Is sprake van verhaalfrustratie indien buiten iedere gemeenschap van goederen getrouwde partners de echtelijke woning op naam van de ene partner zetten?

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1092

Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag met betrekking tot de woning, met name tegen het oordeel van de rechtbank dat er in casu sprake is van verhaalfrustratie zoals bedoeld in art. 94a lid 4 Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over conservatoir anderbeslag op omvangrijke banktegoeden & vordering in het kader van de ‘Rotterdamse havenaffaire’

Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1091

Op 4 februari 2014 is door het OM op de voet van art. 94a Sv ten laste van Betrokkene 1 conservatoir anderbeslag gelegd op banktegoeden van klager (klager en vader van de partner van Betrokkene 1) bij Van Lanschot Bankiers en op 26 mei 2014 op een vordering ten name van klager op A B.V. Dit beslag is gelegd in het kader van een ontnemingsvordering tegen Betrokkene 1 naar aanleiding van de strafzaak die bekend is geworden onder de naam ‘Rotterdamse havenaffaire’. Deze strafzaak hield verband met faillissementen van verschillende bedrijven binnen het Rotterdamse Droogdok Maatschappij-concern (RDM-concern) ten behoeve waarvan het Havenbedrijf Rotterdam (HBR) kredietgaranties had verstrekt aan enkele investeringsmaatschappijen en banken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG met betrekking tot conservatoir beslag op een woning

Parket bij de Hoge Raad 4 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:875

De rechtbank heeft vastgesteld dat het beslag op het woonhuis is gelegd op grond van art. 94a Sv. De klaagster, Amankur, stelt eigenaar te zijn van het woonhuis dat ten laste van betrokkene 1 conservatoir in beslag is genomen. Hier doet zich dus het geval voor dat een ander dan degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek is gericht, stellende dat het beslag hem in eigendom toebehoort, zich bij de rechtbank beklaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave aan hem.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt toepasselijke maatstaf bij de beoordeling van een klaagschrift van beslagene gericht tegen een ex art. 94 Sv gelegd beslag

Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1151

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Levert vordering tot onttrekking aan het verkeer van deze personenauto zonder toekenning geldelijke tegemoetkoming aan eigenaar te goeder trouw strijd op met art. 1 Eerste Protocol EVRM?

Hoge Raad 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156

De middelen klagen in de kern genomen over de afwijzing door de Rechtbank van het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in art. 33c, tweede lid, Sr in verbinding met 36b, tweede lid, Sr en doen daarbij onder meer een beroep op het in art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM besloten liggende proportionaliteitsvereiste.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klaagschrift 552a Sv: verzoek opheffen beslag en last tot teruggave van ritregistratie-apparatuur

Rechtbank Noord-Holland 7 mei 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:5753

Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat de technische bestemming van de apparatuur beslissend is. Het voertuig was voorzien van de nieuwste Spectrum Analyser, de Multi Polarity High Definition Antenne (MPHD). De MPHD is net als de Spectrum Analyser een ontvanger van frequenties. Tevens was het voertuig voorzien van een lasergun ontvanger en verstoorder. Deze twee modules waren aangesloten op de extension box.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag 552a Sv: Oplichting of diefstal? Revindicatiebevoegdheid van 3:86 lid 3 BW.

Rechtbank Den Haag 26 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7648

Niet ter discussie staat dat het horloge klager in eigendom toebehoorde voordat het horloge werd meegenomen. De vraag die voorligt is of bij het verlies van die eigendom sprake is geweest van diefstal (artikel 310 Sr) en/of oplichting (artikel 326 Sr) en vervolgens of klager de revindicatiebevoegdheid van artikel 3:86, derde lid, BW kan inroepen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 94 Sv personenauto waarin gestolen onderdelen zijn gemonteerd & Vordering tot onttrekking aan verkeer zonder toekenning geldelijke tegemoetkoming aan eigenaar te goeder trouw

Parket Hoge Raad 3 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:289

Op 20 maart 2015 is onder de klager op de voet van art. 94 Sv een aan de klager toebehorende Mercedes in beslag genomen, nadat de klager deze auto voor sporenonderzoek in verband met een inbraak in zijn woning, waarbij ook deze auto was weggenomen, ter beschikking van de politie had gesteld. Uit een technisch onderzoek van het Ondersteuningspunt Autocriminaliteit (OPAC) d.d. 23 maart 2015 is gebleken dat er gestolen onderdelen in de auto zaten. De klager is daarop vervolgd wegens heling en hiervan op 26 mei 2016 vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Art. 94 Sv: HR herhaalt de toe te passen maatstaf voor de beoordeling van het klaagschrift

Hoge Raad 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:397

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Betekenis van vermelding van maximumbedrag voor conservatoir strafvorderlijk beslag in PV inbeslagneming / beslagexploit & de niet voorgeschreven vermelding hiervan in machtiging ex art. 103 Sv

Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:200

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de wetgever voor het conservatoir strafvorderlijk beslag de regeling van het conservatoir beslag in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tot uitgangspunt heeft genomen, zij het met de in art. 94c onder a-f Sv genoemde uitzonderingen. De in die bepaling onder a genoemde uitzondering heeft de wetgever aanleiding gegeven tot het daarna onder b vervatte voorschrift ten aanzien van de vermelding van een maximumbedrag in het proces-verbaal van inbeslagneming of het beslagexploit.

Read More
Print Friendly and PDF ^