Gokverslaafde VvE-beheerder verduistert ruim drie ton en wast geld wit: taakstraf en voorwaardelijke celstraf
/Rechtbank Den Haag 20 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:780
De rechtbank Den Haag veroordeelt een VvE-beheerder voor verduistering en gewoontewitwassen van ruim 341.000 euro. De verdachte gebruikt het geld om zijn gokverslaving te financieren. Hij belegt als beheerder jarenlang gelden van tientallen VvE’s over naar eigen rekeningen. De verdachte erkent zijn daden en toont spijt. De rechtbank legt een taakstraf op van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van 12 maanden. Schadevergoedingen aan 24 benadeelde partijen worden grotendeels toegewezen.
Context van de zaak
De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1974, woonachtig te Hazerswoude Rijndijk. Hij is eigenaar van een eenmanszaak die zich bezighoudt met professioneel VvE-beheer. In die hoedanigheid beheert hij het vermogen van meerdere Verenigingen van Eigenaars (VvE’s). De verdachte raakt in de ten laste gelegde periode van 24 juli 2020 tot en met 14 december 2022 verwikkeld in financieel wanbeheer, waarbij uiteindelijk blijkt dat hij ruim drie ton verduistert van tientallen VvE’s. De zaak komt aan het licht na een melding van de ING Bank over een verdachte transactie.
De tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij in zijn functie als VvE-beheerder in de genoemde periode een totaalbedrag van 525.904,61 euro heeft verduisterd. Daarnaast wordt hem verweten dat hij dit bedrag – dat afkomstig is uit misdrijf – heeft witgewassen, waarbij sprake is van gewoontewitwassen.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht de verduistering en het witwassen bewezen, maar erkent dat het daadwerkelijk verduisterde bedrag lager ligt dan ten laste gelegd. Hij vordert partiële vrijspraak voor het deel dat het bedrag van 353.527,50 overschrijdt. Voor het overige vordert hij een veroordeling, met oplegging van een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van de verdachte voert aan dat haar cliënt slechts een bedrag van 270.075,80 heeft verduisterd en vraagt om partiële vrijspraak voor het meerdere. Voor het overige refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de strafmaat pleit zij voor een taakstraf, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de verdachte gedurende ruim twee jaar op structurele wijze gelden van de rekeningen van diverse VvE’s overboekt naar zijn eigen zakelijke en privé-rekeningen. In veel gevallen worden de bedragen vervolgens direct aangewend voor het storten van geld op goksites. De verdachte geeft in zijn verklaringen toe dat hij verslaafd is geraakt aan gokken, hetgeen het motief vormt voor de verduisteringen. Op basis van zijn verklaringen en het dossier acht de rechtbank bewezen dat sprake is van verduistering van in totaal 341.418,95 euro. Dit bedrag wordt ook witgewassen door middel van overschrijvingen, contante opnames en stortingen op goksites. De rechtbank kwalificeert dit handelen als gewoontewitwassen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 24 juli 2020 tot en met 14 december 2022 schuldig maakt aan:
Verduistering in dienstbetrekking van ongeveer 341.418,95 euro, gepleegd ten opzichte van meerdere VvE’s waarvan hij beheerder is;
Gewoontewitwassen van voornoemd bedrag.
De strafoplegging
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf tot achttien maanden in beginsel passend. De rechtbank weegt echter ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zwaar mee. Zo heeft hij volledige openheid van zaken gegeven, blijk gegeven van inzicht in zijn handelen en betuigt hij oprechte spijt. Hij staat onder bewind, heeft inmiddels een stabiele leefsituatie en is volledig inzetbaar voor schadevergoeding aan de benadeelde partijen.
Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou, naar het oordeel van de rechtbank, de mogelijkheid van schadevergoeding ernstig belemmeren, aangezien de verdachte dan zijn baan zou verliezen. Om deze reden legt de rechtbank een taakstraf op van 240 uur, met een vervangende hechtenis van 120 dagen voor het geval de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden op, met een proeftijd van twee jaar.
De redelijke termijn voor berechting is met bijna één jaar overschreden. De rechtbank ziet daarin aanleiding om dit slechts te constateren, maar het niet verder mee te wegen in de strafmaat, aangezien deze reeds gematigd is vanwege persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De vorderingen van de benadeelde partijen
In het strafproces voegen zich 29 benadeelde partijen, bestaande uit VvE’s en de ING Bank, met een gezamenlijke schadevordering. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe, voor een totaalbedrag van meer dan 250.000 euro. Voor zover niet bewezen wordt geacht dat een specifieke VvE schade heeft geleden door toedoen van de verdachte, verklaart de rechtbank de betreffende vorderingen niet-ontvankelijk. Ook voor posten als proceskosten wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
De toegewezen schadevergoedingen worden vergezeld van een schadevergoedingsmaatregel, hetgeen betekent dat de verdachte verplicht is de bedragen via de Staat aan de benadeelde partijen te voldoen. Indien hij in gebreke blijft, kan vervangende hechtenis worden opgelegd, variërend van 3 tot 47 dagen per benadeelde partij.
Lees hier de volledige uitspraak.
