Treft de FCPA buitenlandse bedrijven harder? De data laten een genuanceerder beeld zien

De stelling dat de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) buitenlandse bedrijven disproportioneel treft, speelde een sleutelrol in de politieke rechtvaardiging van de FCPA-pauze die president Trump in februari 2025 afkondigde. De executive order sprak expliciet over handhaving die het Amerikaanse bedrijfsleven zou benadelen. Nu het Department of Justice (DOJ) inmiddels nieuwe handhavingsrichtsnoeren heeft gepubliceerd en de eerste zaken onder die richtsnoeren lopen, is het de moeite waard om de feitelijke basis van die stelling te onderzoeken. De beschikbare handhavingsdata, samengebracht door onder meer de FCPA Clearinghouse van Stanford Law School en onderzoekers van Gibson Dunn, laten een aanzienlijk genuanceerder beeld zien dan de politieke retoriek doet vermoeden. Die nuance is relevant voor iedereen die werkzaam is in de internationale compliance-praktijk, van advocaten en officieren van justitie tot compliance officers en toezichthouders.

De FCPA-pauze en de nieuwe koers van het DOJ

Op 10 februari 2025 ondertekende president Trump een executive order met als titel "Pausing Foreign Corrupt Practices Act Enforcement to Further American Economic and National Security". De order droeg de Attorney General op om gedurende 180 dagen alle nieuwe FCPA-onderzoeken en handhavingsacties op te schorten en de bestaande richtlijnen te herzien. Vijf dagen eerder had Attorney General Pam Bondi al een memorandum uitgevaardigd waarin de FCPA-unit werd geïnstrueerd om prioriteit te geven aan zaken met een verband met kartels en transnationale criminele organisaties (TCO's).

Na afloop van de pauzeperiode publiceerde het DOJ op 9 juni 2025 nieuwe FCPA Guidelines. Het DOJ gaf daarin expliciet aan de gevolgen voor het Amerikaanse bedrijfsleven te willen minimaliseren en handhavingsacties te richten op zaken die de nationale veiligheid of het Amerikaans economisch belang raken. Verschillende lopende FCPA-zaken werden geseponeerd, waaronder de langlopende zaak tegen voormalige Cognizant-bestuurders. Andere zaken werden juist voortgezet of nieuw geïnitieerd onder de herziene criteria. Volgens de eindejaarsanalyse van WilmerHale was het totale aantal publiek bekende FCPA-handhavingsacties in 2025 het laagste sinds 2010.

Wat de handhavingscijfers werkelijk tonen

De perceptie dat de FCPA als wapen tegen buitenlandse ondernemingen wordt ingezet, berust op een selectieve lezing van de data. Wie naar de absolute aantallen kijkt, ziet iets anders. Volgens data van Stanford Law School betrof 41 procent van de ruim 770 FCPA-handhavingsacties sinds 1977 buitenlandse verdachten. De meerderheid van de zaken was dus tegen Amerikaanse entiteiten gericht. The FCPA Blog kwam in een analyse van het voorafgaande decennium tot een vergelijkbare conclusie: 53 procent van alle zakelijke FCPA-handhavingsacties betrof Amerikaanse bedrijven.

Het beeld kantelt wanneer wordt gekeken naar de financiële gevolgen. Uit een uitgebreide analyse van Diamant, Sullivan en Smith in de Michigan Business & Entrepreneurial Law Review (2019) bleek dat de gemiddelde schikkingskosten voor niet-Amerikaanse bedrijven ruim vier keer hoger lagen dan voor hun Amerikaanse tegenhangers: 72,3 miljoen dollar tegenover 17,6 miljoen dollar. In 2017 was het verschil nog groter, met gemiddelden van respectievelijk 150,3 miljoen en 16,1 miljoen dollar. De tien grootste FCPA-schikkingen aller tijden worden dan ook gedomineerd door buitenlandse ondernemingen, van het Duitse Siemens AG (circa 800 miljoen dollar in 2008) tot het Zweedse Ericsson en het Franse Airbus.

De vraag is hoe dat verschil te verklaren valt. De auteurs van het Gibson Dunn-artikel wezen op factoren als de schaal van de betrokken corruptieschema's, de beperktere bereidheid van buitenlandse bedrijven om in een vroeg stadium mee te werken met Amerikaanse autoriteiten, en het feit dat de FCPA-jurisdictie over buitenlandse bedrijven doorgaans berust op beursnotering in de VS, wat per definitie de grotere, internationaal opererende ondernemingen raakt.

