ING België betaalt €1,6 miljoen schikking aan parket Brussel in witwasonderzoek rond oud-eurocommissaris
/Het parket van Brussel heeft op 5 mei 2026 bekendgemaakt dat ING België een minnelijke schikking van €1,6 miljoen heeft betaald om strafvervolging in een witwasonderzoek af te kopen. Het bedrag betreft het wettelijk maximum dat onder het Belgische Strafwetboek voor dergelijke witwasfeiten mogelijk is. Aanleiding voor het onderzoek vormden vermeende tekortkomingen in de naleving van de antiwitwasmeldplicht ten aanzien van transacties van Didier Reynders, voormalig Belgisch vicepremier, minister van Financiën en oud-eurocommissaris voor Justitie. Het strafrechtelijk onderzoek tegen Reynders zelf, die in november 2025 formeel in beschuldiging is gesteld, loopt nog. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk biedt deze afdoening een actuele aanleiding om stil te staan bij de meldplicht onder de Belgische antiwitwaswetgeving, het toezicht op politiek prominente personen en de werking van de minnelijke schikking als afdoeningsmodaliteit voor rechtspersonen. In deze blog zetten we de kern van de zaak en het juridisch kader op een rij. Belga News AgencyFollow the Money
De feiten van de zaak
Het onderzoek richtte zich op de vraag waarom ING België gedurende lange tijd geen melding heeft gedaan van een reeks ongebruikelijke transacties op rekeningen van Reynders. Volgens de Belga News Agency ging het om 245 contante stortingen tussen 2001 en 2017, met een totaalbedrag van €836.500, en 779 lottogerelateerde overschrijvingen tussen 2017 en 2024 ter waarde van ruim €202.000. Volgens Follow the Money wordt Reynders ervan verdacht geld te hebben witgewassen door grote contante bedragen op zijn rekening te storten en vervolgens elektronische lottoticketten met cash te kopen, waarvan de opbrengsten naar zijn bankrekening werden overgemaakt. In totaal passeerde meer dan €1 miljoen de rekening zonder dat de bank de transacties bij de Belgische Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) meldde. Belga News Agency
Volgens berichtgeving van NL Times en Follow the Money heeft ING in 2018 wel intern vragen gesteld aan Reynders over de stortingen, maar volgde een melding aan de CFI pas in 2023. Reynders zelf heeft alle beschuldigingen ontkend. NL Times
De Belgische meldplicht en de rol van de CFI
De juridische grondslag van het onderzoek ligt in de Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, het Belgische equivalent van de Nederlandse Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Artikel 47, §1 van die wet verplicht onderworpen entiteiten om de CFI op de hoogte te brengen zodra zij weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat geldmiddelen of verrichtingen verband houden met witwassen of terrorismefinanciering. Een concrete vaststelling van een onderliggend gronddelict is daarvoor niet vereist; een vermoeden volstaat. Icci
De CFI functioneert als de Belgische financiële inlichtingeneenheid en is daarmee de tegenhanger van de Nederlandse FIU-Nederland. Toezicht op de naleving van de antiwitwasverplichtingen door kredietinstellingen ligt in België primair bij de Nationale Bank van België (NBB). De NBB diende in april 2025 een klacht in tegen ING België na een eigen onderzoek naar mogelijke tekortkomingen in de meldpraktijk van de bank. Die klacht vormde de directe aanleiding voor het strafrechtelijk onderzoek door het Brussels parket. Het parket benadrukte in de communicatie rond de schikking dat banken hun antiwitwasverplichtingen zonder uitzondering moeten naleven, ook bij cliënten met een prominente publieke functie.
