Scooterrit naar fraude: hof acht medeplegen bij geraffineerde bankpasoplichting bewezen
/Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 6 februari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:365
Verdachte vervoert een medeverdachte met zijn scooter binnen een groep die via bankhelpdeskfraude slachtoffers in Roosendaal benadert en goederen en bankpassen ontfutselt. Hem wordt verweten medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegde oplichting en diefstal met een valse sleutel door gebruik van via oplichting verkregen bankpassen. Het Openbaar Ministerie vordert bevestiging van de veroordeling en hoofdelijke toewijzing van de schade van de benadeelden met schadevergoedingsmaatregel. De verdediging bepleit vrijspraak omdat geen nauwe en bewuste samenwerking bestaat en stelt dat de verdachte niet zelf chatte omdat zijn telefoon kwijt was, subsidiair wordt een mildere (voorwaardelijke) taakstraf bepleit. Het hof acht medeplegen bewezen omdat verdachte actief voorkomt in Snapchatgroepen, onmisbaar vervoer levert, op de hoogte is van de fraude en zou meedelen in de buit, en acht het ‘telefoon-kwijt’-verweer ongeloofwaardig. Het hof legt 80 uur werkstraf op (subsidiair 40 dagen jeugddetentie), past adolescentenstrafrecht toe en wijst 13657,34 en 1100 aan schade toe met wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel.
Context van de zaak
In deze zaak staat een in 2002 geboren natuurlijke persoon terecht wegens zijn betrokkenheid bij een reeks bankpasfraudes in Roosendaal in de periode van 20 juni 2023 tot en met 26 juli 2023. De verdachte opereert samen met onder meer een medeverdachte, geboren in 2003. De zaak komt in hoger beroep na een veroordeling door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 december 2024.
De feiten spelen zich af tegen de achtergrond van een bankhelpdeskfraude. Slachtoffers worden telefonisch benaderd door personen die zich voordoen als bankmedewerker of politiemedewerker. Zij krijgen te horen dat er verdachte transacties zijn waargenomen, bijvoorbeeld een overboeking naar Engeland of Algerije. Vervolgens wordt hen meegedeeld dat een medewerker langs zal komen om bankpassen, pincodes en soms ook waardevolle goederen veilig te stellen. In werkelijkheid worden de slachtoffers opgelicht.
De verdachte fungeert volgens het hof voornamelijk als vervoerder van de medeverdachte, die bij de slachtoffers aanbelt en goederen in ontvangst neemt. De communicatie binnen de groep verloopt via Snapchatgroepen, waarin adressen, codes en instructies worden gedeeld. Uit het dossier blijkt dat de verdachte onder een specifieke accountnaam deelneemt aan deze chats en daarin actief reageert.
Tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig maakt aan:
Medeplegen van poging tot oplichting op 26 juli 2023 te Roosendaal, door zich samen met anderen voor te doen als bankmedewerker en een slachtoffer te bewegen haar pinpas en pincode in een envelop te stoppen, terwijl de uitvoering niet wordt voltooid.
Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd in de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Roosendaal, door meerdere personen telefonisch te benaderen, zich voor te doen als bank- of politiemedewerker en hen te bewegen tot afgifte van onder meer een iPhone, MacBook, iPad, sieraden, bankpassen, pincodes en een geldbedrag van 1100.
Medeplegen van diefstal in diezelfde periode, waarbij met behulp van een door oplichting verkregen bankpas geld wordt opgenomen, hetgeen wordt gekwalificeerd als diefstal met een valse sleutel.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert bevestiging van het vonnis in eerste aanleg, met uitzondering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. Volgens het Openbaar Ministerie is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders. De verdachte vervult een wezenlijke rol door vervoer te regelen, aanwezig te zijn bij pintransacties en deel te nemen aan de communicatie in de Snapchatgroepen. Daarmee levert hij een materiële en intellectuele bijdrage van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken.
Ten aanzien van de benadeelde partij wordt gevorderd dat de vordering volledig en hoofdelijk wordt toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente, en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten. Volgens de raadsman kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De rol van de verdachte beperkt zich tot het aanbieden van vervoer met zijn scooter. Dat is volgens de verdediging onvoldoende voor medeplegen en hooguit passend bij medeplichtigheid.
