Hof spreekt autodemonteerder grotendeels vrij: voorwaardelijk opzet bij witwassen alleen bewezen voor motorblokken met zichtbaar gemanipuleerde nummers

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1846

Hof spreekt autodemonteerder grotendeels vrij van witwassen en heling: alleen bij elf motorblokken met zichtbaar gemanipuleerde nummers is voorwaardelijk opzet bewezen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de betrokkenheid van de Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit bij het opsporingsonderzoek niet aan de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de weg staat. Het hof bepaalt dat handelaren in tweedehands auto-onderdelen in de tenlastegelegde periode niet aantoonbaar verplicht waren een inkoopregister bij te houden. Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen van de gehele bedrijfsvoorraad en van heling van zeventig auto-onderdelen, omdat bijkomende omstandigheden waaruit wetenschap van de criminele herkomst blijkt ontbreken. Bij de motorblokken hanteert het hof een onderscheidend criterium: alleen waar de manipulatie van het motornummer bij normale visuele inspectie kenbaar was, is voorwaardelijk opzet bewezen. Ondanks de bewezenverklaring van gewoontewitwassen van elf motorblokken legt het hof geen straf of maatregel op, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheden van de zaak.

Inleiding en context

De verdachte is een vennootschap onder firma die handelt in tweedehands auto-onderdelen, gevestigd in Zwolle. Op het bedrijfsperceel bevinden zich twee loodsen en een bedrijventerrein. De vof is in 2000 opgericht en kent in de tenlastegelegde periode twee vennoten, vader en zoon, die ieder ook eigen rechtspersonen exploiteren. Het hof stelt vast dat de bedrijfsvoering van deze ondernemingen in de praktijk volledig is vermengd: voorraden staan door elkaar, er is geen scheiding in de administratie en de vennoten werken over en weer aan elkaars onderdelen zonder onderlinge facturering. Het hof kwalificeert dit als een nauwe en bewuste samenwerking waarbij de afzonderlijke rechtspersonen slechts op papier zijn gescheiden.

De zaak komt voort uit TCI-verbalen en MMA-meldingen uit 2015 en 2016 over gestolen voertuigonderdelen in de bedrijfsloodsen. Op 2 februari 2017 vindt een doorzoeking plaats, waarbij de politie bij een steekproef vaststelt dat tientallen onderdelen afkomstig zijn uit als gestolen geregistreerde voertuigen. Het Openbaar Ministerie besluit daarop de volledige bedrijfsvoorraad van 8.093 onderdelen in beslag te nemen. De rechtbank Overijssel spreekt de verdachte in eerste aanleg vrij. Het Openbaar Ministerie stelt hoger beroep in.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Aan de verdachte wordt onder feit 1 het medeplegen van witwassen (artikel 420bis Sr), subsidiair eenvoudig witwassen (artikel 420bis.1 Sr), van de gehele bedrijfsvoorraad verweten. Onder feit 2 wordt haar het medeplegen van gewoonteheling (artikel 416/417 Sr) en/of gewoontewitwassen (artikel 420ter Sr) van zeventig specifieke auto-onderdelen verweten, subsidiair schuldheling dan wel schuldwitwassen. Onder feit 3 wordt haar het medeplegen van gewoontewitwassen van 104 motorblokken en drie versnellingsbakken verweten, subsidiair schuldwitwassen. Centraal staan de vragen of de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn en of bij de verdachte wetenschap bestond, dan wel of voorwaardelijk opzet kan worden vastgesteld ten aanzien van de criminele herkomst.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaten-generaal vorderen bewezenverklaring van alle feiten. Ten aanzien van feit 1 stellen zij dat de gehele bedrijfsvoorraad door jarenlange vermenging en herinvestering van criminele opbrengsten is besmet. Ten aanzien van feit 2 betogen zij dat verdachte als ervaren handelaar meer onderzoek had moeten verrichten naar de herkomst van ingekochte onderdelen en dat het enkele controleren via een website onvoldoende is. Ten aanzien van feit 3 wijzen zij op het deskundigenrapport van het LIV waaruit blijkt dat alle 107 voorwerpen gemanipuleerde nummers hebben. De advocaten-generaal vorderen een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, met verbeurdverklaring van de bedrijfsvoorraad en het gereedschap.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert primair aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging. Zij stelt dat het opsporingsonderzoek feitelijk is uitgevoerd door de Stichting Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit Derden, een private partij die geen opsporingsinstantie is en geen belang heeft bij de waarheidsvinding. De officier van justitie zou onvoldoende leiding aan het onderzoek hebben gegeven, wat leidt tot een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv en strijd met de verbaliseringsplicht van artikel 152 Sv. Daarnaast bepleit de verdediging bewijsuitsluiting van de rapportages van de Stichting VbV wegens onbetrouwbaarheid. Ten aanzien van alle feiten bepleit de verdediging integrale vrijspraak. De verdachte stelt dat zij inkocht bij gerenommeerde bedrijven, alle transacties registreerde en dat de boekhouding door een accountant werd verzorgd. Met betrekking tot de motorblokken voert de verdediging aan dat tweedehands motorblokken van schadeauto's via het Engelse veilingbedrijf Copart werden geleverd met een weggevijld motornummer, wat in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk zou zijn.

