Onjuiste bestrijdingspraktijk leidt tot straf voor bestuurder orchideeënbedrijf

Rechtbank Amsterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10926

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een bestuurder van twee orchideeënbedrijven voor feitelijke leiding aan het onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddel Vydate.
Het middel is gemengd met bulgur en over orchideeën gestrooid, in strijd met de gebruiksvoorschriften. De verdachte wist van deze werkwijze en gaf daar actief sturing aan. De rechtbank verwerpt verweren over onduidelijke dagvaarding, gebrek aan opzet en ontbreken van wederrechtelijkheid. Gezien de ernst, maar ook de persoonlijke omstandigheden, legt de rechtbank een voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro op. De proeftijd bedraagt twee jaar; bij recidive volgt uitvoering van de boete.

Context van de zaak

De rechtbank Amsterdam oordeelt in een strafzaak tegen een natuurlijke persoon, bestuurder van twee ondernemingen die zich toeleggen op de teelt van de vlinderorchidee (Phalaenopsis). De ondernemingen, bedrijf 1 en bedrijf 2, telen potplanten waarbij het probleem van potworm optreedt. Ter bestrijding daarvan is gebruik gemaakt van het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G. Hoewel dit middel ten tijde van het gebruik in Nederland was toegelaten, stelt het Openbaar Ministerie dat het is toegepast in strijd met de daaraan verbonden gebruiksvoorschriften. Verdachte wordt verweten dat hij aan dit handelen feitelijk leiding heeft gegeven.

De strafzaak maakt deel uit van een bredere rechtsgang waarin meerdere natuurlijke en rechtspersonen zijn gedagvaard. De behandeling van de zaak vindt plaats op 9 en 23 oktober 2025. De rechtbank doet op 6 november 2025 uitspraak.

Tenlastelegging

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 september 2020 tot en met 16 september 2022 feitelijk leiding heeft gegeven aan het onjuist gebruik van Vydate 10G door bedrijf 1 en bedrijf 2. Het middel zou zijn gemengd met bulgur en na het oppotten over de planten(potten) zijn verstrooid, wat in strijd is met de geldende gebruiksvoorschriften onder artikel 55 van de Verordening (EG) 1107/2009. Deze voorschriften schrijven voor dat Vydate alleen mag worden toegepast via potgrondbehandeling vóór het oppotten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat het handelen in strijd is met artikel 55 van de Verordening, zoals verboden in artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De officier van justitie wijst erop dat feitelijke leiding aantoonbaar is door de betrokkenheid van verdachte bij de besluitvorming over de teelt en het gebruik van Vydate, zoals blijkt uit e-mailcorrespondentie. De officier eist een taakstraf van 40 uur.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert meerdere verweren. Allereerst wordt betoogd dat de dagvaarding onvoldoende feitelijk is onderbouwd en dus nietig zou moeten worden verklaard. Daarnaast stelt de raadsman dat geen sprake is van opzettelijk handelen of feitelijke leiding. Subsidiair wordt vrijspraak bepleit voor onderdelen van de pleegperiode en voor het aspect ‘toevoegen aan de bark’. Tot slot wordt aangevoerd dat het handelen niet wederrechtelijk was, aangezien de alternatieve toepassing van Vydate de beschermingsdoelen van de Verordening evenzeer of beter zou dienen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt alle gevoerde verweren. De tenlastelegging acht zij voldoende feitelijk en concreet. De verboden gedraging — het mengen van Vydate met bulgur en verstrooien over de planten na het oppotten — is expliciet benoemd. Omdat het hier een economisch delict betreft, acht de rechtbank een verdere feitelijke invulling niet noodzakelijk.

Uit verklaringen van werknemers en medeplegers blijkt dat Vydate langdurig en herhaaldelijk op de onjuiste wijze is toegepast. Onder meer zijn op de locatie van bedrijf 2 mengapparatuur en resten van Oxamyl (de werkzame stof in Vydate) aangetroffen, wat wijst op recent gebruik. De rechtbank acht het gebruik bewezen tot aan de dag van de inval, 16 september 2022.

Het beroep op het ontbreken van opzet bij de ondernemingen en verdachte faalt. De werknemer die Vydate toepaste wist dat de wijze van gebruik strijdig was met het voorschrift. De directie, waaronder verdachte, was hiervan op de hoogte. Derhalve is sprake van (kleurloos) opzet bij de rechtspersonen en (voorwaardelijk) opzet bij verdachte.

Ook de feitelijke leiding door verdachte acht de rechtbank bewezen. Als bestuurder had hij zeggenschap over de teelt, en uit diverse e-mails blijkt dat hij actief betrokken was bij de toepassing van Vydate. Zijn verklaring dat hij enkel verantwoordelijk was voor de verkoop vindt de rechtbank ongeloofwaardig.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het herhaaldelijk handelen in strijd met artikel 55 van de Verordening door bedrijf 1 en bedrijf 2. De gedraging bestond uit het mengen van Vydate met bulgur en dit na het oppotten verstrooien over de orchideeën. Verdachte wordt partieel vrijgesproken van het onderdeel ‘toevoegen aan de bark’.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit. Vydate is een zeer giftig middel met risico’s voor mens, dier en milieu. Door in strijd met de voorschriften te handelen, wordt het veilige gebruik van dergelijke middelen ondermijnd.

Wel laat de rechtbank strafmatig meewegen dat verdachte niet eerder is veroordeeld en dat het onderzoek grote impact heeft gehad op hem en zijn ondernemingen, waaronder verlies van klanten. Bovendien blijkt dat de ondernemingen bewust zoeken naar duurzamere alternatieven voor potwormbestrijding en dat ook andere kwekers soortgelijke methodes hanteerden, zonder vervolgd te worden.

Het verweer dat het handelen niet strafbaar is vanwege het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, verwerpt de rechtbank eveneens. Niet is aangetoond dat de gekozen werkwijze eenzelfde of hoger beschermingsniveau bood als de voorgeschreven methode.

De redelijke termijn is volgens de rechtbank niet overschreden. De vertraging is deels te verklaren door de proceshouding van de verdediging en de omvang van het dossier.

Gezien alle omstandigheden acht de rechtbank een lagere straf dan geëist passend. Er wordt een voorwaardelijke geldboete van 2.000 euro opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. De straf zal alleen ten uitvoer worden gelegd als verdachte zich in die periode opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Lees hier de volledige uitspraak.

Bedrijf

Rechtbank Amsterdam veroordeelt een orchideeënbedrijf wegens onjuist gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Vydate 10G. Het middel werd gemengd met bulgur en over planten gestrooid, wat in strijd is met de gebruiksvoorschriften. De rechtbank oordeelt dat dit gebruik risico's voor mens, dier en milieu met zich meebrengt en dat sprake is van opzet. Verweren van de verdediging, waaronder het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid, worden verworpen.
De onderneming wordt aangemerkt als medepleger, samen met andere bedrijven en natuurlijke personen. De opgelegde straf is een geldboete van 20.000 euro.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^