De minnelijke schikking als afdoeningsmodaliteit
De afdoening neemt de vorm van een minnelijke schikking, in Belgisch jargon ook wel een "transactie" genoemd. Volgens het parket leenden de feiten zich voor een buitengerechtelijke afdoening omdat zij financieel van aard zijn en geen schade aan individuele personen hebben veroorzaakt; voor rechtspersonen voorziet het Belgische recht in dergelijke gevallen uitsluitend in financiële sancties. Het parket heeft expliciet bevestigd dat de schikking geen schuldbekentenis inhoudt, een formule die in het Belgische schikkingsregime gebruikelijk is en vergelijkbaar is met de Nederlandse hoge transactie op grond van artikel 74 Wetboek van Strafrecht. Belga News AgencyGlobal Banking and Finance
ING heeft in een verklaring aangegeven transparant en constructief met de autoriteiten te hebben samengewerkt en bevestigd dat de bank haar governance en compliance-omgeving in de afgelopen jaren ingrijpend heeft versterkt. In de communicatie van de bank wordt benadrukt dat de huidige organisatie wezenlijk verschilt van de organisatie zoals die ten tijde van de onderzochte feiten functioneerde.
Parallellen met de Nederlandse ING-zaak
Voor de Nederlandse bijzonder-strafrechtpraktijk roept de Belgische schikking onvermijdelijk associaties op met de transactie van €775 miljoen die ING Bank N.V. in september 2018 met het Openbaar Ministerie sloot in het onderzoek "Houston". In die zaak verweet het OM ING NL jarenlange en structurele overtreding van de Wwft, in een mate dat de bank ook schuldwitwassen werd verweten: de bank had niet voorkomen dat klantrekeningen tussen 2010 en 2016 zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro's. Openbaar Ministerie
De Belgische zaak verschilt op verschillende punten van die Nederlandse afdoening. De omvang en aard van de feiten zijn aanzienlijk beperkter, het gaat om transacties van één klant in plaats van een breed structureel patroon, en de schikkingssom is een veelvoud lager. Tegelijk vertonen beide zaken een herkenbaar patroon waarin het strafrechtelijk verwijt aan de bank zich primair richt op de poortwachtersfunctie en het tekortschieten in de meldplicht, zonder dat in de afdoening een individuele bestuurder strafrechtelijk wordt aangesproken. Bij de Nederlandse Houston-schikking heeft het feit dat geen verantwoordelijke bestuurders zijn vervolgd geleid tot een artikel 12 Sv-procedure bij het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof bepaalde dat oud-bestuursvoorzitter Ralph Hamers alsnog over zijn persoonlijke rol moest worden gehoord. Accountancy Vanmorgen
Vervolg van het onderzoek
De schikking sluit de strafrechtelijke procedure tegen ING België af, maar laat de overige onderdelen van het onderzoek onverlet. Het Brussels parket heeft bevestigd dat twee voormalige medewerkers van ING in het kader van het onderzoek zijn geïdentificeerd en verhoord; over eventuele verdere stappen tegen hen is nog geen beslissing genomen. Het strafrechtelijk onderzoek tegen Reynders zelf, dat zich onder meer richt op de herkomst van de cashstortingen en de patronen rond de aankoop van lottoticketten, blijft in volle omvang lopen. Reynders ontkent alle beschuldigingen. Follow the Money
In het bredere Belgische onderzoek zijn eerder dit jaar daarnaast twee personen uit de directe omgeving van Reynders in beschuldiging gesteld wegens onder meer bendevorming en valsheid in geschrifte. Die procedures staan los van de afdoening tegen ING België.
Afsluiting
Met de minnelijke schikking van €1,6 miljoen sluit het Brussels parket de strafzaak tegen ING België af zonder een rechterlijke beoordeling van de tenlastegelegde feiten en zonder schuldbekentenis door de bank. De zaak illustreert hoe het Belgische schikkingsregime voor rechtspersonen functioneert binnen het Europese antiwitwaslandschap, waarin de poortwachtersfunctie van banken bij politiek prominente cliënten onder toenemende druk staat. Voor de praktijk vormt de afdoening een Belgische tegenhanger van eerdere grote schikkingen die in Nederland en elders in Europa met financiële instellingen zijn getroffen. Het hoofdonderzoek tegen Reynders en de mogelijke vervolging van twee voormalige medewerkers van ING zullen bepalen of het strafrechtelijke verhaal in deze zaak met de schikking is uitverteld.
