Niet deugdelijk afgedekte losse lading: hof oordeelt dat gevaar voor afvallen of wegwaaien van maiskolven voldoende is onderbouwd
/Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1055
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt een Wahv-sanctie van € 307,50 voor het rijden met niet deugdelijk afgedekte losse lading maiskolven op een aanhangwagen. De betrokkene betwist dat gevaar bestond voor afvallen of wegwaaien van de lading en beroept zich op een eerdere uitspraak van het hof over het vervoer van bieten. Het hof oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant, het aanvullend proces-verbaal en de foto's in het dossier voldoende blijkt dat gevaar kon ontstaan. De lading kwam boven de schotten uit, was niet afgedekt met een net en stukken maiskolven lagen reeds verspreid op het wegdek. Het beroep op het eerdere arrest slaagt niet, omdat die zaak betrekking heeft op een andere lading en een andere beladingssituatie. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Inleiding en context
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelt in hoger beroep een geschil over een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 410 voor het rijden met een voertuig met gevaar dat niet deugdelijk afgedekte losse lading valt. De gedraging zou zijn verricht op 13 september 2022 om 19.21 uur op de Achterdijk in Rossum. Het betreft een tractor met een aanhangwagen beladen met groene maiskolven, zonder dat over de lading een net is gespannen of de lading anderszins is afgedekt. De kantonrechter van de rechtbank Gelderland heeft het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 307,50, met toekenning van een proceskostenvergoeding van € 453,50. De betrokkene komt in hoger beroep op tegen deze beslissing. De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De aan de betrokkene opgelegde sanctie ziet op een overtreding van artikel 5.1.2 in samenhang met artikel 5.18.6, tweede lid, van de Regeling voertuigen. Artikel 5.1.2 van de Regeling voertuigen verbiedt de bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen daarmee te rijden indien niet wordt voldaan aan de eisen die in afdeling 18 van dat hoofdstuk worden gesteld. Artikel 5.18.6, tweede lid, van de Regeling voertuigen bepaalt dat losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, deugdelijk moet zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading. De kernvraag in deze zaak is of sprake is van een situatie waarin gevaar of hinder is ontstaan of kon ontstaan door afvallende of wegwaaiende lading, en of de lading daarom afgedekt had moeten worden.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal dient een verweerschrift in. Uit het dossier volgt dat de advocaat-generaal het standpunt inneemt dat de gedraging is verricht. De advocaat-generaal wijst op het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant en de foto's in het dossier. Op de overgelegde foto is volgens de advocaat-generaal zichtbaar dat de aanhangwagen in het midden tot boven de rand is gevuld en in ieder geval aan de zijkant tot aan de rand is volgeladen. De advocaat-generaal concludeert tot bevestiging van de beslissing van de kantonrechter.
Standpunt van de verdediging
De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte de stelling van de betrokkene niet heeft gevolgd dat er geen gevaar bestond voor het afvallen van de lading. De gemachtigde stelt dat dit oordeel van de kantonrechter onbegrijpelijk is. De kantonrechter baseert zijn overweging op het aanvullend proces-verbaal, waaruit zou blijken dat er al maiskolven van het voertuig waren afgewaaid. De betrokkene betwist dit en stelt dat hetgeen de ambtenaar op de weg heeft zien liggen afkomstig moet zijn geweest van een eerder voertuig. Voorts voert de gemachtigde aan dat uit het dossier en de door de advocaat-generaal overgelegde foto niet blijkt dat de aanhangwagen zodanig was beladen dat gevaar kon ontstaan. De stelling van de advocaat-generaal dat zichtbaar zou zijn dat de aanhangwagen in het midden tot boven de rand is gevuld en aan de zijkant tot aan de rand is volgeladen, klopt volgens de gemachtigde niet. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst de gemachtigde naar een eerder arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 oktober 2020, met zaaknummer Wahv 200.244.525. In die zaak was aangevoerd dat voldoende ruimte was vrijgelaten bij de randen van de bak en het hof oordeelde destijds dat de gedraging niet was verricht.
Oordeel gerecht
Het hof stelt voorop dat voor de beantwoording van de vraag of de lading die door de betrokkene wordt vervoerd afgedekt moet worden, bepalend is of gevaar of hinder is ontstaan of kon ontstaan door afvallende of wegwaaiende lading. Het hof oordeelt dat daarvan in de onderhavige zaak sprake is. Het hof baseert dit oordeel op meerdere gronden. Ten eerste wijst het hof op de verklaring van de verbalisanten in het zaakoverzicht, waarin is opgenomen dat de aanhangwagen groene mais bevat die boven de schotten uitkomt en dat hierover geen net is gespannen. Ten tweede kent het hof betekenis toe aan het aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2023, waarin de verbalisant verklaart dat de lading niet is gezekerd en dat deze onder normale verkeerssituaties, waaronder volle remmingen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek, van het voertuig kon vallen of de stabiliteit van het voertuig in gevaar kon brengen. De verbalisant verklaart tevens dat stukken maiskolven reeds van de aanhangwagen waren gewaaid en verspreid lagen op het wegdek waar de betrokkene vandaan kwam. Daarnaast merkt de verbalisant op dat het ten tijde van de verbalisering begon te regenen, waardoor de bladeren van de maiskolven glad kunnen worden en gevaar kan ontstaan voor het overige verkeer, met name voor motorrijders op de betreffende provinciale weg. Ten derde wijst het hof op de foto's in het dossier, waarop zichtbaar is dat de lading niet is afgedekt, in het midden van de laadbak ruimschoots boven de rand uitkomt en de laadbak aan de zijkant vrijwel tot de rand is gevuld.
Het hof verwerpt de betwisting door de betrokkene dat de stukken maiskolven op de weg van zijn voertuigcombinatie afkomstig zijn. De verklaring van de ambtenaar weerspreekt deze stelling. Het hof oordeelt voorts dat de betrokkene zijn stelling dat de groene mais niet van de aanhangwagen zou kunnen afwaaien dan wel afvallen, niet aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep op het arrest van 26 oktober 2020 slaagt evenmin. Het hof overweegt dat die zaak geen betrekking heeft op een vergelijkbare situatie, en wel om twee redenen. Ten eerste betreft het in die zaak niet het vervoer van mais, maar een lading bieten. Ten tweede stelt het hof in die zaak vast dat uit een foto bleek dat bij het vervoer van de bieten voldoende ruimte was gelaten aan de randen van de laadbak, hetgeen in de onderhavige zaak juist niet het geval is. Het hof concludeert dat de gedraging is verricht.
Bewezenverklaring
Het hof acht de volgende gedraging verricht:
Met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading valt, op 13 september 2022 op de Achterdijk in Rossum.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter. De sanctie, na matiging door de kantonrechter vastgesteld op € 307,50, blijft in stand. Het verzoek om vergoeding van proceskosten in hoger beroep wordt afgewezen, nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld. Het arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier.
Lees hier de volledige uitspraak.
