Zware straffen en hoge boetes in de Mega Carnaliet-zaak: omvangrijke milieudelicten, faillissementsfraude en witwassen

De Mega Carnaliet-zaak is een grootschalig strafrechtelijk onderzoek naar de georganiseerde illegale handel in afvalstoffen, aangevuld met faillissementsfraude en witwassen. De kern van de zaak is dat verschillende afvalbedrijven, bestuurders en gelieerde personen zich tussen 2017 en 2019 hebben beziggehouden met het exporteren van plastic afval en kabelresten naar landen buiten de Europese Unie, in strijd met de Europese Verordening 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA).

De betrokken partijen presenteerden hun activiteiten vaak als reguliere recycling of export van bruikbaar materiaal, maar de rechtbank concludeert dat het in werkelijkheid ging om afvalstoffen die slechts tegen lage kosten werden afgevoerd naar landen zonder adequate verwerkingsfaciliteiten. Daar werd het afval doorgaans verbrand of gedumpt, met ernstige gevolgen voor milieu en volksgezondheid.

Naast deze milieudelicten speelt in Carnaliet een financieel-economische component. Bestuurders onthielden curatoren bewust administraties na faillissementen, waardoor schuldeisers werden benadeeld. Bovendien werd crimineel geld witgewassen via kasrondjes tussen gelieerde vennootschappen en via schijnconstructies, zoals een valse arbeidsovereenkomst voor de echtgenote van een hoofdverdachte.

De strafzaken zijn behandeld door de meervoudige economische strafkamer van de Rechtbank Rotterdam en leiden tot een reeks veroordelingen: natuurlijke personen en rechtspersonen, ieder met hun eigen rol binnen het grotere geheel.

Hoofdverdachte (geboren 1985)

ECLI:NL:RBROT:2025:9628, ECLI:NL:RBROT:2025:9635, ECLI:NL:RBROT:2025:9631

De hoofdverdachte wordt gezien als de spil van het gehele Carnaliet-netwerk. Hij onderhield direct contact met buitenlandse afnemers van afval, regelde de verscheping van containers en gaf feitelijke leiding aan een reeks rechtspersonen die bij de transacties betrokken waren. Tevens was hij bestuurder van een failliete onderneming waarvan hij de administratie achterhield voor de curator.

Tenlastelegging en verweren

  • Hem werd verweten dat hij in totaal 18 containers afval illegaal heeft geëxporteerd naar Malawi, Nigeria, Thailand en Turkije, in strijd met artikel 10.60 Wet milieubeheer.

  • Daarnaast werd hem medeplegen van faillissementsfraude verweten, door als bestuurder de administratie van een failliete vennootschap niet af te geven.

  • Ook werd hem witwassen via rechtspersonen ten laste gelegd, door opbrengsten van illegale exporten in de boeken van gelieerde bedrijven rond te laten gaan.

De verdediging stelde dat de ladingen niet als afvalstoffen konden worden aangemerkt maar als herbruikbaar granulaat of bijproducten. Ook werd betoogd dat de regelgeving rond de EVOA complex is en dat de verdachte mocht vertrouwen op afspraken met buitenlandse zakenpartners. Ten aanzien van de faillissementsfraude voerde de verdediging aan dat de verantwoordelijkheid bij een medebestuurder lag en dat afwijkende afspraken waren gemaakt met de curator.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank acht deze verweren ongeloofwaardig. Uit tapgesprekken blijkt dat de verdachte de inhoud van de containers zelf aanduidde als “troep” en dat hij bewust koos voor goedkope dump in landen met zwakke milieuregulering. Ook blijkt dat hij en zijn medebestuurder in een gesprek verklaarden dat het hen “aan hun reet kon roesten” of de curator de administratie kreeg.

Strafoplegging

  • Gevangenisstraf van 1 jaar, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

  • Taakstraf van 240 uur.

  • Ontzetting uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn voor 5 jaar (aanvankelijk vergeten, maar hersteld in ECLI:NL:RBROT:2025:9635).

  • Openbaarmaking van het vonnis onder zijn eigen naam.