Politiek-economisch onderzoek: een scherper beeld

Academisch onderzoek werpt een aanvullend licht op de kwestie. In een studie die onder meer op de NBER Law & Economics-conferentie werd gepresenteerd, onderzochten Lauren Cohen (Harvard Business School) en medeauteurs het verband tussen FCPA-handhaving tegen buitenlandse bedrijven en Amerikaanse verkiezingscycli. Zij constateerden dat de kans op een FCPA-handhavingsactie tegen buitenlandse bedrijven significant toenam in de aanloop naar senaatsverkiezingen, met een stijging van meer dan 200 procent, zonder een vergelijkbare toename voor Amerikaanse bedrijven in dezelfde staten. Deze zaken bleken bovendien gemiddeld zwakker onderbouwd te zijn en eindigden vaker in een schikking.

Een recente studie gepubliceerd in het Journal of International Business Studies (2026) onderzocht de grensoverschrijdende effecten van FCPA-handhaving op Chinese bedrijven en concludeerde dat handhavingsacties tegen Amerikaanse bedrijven een disciplinerend effect hebben op niet-betrokken bedrijven in dezelfde sector, ook buiten de VS. De onderzoekers benadrukten dat internationale coördinatie van anti-corruptiehandhaving moet worden versterkt.

De verschuiving naar protectionisme

De nieuwe FCPA Guidelines van juni 2025 hebben het debat een andere wending gegeven. White & Case constateerde dat het DOJ Amerikaanse bedrijven nu expliciet aanmoedigt om corrupte buitenlandse concurrenten te melden. De richtsnoeren stellen dat buitenlandse ondernemingen die door omkoping oneerlijke concurrentievoordelen behalen, een prioritair handhavingsdoel vormen. Dat is een breuk met de traditionele benadering waarin bedrijven primair als potentiële overtreders werden aangesproken.

Deputy Attorney General Todd Blanche bevestigde deze koers in december 2025 op de ACI FCPA-conferentie, waar hij benadrukte dat het DOJ zich richt op zaken die de Amerikaanse concurrentiepositie raken. Acting Assistant Attorney General Matthew Galeotti typeerde de verandering als een "pivot" in plaats van een fundamentele breuk, maar de richting is duidelijk: de FCPA wordt nadrukkelijker gepositioneerd als instrument ter bescherming van het Amerikaanse bedrijfsleven.

Die verschuiving is ook door financiële markten opgemerkt. In een analyse in Foreign Affairs (maart 2026) werd beschreven hoe aandelenkoersen van bedrijven met een FCPA-verleden stegen na de pauze van februari 2025. De gemiddelde koerswinst van bedrijven die in verband worden gebracht met omkoping bedroeg 6,5 miljard dollar, aanzienlijk meer dan de typische FCPA-boete. Na het opheffen van de pauze in juni 2025 bleven die koersen stijgen, maar de stijging concentreerde zich bij Amerikaanse bedrijven. Beleggers lijken er volgens de auteurs vanuit te gaan dat de FCPA voortaan selectief zal worden gehandhaafd.

Het Europese perspectief

Voor Europese bedrijven en hun compliance-afdelingen is de ontwikkeling tweeledig relevant. Enerzijds tonen de historische handhavingscijfers dat de FCPA in absolute aantallen vaker tegen Amerikaanse dan tegen buitenlandse bedrijven is ingezet. Anderzijds zijn de financiële gevolgen voor buitenlandse bedrijven structureel hoger geweest, en wijzen de nieuwe richtsnoeren op een verdere verscherping van dat verschil.

Meerdere internationale advocatenkantoren adviseerden begin 2026 dat multinationals hun compliance-programma's onverminderd op peil moeten houden. DLA Piper en Foley Hoag benadrukten dat buitenlandse bedrijven met een notering op Amerikaanse beurzen of andere aanknopingspunten met de VS binnen het bereik van de FCPA blijven. Sheppard Mullin waarschuwde dat de risico's voor buitenlandse bedrijven na de pauze mogelijk juist zijn toegenomen, nu het DOJ zijn handhavingscapaciteit concentreert op zaken met een buitenlands element die Amerikaanse belangen raken.

Afsluiting

De beschikbare data ontkrachten het simplistische beeld dat de FCPA als eenzijdig anti-buitenlands instrument heeft gefunctioneerd. De meerderheid van de handhavingsacties betrof Amerikaanse bedrijven, al betaalden buitenlandse ondernemingen gemiddeld aanzienlijk hogere schikkingsbedragen. De nieuwe handhavingsrichtsnoeren verschuiven de balans verder: het DOJ positioneert de FCPA steeds nadrukkelijker als instrument ter bescherming van het Amerikaanse bedrijfsleven. Of die positionering leidt tot daadwerkelijk selectieve handhaving, zal de praktijk van de komende maanden moeten uitwijzen.

Print Friendly and PDF ^