Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan oplichting bij verkoop van een havenkraan met zwartgelakte koopovereenkomst en betaalbewijs
/Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6978
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt de indirect bestuurder van een vennootschap voor feitelijk leidinggeven aan oplichting van een buitenlandse onderneming bij de verkoop van een havenkraan. De vennootschap verkoopt de kraan voor € 765.000 en garandeert de koper volledig en onbezwaard eigendom, terwijl zij zelf alleen een aanbetaling aan haar eigen verkoper heeft gedaan en die verkoper zich de eigendom tot volledige betaling voorbehoudt. Op de vraag om eigendomsbewijzen stuurt de verdachte een koopovereenkomst en een bankafschrift waarin juist de gegevens over prijs, eigendomsoverdracht, levering en het betaalde bedrag onleesbaar zijn gemaakt. Het hof oordeelt dat de vennootschap zich daarmee voordoet als onbezwaard eigenaar en kunstgrepen toepast, waardoor de koper wordt bewogen tot betaling van het restant van de koopprijs. Het verweer dat de koper niet de vereiste omzichtigheid in acht heeft genomen, verwerpt het hof. De verdachte krijgt een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie voorwaardelijk, en moet € 602.775 aan schadevergoeding betalen.
Inleiding en context
De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1978. Hij is indirect en enig bestuurder van een vennootschap die op 9 november 2018 een koopovereenkomst sluit met een onderneming, volgens de inhoudsindicatie een buitenlands bedrijf, voor de levering van een havenkraan van het type Liebherr LHM250 voor € 765.000. Tien procent is binnen drie dagen na ondertekening verschuldigd als aanbetaling, de rest vóór verzending binnen twee weken. De overeenkomst bepaalt dat de eigendom overgaat bij volledige betaling en dat de vennootschap de koper volledig eigendom zonder beperkingen of rechten van derden garandeert. De koper betaalt de koopsom in twee delen, op 14 en 29 november 2018.
De vennootschap koopt de kraan zelf bij een ander bedrijf. Volgens die overeenkomst, ondertekend op 15 november 2018, geldt een aanbetaling van vijf procent, moet het restant uiterlijk op 31 maart 2019 worden betaald, gaat de eigendom niet eerder over dan op 1 januari 2019 en behoudt de verkoper zich de eigendom voor tot volledige betaling. Op 16 november 2018 maakt de vennootschap € 25.000 over aan haar verkoper; daarna volgt geen betaling meer, terwijl wel substantiële bedragen naar rekeningen van de verdachte en aan hem gerelateerde (rechts)personen worden overgemaakt. De advocaat van de oorspronkelijke verkoper laat in oktober 2019 weten dat die eigenaar is gebleven en dat de vennootschap de kraan niet mocht verkopen of overdragen.
De rechtbank Gelderland veroordeelt de verdachte op 21 november 2023 voor feit 1 primair tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan drie voorwaardelijk, en spreekt hem vrij van feiten 2 en 3. De verdachte stelt onbeperkt hoger beroep in. Het hof verklaart hem niet-ontvankelijk voor zover dat beroep is gericht tegen de vrijspraken, en vernietigt het vonnis voor het overige om redenen van doelmatigheid. Wat feiten 2 en 3 inhouden, vermeldt het arrest niet.
Tenlastelegging en wettelijk kader
Primair wordt de verdachte verweten dat hij in de periode van 1 november 2018 tot en met 1 december 2018 opdracht heeft gegeven tot of feitelijk leiding heeft gegeven aan oplichting door de vennootschap (art. 326 jo. 51 Sr). Als oplichtingsmiddelen zijn de valse naam, de valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels ten laste gelegd. De tenlastelegging noemt onder meer het samen met een medewerker van de koper bezichtigen van de kraan, het doen voorkomen dat de vennootschap (onbezwaard) eigenaar was, het per e-mail toezenden van de deels onleesbaar gemaakte koopovereenkomst en het deels onleesbaar gemaakte bankafschrift, en het zich voordoen als bonafide verkoper. Subsidiair is medeplegen van oplichting ten laste gelegd, meer subsidiair feitelijk leidinggeven aan verduistering van de koopsom door de vennootschap (periode tot en met 29 januari 2019).