  • In een ontnemingsprocedure wordt vastgesteld dat hij 151.817 euro wederrechtelijk voordeel genoot; hij moet 141.817 euro aan de Staat betalen (ECLI:NL:RBROT:2025:9631).

Medeverdachte bestuurder (geboren 1963)

ECLI:NL:RBROT:2025:9651

Deze verdachte was bestuurder van een aan de hoofdverdachte gelieerde onderneming. Hij stelde zijn personeel, bedrijfsterrein en administratie ter beschikking voor de afvoer en weging van containers.

Tenlastelegging en verweer

  • Medeplegen van illegale exporten van afval naar Nigeria, Thailand en Turkije.

  • Feitelijk leidinggeven aan deze verboden gedragingen.

De verdediging voerde aan dat hij slechts zakelijke faciliteiten bood en dat de werkelijke inhoud en bestemming van de containers buiten zijn medeweten vielen. Hij zou zijn misleid door zakenpartners.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank acht dit verweer ongeloofwaardig. Uit documenten, correspondentie en WhatsApp-berichten blijkt dat hij rechtstreeks afspraken maakte met medeverdachten over planning, contracten en betalingen. Hij fungeerde als onmisbare schakel.

Strafoplegging

  • Taakstraf van 150 uur.

Echtgenote hoofdverdachte

ECLI:NL:RBROT:2025:9668

De echtgenote van de hoofdverdachte ontving salaris op basis van een arbeidsovereenkomst bij een vennootschap van haar man. Uit onderzoek bleek echter dat zij geen werkzaamheden verrichtte.

Tenlastelegging en verweer

  • Witwassen via een valse arbeidsovereenkomst.

De verdediging stelde dat zij wél incidenteel werkzaamheden uitvoerde, zoals klanten vervoeren en promotie via sociale media. De arbeidsovereenkomst zou slechts onvolledig overeenkomen met de feitelijke situatie, maar niet vals zijn.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank wijst dit van de hand. Uit tapgesprekken blijkt dat de vrouw zelf verklaarde dat zij “niet werkte”. Ook bij een huiszoeking verklaarde zij niets met het bedrijf te maken te hebben. De arbeidsovereenkomst was dus slechts een middel om criminele inkomsten wit te wassen.

Strafoplegging

  • Taakstraf van 60 uur.

Andere natuurlijke persoon (geboren 1982)

ECLI:NL:RBROT:2025:9669

Deze verdachte was bestuurder van een failliete vennootschap en onthield de curator bewust de administratie.

Tenlastelegging en verweer

  • Faillissementsfraude, door administratie niet ter beschikking te stellen.

De verdediging voerde aan dat de verdachte lange tijd ziek was en dat de curator hem geen redelijke kans gaf de administratie alsnog aan te leveren. Ook zou een medebestuurder afwijkende afspraken hebben gemaakt.

Beoordeling rechtbank
De rechtbank acht bewezen dat hij, ook na herstel, geen administratie aanleverde. Uit een tapgesprek met de hoofdverdachte blijkt dat beiden besloten niets te melden aan de curator.

Strafoplegging

  • Taakstraf van 80 uur.

Vennootschap A

ECLI:NL:RBROT:2025:9645

  • Feit: Deze rechtspersoon maakte zich schuldig aan medeplegen van witwassen. Geld afkomstig uit illegale afvaltransporten werd via kasrondjes overgeboekt naar de vennootschap en vervolgens besteed aan privé-aankopen, zoals luxe goederen en een bed.

  • Verweer: De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat de gelden uit misdrijf afkomstig waren, omdat het gronddelict onvoldoende vaststond.

  • Motivering rechtbank: De rechtbank stelt vast dat de gelden afkomstig waren uit overtredingen van de EVOA-wetgeving door gelieerde ondernemingen. Omdat sprake was van vermenging, moest het gehele saldo als van misdrijf afkomstig worden aangemerkt. De rechtspersoon profiteerde direct door de aanschaf van privégoederen. Dit schaadt de integriteit van het financiële verkeer en draagt bij aan het verhullen van illegale inkomsten.

