FEC publiceert factsheet over opknippen van trustdienstverlening: handvatten voor poortwachters

Op 6 april 2026 heeft het Financieel Expertise Centrum (FEC) een factsheet gepubliceerd over het fenomeen "opknippen" van trustdienstverlening. De factsheet vloeit voort uit een FEC-project waarin de FIOD, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en De Nederlandsche Bank (DNB) gezamenlijk informatie hebben gedeeld over illegale trustdienstverlening. Het document bevat een overzicht van de belangrijkste kenmerken en concrete indicatoren die kunnen wijzen op ongeoorloofde constructies. Voor banken, trustkantoren en andere poortwachters biedt de factsheet praktische handvatten bij het herkennen van signalen van ontduiking van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018). Daarmee sluit de publicatie aan op een reeds langer lopende handhavingsinzet van toezichthouder en opsporing op dit terrein.

Achtergrond: waarom aandacht voor opknippen?

Het verbod op opknippen is geen nieuwe norm. Bij de invoering van de Wtt 2018 is in artikel 3, vierde lid, onder b, een specifieke bepaling opgenomen om ontduiking van de vergunningplicht voor zogeheten "trustdienst b" tegen te gaan. Deze trustdienst, ook wel "domicilie-plus" genoemd, bestaat uit het ter beschikking stellen van een post- of bezoekadres in combinatie met aanvullende werkzaamheden, zoals het opstellen van jaarrekeningen, het voeren van administratie, het indienen van belastingaangiften of het verlenen van juridisch advies. Omdat partijen in de praktijk deze twee elementen over verschillende aanbieders verdeelden om buiten de reikwijdte van de wet te blijven, heeft de wetgever het organiseren van die scheiding uitdrukkelijk verboden.

De achtergrond van dit verbod is inmiddels goed gedocumenteerd. Uit het in 2021 gepubliceerde SEO-onderzoek naar illegale trustdienstverlening bleek dat een substantieel deel van de markt zich mogelijk onttrekt aan toezicht. De onderzoekers identificeerden 3.800 bestuurders met een verhoogd risicoprofiel en 690 mogelijke domicilieadressen met tekenen van illegale activiteit. In reactie op deze bevindingen kondigde het kabinet aan de wetgeving aan te scherpen en het toezicht te intensiveren. Binnen het FEC liep sinds januari 2021 al een project gericht op trustdienstverleners die zich aan het toezicht onttrekken, met als doel strafrechtelijke of bestuursrechtelijke aanpak.

Wat verstaat de factsheet onder opknippen?

De factsheet omschrijft opknippen als de situatie waarin een dienstverlener bewust de twee elementen van trustdienst b, namelijk (1) domicilieverlening en (2) aanvullende werkzaamheden, over verschillende partijen verdeelt. Ook de variant waarin de dienstverlener zelf één element aanbiedt en de cliënt voor het andere element doorverwijst, valt onder deze definitie. Het resultaat is dat geen van de afzonderlijke dienstverleners op papier onder de reikwijdte van de definitie van trustdienstverlening valt, terwijl materieel wel sprake is van een trustdienst.

Voor de vaststelling dat sprake is van opknippen in strafrechtelijke of bestuursrechtelijke zin moet volgens de factsheet aan vier bestanddelen zijn voldaan: de dienstverlener beschikt niet over een trustvergunning van DNB, er worden werkzaamheden verricht gericht op het aanbieden van een post- of bezoekadres (bijvoorbeeld door door te verwijzen naar domicilieverleners), er worden daarnaast werkzaamheden verricht gericht op het verlenen van aanvullende diensten (bijvoorbeeld doorverwijzing naar administratiekantoren), en dit alles gebeurt ten behoeve van dezelfde klant. Overtreding van het verbod kwalificeert als economisch delict.

De gepubliceerde indicatoren

Het meest praktische onderdeel van de factsheet is de opsomming van red flags die kunnen wijzen op opknippen. De FEC-partners signaleren onder meer websites waarop "one-stop-shop"-constructies worden aangeboden, bijvoorbeeld voor de begeleiding van buitenlandse klanten bij het oprichten van een Nederlandse onderneming, inclusief ondersteuning bij het verkrijgen van een vestigingsadres, administratieve werkzaamheden en juridische aangelegenheden. Ook het bestaan van domicilieverleners zonder website of andere contactmogelijkheden wordt als signaal genoemd: dat wijst erop dat klanten via derde partijen worden aangedragen, waardoor de doorverwijzende partij mogelijk trustdiensten opknipt.

Verder noemt de factsheet financiële signalen, zoals de ontvangst van vergoedingen die verband kunnen houden met doorverwijzingen, waaronder referral fees, kick-backs of commissies. Eveneens relevant is de situatie waarin een domicilieverlener ook aanvullende diensten factureert aan een klant, of omgekeerd. Tot slot worden structuurindicatoren genoemd: een groot aantal rechtspersonen zonder onderlinge organisatorische relatie op hetzelfde post- of bezoekadres, in combinatie met hetzelfde administratiekantoor, en een groot aantal ondernemingen met buitenlandse bestuurders of aandeelhouders op hetzelfde adres.

Relevantie voor de (bijzonder)strafrechtpraktijk

Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is de factsheet op meerdere vlakken van belang. Opereren zonder trustvergunning kwalificeert als economisch delict en kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden afgedaan. DNB kan een bestuurlijke boete tot vijf miljoen euro opleggen, terwijl strafrechtelijk een gevangenisstraf tot twee jaar en een geldboete van de vierde categorie mogelijk zijn. De factsheet geeft daarmee niet alleen compliance-handvatten, maar ook een beeld van de typologieën die bij handhaving en vervolging een rol kunnen spelen.

De publicatie sluit aan bij een bredere trend die recent zichtbaar werd in Integriteitstoezicht in Beeld 2026 van DNB. Daarin rapporteerde de toezichthouder een stijging van het aantal signalen over illegale trustdienstverlening van 37 naar 44, juist rondom het opknippen. DNB is in 2025 een themaonderzoek gestart dat in 2026 wordt afgerond en mogelijk tot handhavingstrajecten leidt. De factsheet kan tegen die achtergrond worden gezien als een informatieproduct dat de poortwachtersketen voorbereidt op een intensievere handhavingsfase.

Tegelijkertijd is de factsheet nadrukkelijk een document met indicatoren, geen bewijsmiddel. De aanwezigheid van één of meer red flags betekent niet automatisch dat sprake is van een overtreding van artikel 3, vierde lid, Wtt 2018. Voor een juridische kwalificatie blijft een feitelijke beoordeling vereist of de vier bestanddelen vervuld zijn.

Afsluiting

Met de publicatie van de factsheet voegen de FEC-partners een praktisch instrument toe aan het reeds bestaande juridische en toezichtkader rond illegale trustdienstverlening. De combinatie van een uitgewerkt normatief kader (artikel 3, vierde lid, Wtt 2018), aangescherpt toezicht door DNB en operationele informatie-uitwisseling binnen het FEC laat zien dat het opknippen van trustdiensten nadrukkelijk op de radar staat van zowel toezichthouders als opsporingsdiensten. Hoe de aangekondigde themaonderzoeken en eventuele handhavingstrajecten in 2026 zullen uitpakken, zal in de komende maanden duidelijk worden.

Print Friendly and PDF ^