Zes verdachten gedagvaard voor Landgericht Berlijn in EPPO-onderzoek naar btw-fraude met designerbrandstoffen

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft op 27 maart 2026 vanuit het kantoor in Berlijn een tenlastelegging ingediend tegen zes verdachten bij het Landgericht Berlijn. De zaak maakt deel uit van het lopende onderzoek met de codenaam 'Water into Wine', dat zich richt op een omvangrijke btw-fraudeconstructie rondom de verkoop van diesel. Het betreft de tweede tenlastelegging in het onderzoek. Onder de verdachten bevinden zich twee directeuren van een oliehandel in Noord-Beieren, twee advocaten, een belastingadviseur en een kantoormanager. De tenlastegelegde feiten omvatten, afhankelijk van de individuele rol, belastingontduiking, deelname aan een criminele organisatie, verduistering (Untreue), faillissementsdelicten en belemmering van de rechtsgang. De zaak illustreert de toenemende slagkracht van het EPPO bij de bestrijding van grensoverschrijdende btw-fraude binnen de Europese Unie.

Het fraudemechanisme: designerbrandstoffen en missing traders

Het onderzoek 'Water into Wine' draait om de distributie van zogenaamde designerbrandstoffen. Dat zijn chemisch gemodificeerde producten die zodanig zijn samengesteld dat zij buiten de reikwijdte van de energiebelasting op diesel vallen. Via een complexe keten van driehoekstransacties, met tussenkomst van vennootschappen in onder meer Litouwen, Letland en Hongarije, werden deze brandstoffen op de Duitse markt gebracht.

De producten kwamen volgens het EPPO via Polen Duitsland binnen, valselijk aangegeven als smeerolie. Eenmaal op Duits grondgebied werden zij omgelabeld en opnieuw aangegeven als diesel, waardoor de energiebelasting werd omzeild. Deze werkwijze doorbrak de traceerbaarheid van de toeleveringsketen en verhulde de werkelijke aard en herkomst van de producten.

Centraal in de fraudeconstructie staan zogenaamde missing traders en tussengeschoven entiteiten. Dit zijn vennootschappen die op papier fungeerden als leveranciers, maar in werkelijkheid geen daadwerkelijke leveringen verrichtten. Zij stelden valse facturen op waarop de producten als diesel werden omschreven. Op basis van deze facturen maakten de verdachten ten onrechte aanspraak op aftrek van voorbelasting (btw).

De omvang van de vermeende fraude

Uit het onderzoek komt naar voren dat de twee directeuren tussen november 2023 en november 2024 grote hoeveelheden van deze producten inkochten bij de genoemde schijnleveranciers. In totaal zouden meer dan 3.000 leveringen van brandstofproducten aan het bedrijf zijn verricht. Het EPPO verdenkt hen ervan de frauduleuze facturen te hebben gebruikt om in totaal 23,7 miljoen euro aan btw in aftrek te brengen.

Een derde verdachte zou namens de distributeurs hebben opgetreden door prijsafspraken te coördineren en valse facturen uit te geven namens meerdere buffervennootschappen. Via deze handelingen zou deze verdachte hebben bijgedragen aan de ontduiking van bijna 8 miljoen euro van het totale schadebedrag.

Daarnaast zouden de directeuren, in overleg met de mede-aangeklaagde advocaten en de belastingadviseur, bedrijfsactiva hebben overgedragen aan een nieuw opgerichte entiteit. Het gaat onder meer om een wagenpark. De overdrachten, die meer dan 9,5 miljoen euro bedroegen, zouden het oorspronkelijke bedrijf hebben ontdaan van de middelen om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Parallel onderzoek naar energiebelasting

Naast de btw-fraude speelt er een parallel strafrechtelijk traject rond de niet-betaalde energiebelasting op de als diesel verkochte producten. Deze zaak wordt geleid door het Openbaar Ministerie in Hof (Beieren) en wordt momenteel behandeld door het Landgericht Hof. Alle betrokkenen zouden er volgens het EPPO van op de hoogte zijn geweest dat ook de energiebelasting niet was voldaan.

Breder onderzoek: van eerste aanhoudingen tot tweede tenlastelegging

Het onderzoek 'Water into Wine' kent inmiddels een uitgebreide procesgeschiedenis. Op 25 juni 2025 arresteerde het EPPO twee verdachten en legde het beslag op bewijsmateriaal en vermogensbestanddelen, waaronder kluizen, cryptovaluta, serverruimtes, Rolex-horloges en vuurwapens met munitie. Het onderzoek richtte zich toen op een criminele organisatie die actief was in Duitsland, België, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen en Slowakije. De geschatte schade bedroeg op dat moment 66 miljoen euro aan niet-betaalde btw en meer dan 137 miljoen euro aan ontdoken accijnzen.

Op 20 augustus 2025 volgden twee aanvullende aanhoudingen en beslagleggingen ter waarde van 11 miljoen euro, waaronder dertien tankwagens, in Beieren en Saksen.

De eerste tenlastelegging in het onderzoek werd op 29 januari 2026 ingediend bij het Landgericht Magdeburg. Vijf verdachten uit Saksen-Anhalt werden toen gedagvaard voor 20 miljoen euro aan btw-fraude, waarvan twee tevens voor deelname aan een criminele organisatie. Het totale schadebedrag werd in die fase geschat op 45 miljoen euro aan btw en meer dan 90 miljoen euro aan accijnzen.

De huidige, tweede tenlastelegging bij het Landgericht Berlijn voegt daar nu zes verdachten aan toe, met een btw-schade van 23,7 miljoen euro. Bij veroordeling riskeren de hoofdverdachten gevangenisstraffen tot tien jaar.

Het EPPO en grensoverschrijdende btw-fraude

Het EPPO is het onafhankelijke Openbaar Ministerie van de Europese Unie, ingesteld bij Verordening (EU) 2017/1939. Het is bevoegd om strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden te onderzoeken, te vervolgen en voor de nationale rechter te brengen. Voor grensoverschrijdende btw-fraude geldt een drempelbedrag van 10 miljoen euro aan geschatte schade, op grond van artikel 22 lid 1 van de Verordening.

Het onderzoek werd uitgevoerd door belastingrechercheurs uit Bayreuth, met ondersteuning van belastingopsporingsdiensten uit Magdeburg, Berlijn en Potsdam, en douanerechercheurs uit Hannover/Magdeburg, Hamburg en München. Bij de eerdere fase van het onderzoek verleende Europol ondersteuning via een Virtual Command Post.

Afsluiting

Het onderzoek 'Water into Wine' ontwikkelt zich tot een van de grotere EPPO-zaken op het terrein van grensoverschrijdende btw-fraude met brandstoffen. De tweede tenlastelegging, nu bij het Landgericht Berlijn, maakt duidelijk dat het onderzoek zich niet beperkt tot de directe uitvoerders van de fraude, maar ook de professionele dienstverleners in beeld brengt die vermoedelijk een faciliterende rol hebben gespeeld. Hoe de Duitse strafrechter deze zaak zal beoordelen, moet worden afgewacht. Alle verdachten worden tot aan een eventuele onherroepelijke veroordeling als onschuldig beschouwd.

Print Friendly and PDF ^