  • Straf: Geldboete van 10.000 euro.

Vennootschap B

ECLI:NL:RBROT:2025:9656

  • Feit: Deze onderneming faciliteerde het medeplegen van illegale exporten van afval naar Nigeria, Thailand en Turkije.

  • Verweer: De verdediging stelde dat de vennootschap slechts als facilitator optrad en geen wetenschap had van de inhoud van de containers. Volgens hen werd de onderneming door derden misleid.

  • Motivering rechtbank: De rechtbank wijst erop dat de vennootschap een onmisbare schakel vormde. Zij leverde personeel, stelde terreinen en administratie ter beschikking en ondertekende documenten (zoals Annex VII-formulieren). Uit de samenwerkingsovereenkomsten bleek bovendien dat de vennootschap zich verplichtte de EVOA-regels na te leven. De onderneming had de kennis en positie om illegale transporten te voorkomen, maar liet dit bewust na.

  • Straf: Geldboete van 40.000 euro.

Vennootschap C

ECLI:NL:RBROT:2025:9636

  • Feit: Deze vennootschap was betrokken bij het medeplegen van illegale exporten naar Zuid-Afrika, Nigeria, Thailand en Turkije, en voldeed niet aan de registratieplicht als afvalhandelaar. Daarnaast werden containers overgebracht zonder de vereiste EVOA-contracten.

  • Verweer: De verdediging voerde aan dat de vervoerde stoffen geen afval maar granulaat of bijproducten waren, dat de regelgeving te complex was en dat er in sommige gevallen sprake was van vergissingen omtrent de eindbestemming (bijvoorbeeld VS in plaats van Thailand).

  • Motivering rechtbank: De rechtbank stelt vast dat het aantoonbaar om afvalstoffen ging. Annex VII-formulieren en verklaringen van betrokkenen wezen dit uit. Uit WhatsApp-gesprekken bleek bovendien dat de leidinggevende zelf sprak over “troep” en zich bewust was van de illegale aard. Als professionele afvalonderneming had de vennootschap de EVOA-regels moeten kennen en naleven. Het stelselmatig niet voldoen aan registratie- en contractverplichtingen maakte de feiten extra ernstig. De rechtbank acht een hoge geldboete passend, maar houdt bij de hoogte rekening met overschrijding van de redelijke termijn.

  • Straf: Geldboete van 60.000 euro.

Herstelvonnis

Op 23 juli 2025 spreekt de rechtbank een herstelvonnis uit (ECLI:NL:RBROT:2025:9635). Daarin wordt expliciet toegevoegd dat de hoofdverdachte voor 5 jaar wordt ontzet uit het recht om bestuurder te zijn van een rechtspersoon. Dit was in het oorspronkelijke vonnis abusievelijk weggelaten.

Ontnemingsprocedure

In de ontnemingszaak (ECLI:NL:RBROT:2025:9631) wordt vastgesteld dat de hoofdverdachte wederrechtelijk voordeel van 151.817 euro heeft genoten uit illegale transporten. Na aftrek van een bedrag wegens schending van de redelijke termijn moet hij 141.817 euro betalen aan de Staat.

Overschrijding redelijke termijn

In vrijwel alle zaken erkent de rechtbank dat de behandeling te lang heeft geduurd. Omdat dit niet aan de verdachten te wijten is, leidt dit tot strafvermindering. Zo worden taakstraffen lager opgelegd dan passend werd geacht, en geldboetes niet verhoogd.

Conclusie

De Mega Carnaliet-zaak toont een breed netwerk van natuurlijke personen en rechtspersonen die samen een illegale afvalstroom faciliteerden. De hoofdverdachte speelde de centrale rol, bijgestaan door familieleden, gelieerde bestuurders en vennootschappen. De rechtbank legt forse straffen op, variërend van taakstraffen tot forse geldboetes en een beroepsverbod. Daarmee geeft de rechtbank een krachtig signaal af dat zowel milieudelicten als financieel-economische criminaliteit en faillissementsfraude zwaar worden bestraft.

Print Friendly and PDF ^