Miljoenen illegale sigaretten vervoerd: voorwaardelijke celstraf en taakstraf voor medeplichtige smokkelaar
/Rechtbank Overijssel 15 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:190
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 61-jarige man voor het medeplegen van grootschalige sigarettensmokkel, waarbij vijf miljoen sigaretten zonder betaalde accijns zijn vervoerd van Duitsland naar het VK. De verdachte werkte mee aan een procesafspraak en betwist de feiten niet. Het Openbaar Ministerie eiste een taakstraf en een voorwaardelijke celstraf, waarmee de rechtbank instemt. De rechtbank acht het feit bewezen en verwijt de verdachte dat hij de fiscus heeft benadeeld en eerlijke concurrentie heeft verstoord. De strafmaat houdt rekening met het tijdsverloop sinds de feiten. De man krijgt 200 uur taakstraf en vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
Context van de zaak
De verdachte betreft een 61-jarige man, woonachtig in Nederland, die eerder in aanraking is geweest met justitie. Hij wordt in deze zaak vervolgd voor betrokkenheid bij grootschalige sigarettensmokkel. Het strafrechtelijk onderzoek onder de naam “Loods” start nadat op 22 oktober 2015 in een loods in Nederland meer dan 1,3 miljoen sigaretten worden aangetroffen, niet voorzien van accijnszegels. Naar aanleiding van DNA-sporen en observaties wordt een groter netwerk blootgelegd dat zich bezighoudt met het transporteren van grote hoeveelheden sigaretten vanuit Duitsland, via Nederland, naar het Verenigd Koninkrijk. In totaal zijn circa vijf miljoen sigaretten betrokken bij deze strafzaak. De verdachte wordt gezien als medepleger binnen dit netwerk.
De tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 31 mei 2016 tot en met 16 juni 2016, samen met anderen, in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk opzettelijk grote hoeveelheden sigaretten voorhanden heeft gehad, terwijl deze niet overeenkomstig de Wet op de accijns in de heffing zijn betrokken. Het gaat om twee afzonderlijke ladingen van elk circa 2.500.000 sigaretten. De tenlastelegging richt zich op medeplegen van de opzettelijke overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie verwijst naar het met de verdachte gesloten afdoeningsvoorstel. Op basis van dat voorstel wordt gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De officier van justitie vordert een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van één jaar. Daarnaast doet de verdachte afstand van een in beslag genomen bedrag van 3.450.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging, gevoerd door een advocaat uit Koog aan de Zaan, heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd en sluit zich volledig aan bij het afdoeningsvoorstel. De verdachte betwist de feiten niet, ziet af van onderzoekswensen en is op de zitting aanwezig om de totstandkoming van de procesafspraken te bevestigen. Daarbij verklaart hij vrijwillig te hebben ingestemd, zonder druk, en bijgestaan te zijn door een advocaat gedurende het gehele traject.
Het oordeel van het gerecht
De rechtbank stelt vast dat de verdachte vrijwillig en bewust afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten binnen de kaders van de gemaakte procesafspraken. De rechtbank benadrukt haar onafhankelijke rol en toetst zelfstandig de inhoudelijke gronden van de zaak aan de hand van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is en dat er geen redenen zijn om de vervolging te schorsen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van de opzettelijke overtreding van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod. Dit betreft het voorhanden hebben van twee partijen sigaretten van elk ongeveer 2,5 miljoen stuks in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, terwijl daarover geen accijns is betaald. De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat de verdachte wist, of redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze sigaretten niet aan de accijnsregels voldeden.
De strafoplegging
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van het feit, de omvang van de illegale handel en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft door zijn handelen de Nederlandse schatkist ernstig benadeeld en het eerlijke handelsverkeer verstoord. Daarnaast frustreert de smokkel het volksgezondheidsbeleid gericht op ontmoediging van roken via prijsbeleid.
De verdachte is eerder veroordeeld, onder meer wegens deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank past artikel 63 Sr toe, waarin rekening wordt gehouden met eerdere veroordelingen. Desalniettemin weegt de rechtbank zwaar mee dat sinds de feiten een aanzienlijke tijd is verstreken, hetgeen een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt. Op basis van een eigen belangenafweging legt de rechtbank de in het afdoeningsvoorstel opgenomen straffen op.
Strafmaat
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar. Daarnaast legt zij een taakstraf van 200 uur op, te vervangen door 100 dagen hechtenis indien de taakstraf niet wordt verricht. Het voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.
Lees hier de volledige uitspraak.
