Finance manager verduistert tienduizenden euro’s en vervalst arbeidsovereenkomst en facturen

Rechtbank Noord-Holland 12 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15615

Een finance manager wordt veroordeeld voor verduistering van 5.000 euro en meerdere gevallen van valsheid in geschrift. Hij maakt valse arbeidsovereenkomst en facturen op met gebruik van bedrijfsgegevens. De rechtbank acht zijn verklaring ongeloofwaardig en ziet structureel frauduleus gedrag. Eerder opgelegde straffen blijken geen effect te hebben gehad. Ondanks overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een gevangenisstraf op. De verdachte krijgt drie maanden cel.

Context van de zaak

De rechtbank Noord-Holland doet op 12 november 2025 uitspraak in een strafzaak tegen een mannelijke verdachte, een natuurlijk persoon, die werkzaam is geweest in diverse financiële functies bij meerdere bedrijven. In deze hoedanigheid heeft de verdachte volgens het Openbaar Ministerie misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen door zich schuldig te maken aan verduistering in dienstbetrekking en aan valsheid in geschrift. De zaak betreft onder meer de verduistering van een contant geldbedrag van 5.000 euro bij [slachtoffer 1] B.V., het opmaken van een valse arbeidsovereenkomst met gebruikmaking van het logo van [slachtoffer 2] B.V., en het opmaken van meerdere valse facturen aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] B.V. Daarbij is ook sprake van recidive: de verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Tenlastelegging

De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:

  1. Verduistering van een geldbedrag van 5.000 euro dat hij als Finance manager van [slachtoffer 1] B.V. onder zich heeft gehad;

  2. Valsheid in geschrift door het opmaken van een valse arbeidsovereenkomst op naam van [slachtoffer 2] B.V.;

  3. (Primair) diefstal dan wel (subsidiair) verduistering in dienstbetrekking van een autosleutel, kentekenbewijs en tankpas behorende bij een leaseauto van [slachtoffer 3] B.V.;

  4. Valsheid in geschrift door het opmaken van een factuur met gebruikmaking van bedrijfsgegevens van [slachtoffer 4] B.V.;

  5. Valsheid in geschrift door het meermalen opmaken van facturen met vervalste bedrijfsgegevens van [naam 6].

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij vordert een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis. Daarbij houdt hij rekening met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de toepasselijkheid van artikel 63 Sr, gelet op een eerdere veroordeling van de verdachte.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 3, vanwege onvoldoende bewijs. Ten aanzien van de overige feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de strafmaat stelt de verdediging voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, mede gezien het tijdsverloop sinds de feiten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 3 (diefstal of verduistering in dienstbetrekking bij [slachtoffer 3] B.V.), wegens gebrek aan ondersteunend bewijs. De aangifte wordt uitsluitend gestaafd met eenzijdige WhatsApp-berichten van de aangever, hetgeen onvoldoende wordt geacht.

Ten aanzien van feit 1 oordeelt de rechtbank dat de verdachte zich het bedrag van 5.000 euro wederrechtelijk heeft toegeëigend. De verklaring van de verdachte dat hij 3.000 euro heeft gestort is niet geloofwaardig, omdat geen storting is geregistreerd op de betreffende datum. De rechtbank acht de verklaring van de aangever geloofwaardig, mede ondersteund door een getuige.

De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de arbeidsovereenkomst bij [slachtoffer 2] B.V. valselijk heeft opgemaakt (feit 2), alsmede dat hij op 24 mei 2019 een valse factuur heeft opgesteld met gegevens van [slachtoffer 4] B.V. (feit 4) en tussen 28 juni en 10 september 2019 meerdere valse facturen heeft opgesteld met gegevens van [naam 6] (feit 5).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:

  • In zijn functie als Finance manager bij [slachtoffer 1] B.V. een bedrag van 5.000 euro heeft verduisterd (feit 1);

  • Een arbeidsovereenkomst met [slachtoffer 2] B.V. heeft vervalst door deze op briefpapier met logo van het bedrijf op te stellen en te ondertekenen, terwijl geen arbeidsrelatie bestond (feit 2);

  • Op 24 mei 2019 een valse factuur heeft opgesteld met gegevens van [slachtoffer 4] B.V., waaronder een oud logo, BTW-nummer en KvK-nummer, in combinatie met zijn eigen bankrekeningnummer (feit 4);

  • Meerdere valse facturen heeft opgesteld met gegevens van [naam 6], met als doel betaling op een bankrekening die aan de verdachte is gelieerd (feit 5).

Strafoplegging

De rechtbank acht de bewezen verklaarde feiten ernstig. De verdachte heeft op verschillende momenten en bij diverse werkgevers misbruik gemaakt van zijn financiële functie om zichzelf te verrijken. Zijn handelen heeft niet alleen geleid tot financiële schade bij meerdere ondernemingen, maar ook tot schade aan het vertrouwen dat deze bedrijven in hem hebben gesteld. De gedragingen kenmerken zich door een patroon van systematisch frauduleus handelen, waarbij telkens op slinkse wijze documenten worden gemanipuleerd om een persoonlijk financieel voordeel te behalen.

De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor fraudedelicten. Ten tijde van de huidige feiten bevindt de verdachte zich bovendien in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis in een andere strafzaak. Dit onderstreept volgens de rechtbank het structurele karakter van zijn delictgedrag.

Ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, die tot strafvermindering leidt, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar, gelet op de ernst van de feiten en de recidive. Een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf doet geen recht aan de omstandigheden van deze zaak.

De rechtbank veroordeelt de verdachte daarom tot een gevangenisstraf van drie maanden.

Beslag en benadeelde partijen

De rechtbank beslist tot teruggave van diverse inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder meerdere bankpassen en een telefoon, aan de verdachte of aan derden die als rechthebbenden zijn aangemerkt.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] B.V. en [naam 6] worden niet-ontvankelijk verklaard. In het eerste geval omdat geen bewezenverklaring volgt voor feit 3, in het tweede geval vanwege het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van de schadeclaim.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^