Gevangenisstraf voor medeplegen van valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting op basis van valse inkoopfacturen

Rechtbank Oost-Brabant 24 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6848

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een vennoot van een vennootschap onder firma voor het samen met zijn inmiddels overleden compagnon opmaken van vijf valse inkoopfacturen en een vals betalingsbewijs. Op basis van de valse facturen doet de vof over vijf kwartalen in 2020 tot en met 2022 onjuiste aangiften omzetbelasting, waarna de Belastingdienst in totaal € 422.591 uitbetaalt. Zonder de valse facturen had de vof over die jaren € 3.236 omzetbelasting moeten afdragen. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat hij van niets wist ongeloofwaardig en stelt op basis van e-mail, telefoongegevens, WhatsApp-berichten en geldstromen vast dat hij een actieve en sturende rol heeft. De verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 18 maanden op waarvan 9 maanden voorwaardelijk, lager dan de eis vanwege de persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn.

Inleiding en context

De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1975. Hij is samen met de medeverdachte vennoot van een vennootschap onder firma, gevestigd in de regio Hulst en Sint Jansteen. De medeverdachte is inmiddels overleden. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 februari 2026 en behandeld door de meervoudige kamer, locatie 's-Hertogenbosch, ter terechtzitting van 10 september 2026. Het vonnis is in eerste aanleg en op tegenspraak gewezen, onder parketnummer 82.102990.24.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 maart 2020 tot en met 28 januari 2023, samen met een ander, vijf inkoopfacturen op naam van een leverancier valselijk heeft opgemaakt, waaruit zou blijken dat de vof bij die leverancier goederen heeft ingekocht terwijl die inkoop niet heeft plaatsgevonden (feit 1). Daarnaast wordt hem verweten dat hij op 11 juli 2022, samen met een ander, een bewijs van een bankbetaling van 25 april 2022 zodanig heeft aangepast dat het lijkt alsof de vof € 345.092 aan de leverancier heeft betaald (feit 2). Beide feiten zijn ten laste gelegd als valsheid in geschrift (art. 225 Sr). Feit 3 betreft het opdracht geven tot of feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door de vof over het eerste en vierde kwartaal van 2020, het derde kwartaal van 2021 en het eerste en vierde kwartaal van 2022, terwijl dat ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven (art. 69 AWR jo. art. 51 Sr).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen en vordert een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit vrijspraak van alle feiten, op de gronden die in de pleitaantekeningen zijn verwoord. Het vonnis geeft die gronden niet inhoudelijk weer. De verdachte verklaart dat hij van niets wist en dat zijn overleden compagnon alles achter zijn rug om heeft bedacht en uitgevoerd. Over de strafmaat verzoekt de raadsman te volstaan met een taakstraf, en een eventuele gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. Formele verweren zijn niet gevoerd.

Oordeel gerecht

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is en dat de officier van justitie ontvankelijk is.

Op basis van de bewijsmiddelen staat vast dat de facturen en het betalingsbewijs vals zijn en dat de facturen zijn verwerkt in de kwartaalaangiften. Daardoor is te veel voorbelasting opgevoerd en heeft de vof over de ten laste gelegde tijdvakken ten onrechte € 226.146 teruggevraagd. De Belastingdienst heeft in de periode van 10 juni 2020 tot 15 mei 2023 in totaal € 422.591 overgemaakt, terwijl de vof over 2020 tot en met 2022 € 3.236 had moeten betalen. De verdediging betwist deze vaststellingen niet.

De verklaring van de verdachte acht de rechtbank ongeloofwaardig. Zij wijst op de samenhang tussen de feiten: de valse facturen komen in de grootboekadministratie, op basis daarvan volgen onjuiste aangiften en teruggaven, en wanneer de Belastingdienst ter controle om een factuur en betalingsbewijs vraagt, wordt een vals betalingsbewijs toegezonden. Dat betalingsbewijs heeft de verdachte zelf vervalst. De medeverdachte stuurt hem een ING-afschrift van een betaling van € 871,20 door een derde aan de vof, en de verdachte mailt ruim een half uur later een bewerkte versie terug, die kort daarna als bewijs van betaling aan de leverancier naar de Belastingdienst gaat. Op zijn telefoon staan afbeeldingen van de aangiften en de daarop gevolgde beschikkingen, en een valse factuur op naam van de leverancier. Uit WhatsApp-berichten leidt de rechtbank af dat beide vennoten samen de stukken voor de boekhouder aanleverden, samen wachtten op de beslissing van de Belastingdienst en contact hadden over het voorgenomen boekenonderzoek, waarbij de verdachte een actieve en sturende rol heeft. Ook heeft de verdachte het merendeel van de ten onrechte uitbetaalde omzetbelasting ontvangen.

Voor de feiten 1 en 2 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat het medeplegen bewezen is. Voor feit 3 overweegt de rechtbank dat de verdachte als vennoot op de hoogte was van de onjuiste aangiften, daaraan actief meewerkte en het valse betalingsbewijs opmaakte. Gelet op zijn feitelijke positie en zijn handelingen heeft hij feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedragingen van de vof.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door in de periode van 1 maart 2020 tot en met 28 januari 2023 te Hulst en Sint Jansteen vijf inkoopfacturen op naam van de leverancier valselijk op te maken.

  • Feit 2: medeplegen van valsheid in geschrift, door op 11 juli 2022 te Hulst een bewijs van een bankbetaling zodanig aan te passen dat het lijkt alsof de vof € 345.092 aan de leverancier heeft betaald.

  • Feit 3: feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van vijf aangiften omzetbelasting door de vof in de periode van 30 april 2020 tot en met 28 januari 2023, terwijl dat telkens ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Van wat meer of anders is ten laste gelegd, waaronder het opdracht geven bij feit 3, wordt de verdachte vrijgesproken.

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest (art. 27 Sr). Bijkomende straffen of maatregelen worden niet opgelegd.

De rechtbank overweegt dat de verdachte het vertrouwen in documenten heeft geschaad, in het bijzonder in documenten die de basis vormen voor de belastingaangifte, en dat onjuiste aangiften omzetbelasting kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie. De LOVS-oriëntatiepunten gaan bij fraude met een benadelingsbedrag tussen € 250.000 en € 500.000 uit van een gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij jarenlang onjuiste aangiften deed, nooit tot inkeer kwam, een vervalst betalingsbewijs overlegde en een boekenonderzoek tegenwerkte. Ook in de strafzaak geeft hij geen openheid en legt hij de schuld bij zijn overleden compagnon, terwijl die compagnon volgens de WhatsApp-berichten steeds om geld smeekt en € 16.000 van de vof ontving, tegenover ruim € 130.000 aan de verdachte en zijn familie in dezelfde periode.

Strafmatigend weegt de rechtbank de overschrijding van de redelijke termijn mee, waarvan de omvang in het vonnis niet wordt vermeld, en de persoonlijke omstandigheden: de verdachte is mantelzorger voor zijn ernstig zieke partner. De rechtbank blijft onder de eis omdat zij aan die omstandigheden en de termijnoverschrijding meer gewicht toekent dan de officier van justitie. De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 51, 57 en 225 Sr en artikel 69 AWR.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^