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep tegen de vrijspraken, een veroordeling voor feit 1 primair tot een gevangenisstraf van zestien maanden en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot € 602.775, met wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel. Volgens de advocaat-generaal heeft de verdachte een valse hoedanigheid aangenomen door zich voor te doen als onbezwaard eigenaar. Ook is sprake van een samenweefsel van verdichtsels, omdat hij doelbewust de passages over het eigendomsvoorbehoud heeft weggelakt en die overeenkomst aan de koper heeft voorgelegd. De gedragingen zijn aan de vennootschap toe te rekenen en de verdachte heeft ze actief en effectief aangestuurd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak. Zij voert aan dat geen valse naam is gebruikt en dat het zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper die in staat en voornemens is te leveren, op zichzelf geen oplichting oplevert.
Van een samenweefsel van verdichtsels is volgens de verdediging geen sprake, omdat het gaat om één leugenachtigheid, namelijk de gepretendeerde onbezwaarde eigendom. Om dezelfde reden ontbreken listige kunstgrepen.
Verder heeft de verdachte de passages in de koopovereenkomst niet zwartgelakt met het oogmerk de koper te misleiden. De verdachte verklaart dat hij de vennootschap door de aanbetaling al als eigenaar zag en dat de gegevens over eigendom en prijs vertrouwelijk zijn en niet van belang voor de klant.
Subsidiair stelt de verdediging dat de koper niet de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid in acht heeft genomen.
Voor het meer subsidiair ten laste gelegde voert zij aan dat geen sprake is van wederrechtelijke toe-eigening, omdat een ontvangen koopsom naar burgerlijk recht tot het vermogen van de (nalatige) verkoper gaat behoren.
Over de straf voert de raadsman aan dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd, omdat de verdachte kostwinner is van zijn gezin met twee kinderen. De vordering van de benadeelde partij wordt volgens het hof onvoldoende weersproken.
Oordeel gerecht
Het hof stelt voorop dat oplichting een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen vereist waarmee de verdachte een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen om daarvan misbruik te maken. Of het slachtoffer daardoor is bewogen, hangt sterk af van de omstandigheden, waaronder de vereiste omzichtigheid en de persoonlijkheid van het slachtoffer; bij een samenweefsel van verdichtsels tellen ook de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de mededelingen in onderlinge samenhang.
Naar Nederlands recht kan iemand zich verbinden tot levering van een goed waarvan hij (nog) geen eigenaar is. Voor de koper was het echter van wezenlijk belang dat de vennootschap al eigenaar was, omdat zij zonder dat bewijs geen financiering kon krijgen. Daarom vroeg zij op 21 november 2018 om eigendomsbewijzen. Uit dat verzoek blijkt volgens het hof ook dat de koper toen al in de veronderstelling verkeerde dat de vennootschap eigenaar was. Met de eigendomsgarantie in de koopovereenkomst deed de vennootschap zich voor als onbezwaard eigenaar. Door de relevante bepalingen in haar eigen koopovereenkomst en de bedragen en de betaaldatum op het bankafschrift zwart te lakken, bevestigde zij die onjuiste voorstelling. Het hof begrijpt dat de verdachte zijn inkoopprijs niet wilde prijsgeven, maar door als antwoord op de eigendomsvraag zonder toelichting een betaalbewijs te sturen, werd de indruk gewekt dat het om de volledige betaling ging.
Het hof stelt vast dat de verdachte precies die informatie heeft zwartgelakt die de werkelijke eigendomssituatie zou onthullen. Op het volledige bankafschrift had de koper kunnen zien dat alleen een aanbetaling was gedaan; uit de volledige overeenkomst had zij kunnen opmaken dat de vennootschap niet vóór 1 januari 2019 en pas na volledige betaling over onbezwaard eigendom zou beschikken. De vennootschap kon weten dat die informatie voor de koper essentieel was. Het opzet op deze selectieve informatieverstrekking leidt het hof af uit het feit dat de alinea over eigendomsoverdracht en levering volledig is zwartgelakt, terwijl in de alinea over de prijs de voor de eigendom niet relevante bepalingen leesbaar zijn gebleven. Daarmee heeft de vennootschap een valse hoedanigheid aangenomen. Door de bewerkte stukken te verstrekken in plaats van de koper in te lichten, heeft de verdachte bovendien kunstgrepen toegepast, waardoor de koper het tweede deel van de koopsom betaalde. Het causaal verband tussen de oplichtingsmiddelen en de betaling is daarmee gegeven.
