Onderzoek naar schadevergoedingsstelsel slachtoffers van strafbare feiten

Een tijdelijk adviescollege gaat onderzoek doen naar het schadevergoedingsstelsel voor slachtoffers van strafbare feiten. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming mee ingestemd. Het adviescollege gaat op 15 juni aan de slag.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

Ontwikkelingen t.a.v. zelfstandig cassatieberoep benadeelde partij

Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:508

De wet voorziet tot op heden namelijk niet in een zelfstandig cassatieberoep voor de benadeelde partij; in die zin kan de benadeelde partij in de zaak waarin zij zich heeft gevoegd uit eigen hoofde geen beroep in cassatie instellen. De wettelijke mogelijkheid tot indiening van een schriftuur op de voet van art. 437, derde lid, Sv is voor de benadeelde partij gekoppeld aan een door de verdachte of het openbaar ministerie ingesteld cassatieberoep. Het beroep van de verdachte of het openbaar ministerie zal bovendien in cassatie ontvankelijk moeten zijn, wil aan een beoordeling van de schriftuur van de benadeelde partij kunnen worden toegekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek naar schadevergoedingsstelsel slachtoffers van strafbare feiten

Een tijdelijk adviescollege gaat onderzoek doen naar het schadevergoedingsstelsel voor slachtoffers van strafbare feiten. De ministerraad heeft daar op voorstel van minister Dekker voor Rechtsbescherming mee ingestemd. Het adviescollege gaat op 15 juni aan de slag.

Read More
, ,
Print Friendly and PDF ^

HR: geen motivatie vereist voor oordeel dat vordering BP onevenredige belasting oplevert voor het strafproces (conclusie AG: anders)

Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:933

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij benadeelde 2 is het hof tot het oordeel gekomen dat de vordering tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van €5.000 naar maatstaven van billijkheid zich leent voor toewijzing tot een bedrag van €2.500 en voor het overige een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In het licht van het bewezenverklaarde feit en de inhoud van de ingediende vordering is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De eeuwige discussie over de toetsingsomvang bij beklag tegen niet-vervolging

Het project Modernisering Strafvordering beoogt enkele wijzigingen aan te brengen in de regeling van de vervolgingsbeslissing, waaronder het beklag tegen niet-vervolging. Sommige van de wijzigingen die daarin worden aangebracht zijn al langere tijd praktijk, maar andere zijn bedoeld om de huidige praktijk te veranderen. De voorstellen houden onder andere in dat expliciet wordt gemaakt dat niet alleen over het achterwege blijven van vervolging, maar ook van opsporing kan worden geklaagd. Verder krijgt het hof in beklagzaken meer beslismodaliteiten tot zijn beschikking, en worden er voor meerdere stappen in de procedure termijnen gesteld. Een aspect ten aanzien waarvan geen wijziging is beoogd is de toetsingsruimte: in beklagzaken blijft het mogelijk voor het hof om de beslissing van het Openbaar Ministerie in volle omvang te toetsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advocaat treinkaping De Punt niet vervolgd

De advocaat tegen wie door een aantal (voormalig) mariniers aangifte is gedaan wegens smaad, laster en belediging wordt definitief niet vervolgd. Dat heeft de beklagkamer van het gerechtshof Amsterdam beslist. De advocaat trad in een civielrechtelijke procedure tegen de Staat op namens de nabestaanden van 2 kapers bij die bij de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 zijn omgekomen. De mariniers deden aangifte tegen de advocaat naar aanleiding van een drietal uitlatingen die in de media zijn verschenen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geslaagd art. 12 Sv beklag tegen bestuurder beleggingsfondsen: vervolging bevolen voor valsheid, verduistering en oplichting

Gerechtshof Amsterdam 20 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1228

Naar aanleiding van klagers aangifte heeft er geen politieonderzoek plaatsgevonden, omdat klager volgens de officier van justitie nog civielrechtelijke mogelijkheden had en omdat er schaarse opsporingscapaciteit is bij de financiële recherche.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis

Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:454

Bij de Wet Usb is art. 36f Sr gewijzigd, in die zin dat bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel thans ingevolge art. 36f lid 5 Sr bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis (art. 36f lid 8 (oud) Sr). Volgens de overgangsbepalingen van de Invoeringswet Usb heeft de wijziging van art. 36f Sr geen gevolgen voor de toepassing van een vervangende hechtenis die door de rechter is opgelegd vóór het tijdstip waarop de wijziging van dit artikel in werking treedt, dus voor 1 januari 2020.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over bevoegdheid HR om te oordelen over cassatiemiddel van BP indien verdachte zijn cassatieberoep heeft beperkt (zich niet richtend tegen beslissingen op vordering BP)

Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:837

De beperking van het cassatieberoep door de verdachte of het openbaar ministerie doet niet af aan de bevoegdheid van de benadeelde partij om op grond van artikel 437 lid 3 Sv een schriftuur inzake een rechtspunt over haar vordering te doen indienen en de bevoegdheid van de Hoge Raad om die schriftuur te beoordelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter dient, bij gevoegde BP, in zijn uitspraak tevens te beslissen over door BP en verdachte gemaakte kosten

Hoge Raad 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:762

Op grond van artikel 592a (oud) Sv (vanaf 1 januari 2020: artikel 532 Sv) dient de rechter, indien zich een benadeelde partij in het geding heeft gevoegd, in zijn uitspraak tevens te beslissen over de kosten door de benadeelde partij en de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Op grond van artikel 361 lid 6 Sv dient deze beslissing in de uitspraak te worden opgenomen. Aangezien zodanige beslissing in de uitspraak van het hof niet voorkomt, is het cassatiemiddel gegrond.

Read More
Print Friendly and PDF ^