Voorts voert de verdediging aan dat de verdachte niet actief heeft deelgenomen aan de Snapchatgroepen. Hij zou zijn telefoon gedurende langere tijd kwijt zijn geweest, waardoor een ander onder zijn account kan hebben gecommuniceerd.
Subsidiair wordt een straftoemetingsverweer gevoerd. De verdachte heeft het voorarrest als traumatisch ervaren en zijn rol zou beperkt zijn geweest. Een geheel voorwaardelijke taakstraf wordt bepleit.
Oordeel van het hof
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht, maar komt inhoudelijk grotendeels tot eenzelfde bewezenverklaring.
Ten aanzien van het verweer dat geen sprake is van medeplegen overweegt het hof dat voor medeplegen vereist is dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier volgt dat de groep een duidelijke taakverdeling kent: bellers, ophalers en vervoerders. De verdachte vervult de rol van vervoerder en neemt deel aan de Snapchatcommunicatie waarin adressen, codes en instructies worden gedeeld.
Het hof acht de verklaring van de medeverdachte betrouwbaar. Deze verklaart consistent dat de verdachte op de hoogte is van de fraude, dat hij weet dat bankpassen worden afgenomen en dat daarmee geld wordt gepind. De verdachte zou zelfs delen in de buit. De verklaring wordt ondersteund door Snapchatgesprekken waarin de verdachte onder zijn accountnaam reageert, alsmede door foto’s van een identiteitsbewijs van een slachtoffer die op zijn telefoon worden aangetroffen.
Het verweer dat de verdachte zijn telefoon kwijt is geweest, acht het hof ongeloofwaardig. De verdachte verklaart wisselend over de periode waarin hij zijn telefoon niet zou hebben gehad. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat de telefoon slechts kortstondig door de medeverdachte wordt gebruikt wanneer diens batterij leeg is.
Het hof oordeelt dat de bijdrage van de verdachte onmisbaar is voor het slagen van de oplichtingen. De medeverdachte beschikt niet over eigen vervoer en is afhankelijk van de verdachte om bij slachtoffers te komen en om na de feiten geld af te dragen. Daarmee is sprake van een gezamenlijke uitvoering en een bijdrage van voldoende gewicht.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:
– op 26 juli 2023 te Roosendaal tezamen en in vereniging met anderen een poging tot oplichting pleegt door zich voor te doen als bankmedewerker en een slachtoffer te bewegen tot afgifte van pinpas en pincode;
– in de periode van 20 juni 2023 tot en met 25 juli 2023 te Roosendaal meermalen tezamen en in vereniging met anderen slachtoffers oplicht door zich voor te doen als bank- of politiemedewerker en hen te bewegen tot afgifte van geld, bankpassen, pincodes, elektronica en sieraden;
– in diezelfde periode tezamen en in vereniging met anderen geldbedragen toebehorend aan een slachtoffer wegneemt door middel van een valse sleutel, te weten een door oplichting verkregen bankpas.
Strafoplegging
Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de ernst van de feiten. De verdachte maakt deel uit van een groep die bejaarde slachtoffers op geraffineerde wijze misleidt en hun gevoel van veiligheid ernstig aantast. Hij handelt uit financieel gewin en zonder oog voor de gevolgen voor de slachtoffers.
Tegelijkertijd weegt het hof mee dat de verdachte een relatief beperkte rol vervult, niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat uit een reclasseringsadvies volgt dat bij hem sprake is van autisme, waardoor hij verminderd weerbaar is en vatbaar voor negatieve beïnvloeding. Het hof past het adolescentenstrafrecht toe.
Het hof acht een taakstraf passend en legt een werkstraf van 80 uren op, subsidiair 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.
Ten aanzien van de benadeelde partijen wijst het hof de vordering van een slachtoffer toe tot 13657,34, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 juli 2023, en legt daarvoor de schadevergoedingsmaatregel op. De vordering van een ander slachtoffer wordt toegewezen tot 1100, eveneens vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Lees hier de volledige uitspraak.
