omissie in de wetgeving heeft de wetgever inmiddels ook weer hersteld. Bij wijziging van de WED (Staatsblad 2011, nr. 248) is artikel 1 van deze wet gewijzigd in die zin dat opnieuw artikel 5:2 is ingevoegd. In de kamerstukken betreffende deze wijziging (kamerstuk 2008/2009, nr. 32036, memorie van toelichting) is vermeld dat deze aanpassing het mogelijk maakt opzettelijke overtreding van artikel 5:2 Wft strafrechtelijk af te doen, welke bevoegdheid per abuis was weggevallen bij de introductie van het boetestelsel financiële wetgeving.

Uit het voorgaande volgt dat de wetgever is overgegaan tot reparatie van de desbetreffende wetgeving. De rechtbank heeft bij haar vonnis van 22 april 2010 geoordeeld dat deze omissie van de wetgever een misslag van de wetgever was en mitsdien geen sprake is geweest van een veranderd inzicht over de strafwaardigheid van de gedraging en geen aanleiding diende te geven tot het buiten toepassing laten van de strafbedreiging uit 2005/2006. De raadsman en het openbaar ministerie hebben zich op het standpunt gesteld dat nu de 'misslag' ook thans nog niet is hersteld, de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof verwerpt het verweer bij het ontbreken van feitelijke grondslag, nu het ervoor moet worden gehouden dat op het moment van begaan van het feit de verweten gedraging met straf was bedreigd en thans op het moment van berechting door de reparatiewetgeving opnieuw is strafbaar gesteld. Daaraan doet niet af dat gedurende enige tijd de omschreven gedraging door een misslag van de wetgever niet strafbaar was gesteld. Als tot uitgangspunt zou moeten worden genomen dat niet enig aan de wetgever toe te schrijven inzicht over de strafwaardigheid het bij de toepassing van artikel 1, tweede lid Sr als het leidende beginsel zou moeten genomen, maar het vertrouwen dat de burger mag stellen in de wet zelf, dan nog is dat vertrouwen in casu niet beschaamd, nu de gedraging van de verdachte op het moment van begaan daarvan strafbaar was - en ook kenbaar voor hem -, is dat niet anders dan op het moment van berechting. Tussenliggende wijzigingen doen daar niet aan af, nu die wijzigingen inmiddels door de wetgever in de oude toestand zijn hersteld.

De verdediging heeft nog een beroep gedaan op het zogenoemde Scoppola-arrest (EHRM 17 september 2009, LJN BK6009) en de interpretatie die de Hoge Raad daaraan heeft gegeven (HR 12 juli 2011, LJN BP6878). Dit beroep kan de verdediging niet baten. De Hoge Raad heeft in dat arrest bepaald dat hij blijft bij zijn bestendige rechtspraak met betrekking tot veranderingen die verband houden met delictsomschrijvingen, waaronder begrepen het vervallen van strafbaarstellingen. De Hoge Raad heeft daarbij opgemerkt dat die rechtspraak goede grond heeft, omdat de strafrechtelijke aansprakelijkheid in beginsel wordt bepaald door de regelgeving die geldt ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Een uitzondering daarop wordt echter gerechtvaardigd ingeval sprake is van een verandering van inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van de vóór de wetswijziging begane strafbare feiten, welk inzicht naar het oordeel van de Hoge Raad door de wetgever wordt vastgelegd in bijzondere overgangsbepalingen. Uit het herstellen van de misslag leidt het hof af dat de strafbedreiging niet gunstiger is voor de verdachte. Het verweer wordt mitsdien verworpen.”

Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld.

Middel

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof omtrent de strafbaarheid van het onder 4 bewezenverklaarde feit.

Beoordeling Hoge Raad

Op 1 augustus 2009 is met de inwerkintreding van de Wet wijziging boetestelsel financiële wetgeving de WED gewijzigd waardoor de per 1 januari 2007 in art. 5:2 Wet op het financieel toezicht neergelegde - uit het voordien geldende art. 3, eerste lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995 overgenomen - prospectusplicht niet langer in art. 1 sub 2 WED was opgenomen. Naleving van de desbetreffende plicht kon worden gehandhaafd via het bestuursrecht. Met de inwerkingtreding op 1 juli 2011 van de Wijzigingswet financiële markten 2010 is genoemd art. 5:2 Wft opnieuw in art. 1 sub 2 WED ingevoegd. In de periode van 1 augustus 2009 tot 1 juli 2011 ontbrak in genoemde bepaling van de WED derhalve een verwijzing naar art. 5:2 Wft.

Art. XII van de Wet wijziging boetestelsel financiële wetgeving, (Stb 2009, 327) luidt:

"Ter zake van overtredingen die hebben plaatsgevonden of zijn aangevangen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing."

De klacht van het middel sluit af op art. XII van de Wet wijziging boetestelsel financiële wetgeving, nu het overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaarde feit betrekking heeft op gedragingen die zijn gepleegd in de periode van 1 november 2005 tot eind november 2006, welke gedragingen op grond van het toen geldende art. 3, eerste lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995 strafbaar waren.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en negen maanden beloopt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^