Makelaar faciliteert woningfraude met valse arbeidsovereenkomsten: taakstraf van 180 uur opgelegd
/Rechtbank Amsterdam 18 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4059
Een 31-jarige makelaar wordt veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschrift en het gebruik van valse documenten bij woningbemiddeling. Zij levert bewust vervalste arbeidsovereenkomsten, werkgeversverklaringen en loonstroken aan om huurwoningen te verkrijgen voor anderen. De rechtbank acht bewezen dat zij handelde in nauwe samenwerking met de uiteindelijke huurders, waarbij sprake was van opzet. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn en persoonlijke omstandigheden wordt geen gevangenisstraf, maar een taakstraf opgelegd. De verdachte krijgt een taakstraf van 180 uur opgelegd en wordt voor enkele onderdelen vrijgesproken.
Context van de zaak
De verdachte betreft een 31-jarige vrouw, werkzaam als zelfstandig makelaar, die in de periode van 1 juli 2018 tot en met 22 september 2020 actief is in de woningbemiddeling. Het strafrechtelijk onderzoek met de naam ALSDORF wordt gestart nadat bij een ander opsporingsonderzoek (APRIL) belastende informatie wordt aangetroffen op in beslag genomen telefoons. Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte bemiddelt bij de verhuur van woningen door het aanleveren van valse documenten, zoals arbeidsovereenkomsten, werkgeversverklaringen en loonstroken, afkomstig van diverse bedrijven. Deze documenten worden gebruikt om huurwoningen te verkrijgen voor derden die daarvoor op basis van hun werkelijke inkomsten niet in aanmerking zouden komen.
De politie traceert verdachte onder meer via bankgegevens en chatberichten. In totaal zijn negen woningen onderwerp van onderzoek. De verdachte werkt in meerdere gevallen samen met anderen, waaronder de uiteindelijke huurders.
De tenlastelegging
De verdachte wordt verweten dat zij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het (doen laten) opmaken van valse geschriften en het gebruik en voorhanden hebben daarvan. Het betreft documenten die bestemd zijn om als bewijs van inkomen te dienen bij de aanvraag van huurwoningen. De tenlastelegging omvat meerdere gevallen waarbij valse inkomens- en werkgeversverklaringen zijn gebruikt, afkomstig van onder meer naam bedrijf 1 B.V., naam bedrijf 2 B.V., naam bedrijf 3, naam bedrijf 4 B.V. en naam bedrijf 5 B.V.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie vordert een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie stelt dat verdachte samen met anderen meermalen valse documenten heeft doen opmaken en deze bewust heeft gebruikt om huurwoningen te verkrijgen voor personen die daar anders geen recht op zouden hebben gehad. De officier ziet echter onvoldoende bewijs ten aanzien van één woning (aan de adres 2) en vordert vrijspraak voor dat onderdeel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging pleit voor gedeeltelijke vrijspraak en wijst op het ontbreken van de mogelijkheid tot het ondervragen van getuigen. Specifiek wordt gewezen op de verklaring van persoon 2, die zich beroept op zijn verschoningsrecht. De verdediging stelt dat deze verklaring niet als bewijsmiddel gebruikt mag worden. Verder verzoekt de raadsvrouw rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het blanco strafblad, het tijdsverloop van de strafzaak en de negatieve media-aandacht. Gepleit wordt voor een geheel voorwaardelijke taakstraf.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig maakt aan valsheid in geschrift en het gebruik en voorhanden hebben van die geschriften. Van twee onderdelen wordt zij vrijgesproken vanwege onvoldoende bewijs. De rechtbank overweegt per woning het volgende:
Voor de woning aan de adres 2 wordt verdachte vrijgesproken; betrokkenheid bij de valse documenten van medeverdachte wordt niet aangetoond.
Voor de woningen aan de adres 3, adres 4, adres 5, adres 6 en adres 8 wordt verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van het laten opmaken, gebruiken en voorhanden hebben van valse documenten. De rechtbank baseert zich onder meer op bekennende verklaringen van verdachte, verklaringen van derden, bancaire gegevens, en de onderlinge samenhang van de documenten.
Voor de woning aan de adres 7 wordt verdachte eveneens vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Ten aanzien van het medeplegen oordeelt de rechtbank dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De betrokken huurders weten dat er sprake is van valse documenten en stemmen in met deze handelswijze.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2018 tot en met 22 september 2020 samen met anderen valse arbeidsovereenkomsten, werkgeversverklaringen en loonstroken heeft doen opmaken, gebruikt en voorhanden heeft gehad. Deze documenten zijn vals omdat ten onrechte wordt voorgesteld dat de huurders daadwerkelijk in dienst zouden zijn bij de genoemde bedrijven, met bepaalde inkomens, terwijl hiervan in werkelijkheid geen sprake is. De documenten zijn voorzien van digitale handtekeningen en stempels om de schijn van echtheid te versterken.
De strafoplegging
De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat rekening met de ernst van de feiten. Verdachte heeft het vertrouwen van verhuurders en makelaars ernstig geschaad en misbruik gemaakt van haar positie als bemiddelaar op de woningmarkt. Dit terwijl de woningmarkt gekenmerkt wordt door grote schaarste. Door haar handelen hebben andere woningzoekenden mogelijk geen kans gekregen op een huurwoning.
Wel houdt de rechtbank rekening met het blanco strafblad van verdachte, haar spijtbetuiging ter zitting, het langdurige tijdsverloop in de procedure en het feit dat zij na haar aanhouding in 2020 niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar. Daarom wordt de aanvankelijk passende taakstraf van 200 uur met 10% verminderd tot 180 uur. De rechtbank acht het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf niet langer noodzakelijk.
Lees hier de volledige uitspraak.