Oordeel gerecht

Het hof verwerpt het ontvankelijkheidsverweer. Uit het dossier volgt dat een opsporingsonderzoek onder leiding van de officier van justitie is verricht, waarbij dwangmiddelen zijn toegepast, een doorzoeking heeft plaatsgevonden en medeverdachten zijn aangehouden en verhoord. De Stichting VbV is op grond van artikel 118 lid 2 Sv als bewaarder aangesteld en heeft slechts de inventarisatie en documentatie verzorgd. Opsporingshandelingen op basis van de door de Stichting aangeleverde gegevens zijn verricht door buitengewoon opsporingsambtenaren van het LIV. Het hof acht niet aannemelijk dat de Stichting onbetrouwbaar heeft gehandeld en wijst erop dat een aanvullend proces-verbaal uit 2024 de bevindingen in 77 van 85 gevallen heeft bevestigd.

Over het inkoopregister oordeelt het hof dat uit het Uitvoeringsbesluit bij artikel 437 Sr niet zonder meer volgt dat handelaren in auto-onderdelen een inkoopregister moeten bijhouden. De eerste rechterlijke uitspraak waaruit dit wel blijkt, dateert van 14 maart 2018, ruimschoots na de tenlastegelegde periode. Het hof betrekt het ontbreken van een inkoopregister daarom niet in het nadeel van de verdachte.

Ten aanzien van feit 1 oordeelt het hof dat van de 8.093 onderzochte onderdelen slechts een beperkt deel een mogelijke criminele herkomst heeft. De stelling dat de gehele voorraad door vermenging en herinvestering besmet is geraakt, kan niet worden vastgesteld aan de hand van de momentopname op 2 februari 2017. Het dossier bevat geen financieel onderzoek of getuigenverklaringen die de gestelde jarenlange vermenging onderbouwen.

Ten aanzien van feit 2 stelt het hof vast dat de zeventig auto-onderdelen inderdaad een criminele herkomst hebben. Voor het bewijs van witwassen of heling is echter ook wetenschap van die herkomst vereist. Het hof overweegt dat van een handelaar die geconfronteerd wordt met gestolen onderdelen in zijn bedrijf een verklaring mag worden verwacht, maar dat het ontbreken daarvan niet zonder meer tot het aannemen van wetenschap leidt. Daarvoor is minstens een bijkomende omstandigheid vereist. Het hof oordeelt dat die bijkomende omstandigheden ontbreken, mede omdat de verdachte pas ruim een jaar na de doorzoeking is verhoord toen hij niet meer over zijn in beslag genomen administratie beschikte.

Ten aanzien van feit 3 maakt het hof een cruciaal onderscheid. Een handelaar kan aan de hand van een motornummer niet zelf achterhalen of een motor als gestolen geregistreerd staat, want alleen het LIV kan die navraag doen. Wel mag van een professionele handelaar worden verwacht dat hij controleert of een motornummer aanwezig en intact is. Als een nummer ontbreekt, slijpsporen vertoont of zichtbare sporen van eerdere nummers bevat, bestaat een aanmerkelijke kans op een criminele herkomst en aanvaardt de handelaar die kans door toch tot aankoop over te gaan. Het hof beoordeelt alle 107 voorwerpen individueel aan de hand van de Excel-lijst bij het deskundigenrapport en concludeert dat bij het merendeel de manipulatie pas na een gespecialiseerde etsbehandeling met chemicalien zichtbaar is geworden. Die motoren vallen buiten het bereik van het voorwaardelijk opzet. Bij elf motorblokken is echter op basis van de omschrijvingen in de Excel-lijst vastgesteld dat het nummer geheel was weggeslepen, dat diepe slijpsporen zichtbaar waren of dat het nummer gedeeltelijk was verwijderd. Die manipulatie had de handelaar bij visuele inspectie moeten opvallen. Het verweer dat Engelse schadeauto's zonder motornummer worden geleverd, wordt niet ondersteund door het dossier. Een e-mail van Copart bevestigt dat bij sloop het VIN wordt verwijderd, maar niet het motornummer. Het hof rekent de gedraging toe aan de rechtspersoon nu het aankopen van motorblokken plaatsvond in de sfeer van de vof en dienstig was aan haar bedrijfsvoering.

Bewezenverklaring

Het hof verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

  • het medeplegen van gewoontewitwassen van elf specifiek genoemde motorblokken in de periode van 28 april 2009 tot en met 2 februari 2017, door deze voorwerpen te verwerven en voorhanden te hebben terwijl de identificerende nummers zichtbaar waren verwijderd of onleesbaar gemaakt en verdachte wist dat deze voorwerpen uit misdrijf afkomstig waren

Het hof spreekt de verdachte vrij van het witwassen van de gehele bedrijfsvoorraad (feit 1 primair en subsidiair), van de heling en het witwassen van zeventig auto-onderdelen (feit 2 primair en subsidiair), en van het witwassen van de overige 93 motorblokken en drie versnellingsbakken onder feit 3. Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep ten aanzien van feit 4.

Strafoplegging en maatregelen

Het hof bepaalt dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Bij deze beslissing betrekt het hof dat de verdachte een rechtspersoon is die niet eerder onherroepelijk is veroordeeld, dat de redelijke termijn over het geheel van de procedure is geschonden en dat de oplegging van een straf of maatregel onder deze omstandigheden geen rechtens relevant doel zou dienen. De door de advocaten-generaal gevorderde verbeurdverklaring van de bedrijfsvoorraad wordt niet toegewezen. Het hof volgt hiermee de vordering van de advocaten-generaal tot schuldigverklaring zonder strafoplegging.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^