Het omzichtigheidsverweer verwerpt het hof met overneming van de overweging van de rechtbank: het handelsverkeer is op onderling vertrouwen gebaseerd en de koper heeft zich nader geïnformeerd door eigendomsinformatie op te vragen.
Omdat de verdachte indirect en enig bestuurder van de vennootschap was en volgens zijn eigen verklaring leidinggevende was en de onderhandelingen met de koper voerde, acht het hof bewezen dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het strafbare handelen van de vennootschap. Het bewezenverklaarde levert op: feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van oplichting.
Bewezenverklaring
Het hof acht feit 1 primair bewezen, in de kern inhoudende dat de vennootschap in de periode van 1 november 2018 tot en met 1 december 2018, met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling, door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen de koper heeft bewogen tot het aangaan van de koopovereenkomst voor de havenkraan en tot afgifte van een geldbedrag, door:
in de persoon van de verdachte als middellijk bestuurder met een medewerker van de koper de havenkraan in Duitsland te bekijken;
te doen voorkomen dat de kraan door de vennootschap was aangekocht bij de oorspronkelijke verkoper;
in de koopovereenkomst te doen voorkomen dat de vennootschap (onbezwaard) eigenaar was of dit op korte termijn zou worden;
per e-mail een koopovereenkomst met de oorspronkelijke verkoper toe te zenden waarin relevante tekstdelen, waaronder datum van betaling en ondertekening, prijzen en het eigendomsvoorbehoud, onleesbaar waren gemaakt;
per e-mail een bankafschrift toe te zenden waarop de boekingsdatum en het overgemaakte bedrag onleesbaar waren gemaakt;
zich voor te doen als bonafide verkoper;
terwijl de verdachte aan die verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven.
In de bewezenverklaring is het bedrag van € 765.000 niet opgenomen; daar staat alleen afgifte van een geldbedrag. Van het meer of anders ten laste gelegde wordt de verdachte vrijgesproken.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof weegt mee dat de koper heeft betaald en niet is geleverd, dat groot financieel nadeel is toegebracht en dat misbruik is gemaakt van het vertrouwen dat in de verdachte werd gesteld. Van het benadelingsbedrag is slechts € 169.000 terugbetaald. De verdachte is volgens het uittreksel van 10 september 2026 niet eerder in Nederland veroordeeld; art. 63 Sr is van toepassing. Ook de door de verdachte ter zitting genoemde persoonlijke omstandigheden worden betrokken. Gelet op de ernst kan niet worden volstaan met een andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De door de rechtbank opgelegde straf acht het hof in beginsel passend, maar wegens overschrijding van de redelijke termijn met bijna een jaar legt het hof een gevangenisstraf op van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Het hof blijft daarmee onder de eis van zestien maanden en onder de straf van de rechtbank.
De vordering van de benadeelde partij wordt, zoals gehandhaafd voor het door de rechtbank toegewezen bedrag, volledig toegewezen tot € 602.775 aan materiële schade (inclusief € 6.775 buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2019. De proceskosten worden volgens het liquidatietarief begroot op € 5.286. Het hof legt de schadevergoedingsmaatregel op voor € 602.775, met gijzeling van ten hoogste 360 dagen. De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 51, 63 en 326 Sr.
Lees hier de volledige uitspraak.
Gerelateerde berichten
Btw‑fraudezaken: rechtbank straft passieve en actieve feitelijke leidinggevers, 9 januari 2026
Gevangenisstraf voor kernfiguur in grensoverschrijdende oplichtingszaak, 19 september 2025
Advies AG aan Hoge Raad: laat veroordeling van dakdekker voor oplichting van zeven klanten in stand, 19 september 2025
