Valse factuur voor bankfinanciering: OVAR wegens ontbrekende bestanddelen | Geen verduistering bij valutatransacties door vermogensovergang

Rechtbank Oost-Brabant 11 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:989

Deze strafzaak betreft een natuurlijke persoon aan wie valsheid in geschrifte en verduistering worden verweten. De rechtbank acht bewezen dat verdachte een debetfactuur van 10 januari 2022 valselijk opmaakt, nu geen werkzaamheden zijn verricht en geen rechtsverhouding bestond met de vermelde wederpartij. Tevens acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze facturen via een financieringsplatform bij een bank indient en daarmee opzettelijk gebruikmaakt van valse geschriften. De bewezenverklaarde feiten kunnen echter niet worden gekwalificeerd als strafbare feiten, omdat essentiƫle wettelijke bestanddelen in de tenlastelegging ontbreken, zodat ontslag van alle rechtsvervolging volgt. Ten aanzien van de valutatransacties spreekt de rechtbank vrij van verduistering, nu de ontvangen valuta op grond van de contractuele verhouding tot het vermogen van verdachte of diens vennootschappen gaan behoren en derhalve geen sprake is van wederrechtelijke toe-eigening van een goed dat aan een ander toebehoort in de zin van artikel 321 Sr. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard en een straf of maatregel blijft achterwege.

Read More
Print Friendly and PDF ^