Hoe worden slachtofferrechten in de praktijk gerealiseerd en welke rolopvattingen hanteren rechters en officieren van justitie daarbij?
/In een recent gepubliceerd empirisch-juridisch artikel, onderdeel van haar promotieonderzoek, analyseert Freya A. hoe slachtofferrechten in de Nederlandse strafrechtspraktijk daadwerkelijk gestalte krijgen in de rechtszaal. Centraal staat de vraag hoe rechters en officieren van justitie omgaan met actieve participatierechten van slachtoffers, in het bijzonder het spreekrecht en het recht om zich te voegen met een vordering tot schadevergoeding.
Het onderzoek is gebaseerd op observaties van strafzittingen waarin slachtoffers voornemens waren van deze rechten gebruik te maken. Daarbij is gekeken naar de interacties tussen procesdeelnemers en de wijze waarop slachtofferrechten feitelijk worden geëffectueerd. Een kernbevinding is dat deze rechten in de praktijk doorgaans wel worden gerealiseerd, maar dat dit sterk afhankelijk is van directe, face-to-face interactie in de rechtszaal. De zitting fungeert daarmee als een cruciale ‘frontstage’ voor de daadwerkelijke uitoefening van slachtofferrechten.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de effectuering van deze rechten niet uniform verloopt. Doorslaggevend zijn de rolopvattingen van rechters. Een deel van de rechters treedt proactief op: zij nemen zelf het initiatief om slachtoffers bij de zitting te betrekken en hen expliciet in staat te stellen hun rechten uit te oefenen. Andere rechters handelen reactief en komen pas in beweging wanneer zij door derden, zoals de officier van justitie of de slachtofferadvocaat, op de positie van het slachtoffer worden gewezen. Binnen deze laatste groep bestaat bovendien verschil in de mate waarin rechters zich verantwoordelijk voelen voor het faciliteren van slachtofferrechten.
Het artikel laat verder zien dat slachtoffers in belangrijke mate afhankelijk zijn van anderen voor de verwezenlijking van hun rechten. Tegelijkertijd nuanceert het onderzoek bestaande literatuur: met adequate juridische ondersteuning blijken slachtoffers in de rechtszaal wel degelijk mogelijkheden te hebben om tekortkomingen te corrigeren. Deze correctiemechanismen zijn echter vooral sociaal van aard en ontbreken grotendeels in de voorfase van het strafproces, waar communicatie voornamelijk schriftelijk en niet direct plaatsvindt. Juist in die fase blijkt de positie van het slachtoffer daardoor kwetsbaar.
Lees verder:
Realizing Crime Victims’ Participatory Rights on the Frontstage An Analysis of the Dutch Courtroom door Freya Augusteijn, Alice Bosma, Antony Pemberton, Catrien Bijleveld in Recht der Werkelijkheid
