Inkomstenbelasting toch niet in aftrek op ontnemingsbedrag

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3367

Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft beslist dat in een ontnemingszaak geen rekening wordt gehouden met de inkomstenbelasting over het voordeel. De zaak waarin deze beslissing is gegeven was door de Hoge Raad teruggewezen. Eerder had het hof de inkomstenbelasting wel in mindering gebracht op het terug te betalen bedrag. Daardoor valt het te betalen bedrag nu fors hoger uit. Een 53-jarige man heeft tussen 2005 en 2008 illegaal gehandeld in hennep. De inkomsten die hij daarmee heeft verdiend moet hij terugbetalen aan de Staat.

Eerder oordeel van het hof

Het hof deed al eerder uitspraak in deze zaak. Het bedrag dat illegaal was verdiend werd vastgesteld op ruim 527.083 euro. De verdediging stelde destijds dat er tussen 2005 en 2008 al inkomstenbelasting over dit bedrag was betaald. Het totaal aan inkomstenbelasting bedroeg 356.085 euro. Daarnaast was bij de aanhouding van de man een aantal voertuigen in beslag genomen met een totale waarde van 58.868 euro. De waarde van de voertuigen en de inkomstenbelasting heeft het hof toen in mindering gebracht op het terug te betalen bedrag. Dat werd uiteindelijk vastgesteld op 114.130 euro.

Hoge Raad

Het OM heeft cassatie ingesteld na de uitspraak van het hof. De Hoge Raad oordeelde op basis van een uitspraak uit 1998 van de Hoge Raad, dat het hof de inkomstenbelasting niet in mindering had mogen brengen op het verdiende bedrag. Daarom is de zaak teruggewezen naar het hof voor een nieuwe behandeling.

Fors hoger bedrag terugbetalen

Het hof heeft de zaak over gedaan en volgt de Hoge Raad. Dat houdt in dat de inkomstenbelasting niet in mindering wordt gebracht op het totaal verdiende bedrag. De waarde van de voertuigen wordt daar nog wel van afgehaald. Omdat de behandeling van de zaak langer dan nodig is heeft geduurd, vindt het hof een ‘korting’ van 5.000 euro op haar plaats. Dat betekent dat de man een bedrag van 463.215 euro moet terugbetalen.

De verdediging pleitte ervoor om wél rekening te houden met de belastingheffing. Het hof heeft begrip voor de situatie, maar vindt zichzelf niet bevoegd om te oordelen in strijd met de geldende regelgeving.

Als in de executiefase blijkt dat de eerder betaalde belasting niet te verrekenen is met het ontnemingsbedrag dat hij moet betalen, kan de man een verminderingsverzoek indienen. Het OM heeft al laten weten niet onwelwillend te zullen staan tegen zo’n verzoek.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^