De Nederlandsche Bank publiceert Integriteitstoezicht in Beeld 2026

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de publicatie Integriteitstoezicht in Beeld 2026 (IiB) uitgebracht. Daarin geeft de toezichthouder een terugkoppeling van het integriteitstoezicht over het afgelopen jaar en een vooruitblik op 2026. De publicatie biedt waardevolle inzichten voor iedereen die werkzaam is in de strafrechtelijke handhaving van de financiële ordening. In deze bijdrage bespreken we de elementen die voor de (bijzonder)strafrechtpraktijk het meest relevant zijn.

Handhaving en maatregelen: de cijfers

Een van de meest concrete onderdelen van de IiB is het overzicht van de door DNB opgelegde maatregelen. In 2025 legde DNB aan onder toezicht staande instellingen 7 formele maatregelen op (tegenover 18 in 2024), waaronder 5 bestuurlijke boetes, 1 aanwijzing en 1 vergunningintrekking. Daarnaast werden 11 informele maatregelen opgelegd, bestaande uit 3 normoverdragende gesprekken en 8 waarschuwingsbrieven.

Aan niet onder toezicht staande instellingen (partijen die zonder vergunning opereren) werden in 2025 in totaal 5 formele maatregelen opgelegd: 3 bestuurlijke boetes, 1 last onder dwangsom en 1 aangifte bij het Openbaar Ministerie. Daar komen nog 6 waarschuwingsbrieven bij. Opvallend is de verschuiving van het zwaartepunt: waar in 2024 het accent bij onder toezicht staande instellingen nog lag op aanwijzingen (13), verschoof dit in 2025 richting bestuurlijke boetes (5). Dit kan wijzen op een verharding van de handhavingslijn bij herhaalde of ernstige overtredingen.

Toename signalen illegale dienstverlening

Het totale aantal signalen over illegale financiële dienstverlening steeg van 107 in 2024 naar 123 in 2025. De stijging deed zich voor over meerdere sectoren, met uitzondering van cryptodienstverlening (waar de handhaving grotendeels is overgegaan naar de AFM na inwerkingtreding van MiCAR).

Opvallend is de forse toename van signalen over illegale bancaire dienstverlening: van 7 in 2024 naar 31 in 2025. Het gaat daarbij om partijen die zich online als bank presenteren, opvorderbare gelden aantrekken of de naam 'bank' gebruiken zonder over een vergunning te beschikken. DNB start in 2026 een specifiek project om dit fenomeen aan te pakken.

Ook het aantal signalen over illegale trustdienstverlening nam toe (van 37 naar 44), met name rondom het zogenoemde 'opknippen' van trustdienstverlening. Daarbij worden vergunningplichtige activiteiten gesplitst over meerdere aanbieders om onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) uit te komen. DNB is in 2025 een themaonderzoek gestart dat naar verwachting in 2026 wordt afgerond en mogelijk tot handhavingstrajecten leidt.

Voor de strafrechtpraktijk is dit relevant omdat het opereren zonder vergunning een economisch delict oplevert en het opknippen van trustdienstverlening de deur openzet voor verhoogde witwas- en integriteitsrisico's.

Sanctieomzeiling: verschuivende transactiepatronen

Sinds de Russische inval in Oekraïne in 2022 signaleert DNB een aanzienlijke toename van inkomende transacties vanuit landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling. Hoewel DNB niet direct sanctieomzeiling heeft vastgesteld, zijn er opvallende verschuivingen in transactiepatronen bij Nederlandse financiële instellingen. De toezichthouder constateert dat de bij sanctieomzeiling behorende geldstromen vermoedelijk deels via Nederlandse instellingen lopen.

DNB benadrukt dat een volwassen sanctiebeleid verder gaat dan screening alleen: het begrijpen van de achterliggende motieven en structuren achter transacties is essentieel. Sanctierisico's liggen niet alleen in directe relaties met gesanctioneerde partijen, maar ook in indirecte geldstromen en veranderende handelspatronen. In 2025 is een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de sanctiescreeningsystemen van 59 financiële instellingen. Bij 15 daarvan bleken herstelmaatregelen noodzakelijk.

Terrorismefinanciering: verhoogde dreiging

DNB besteedt in de IiB 2026 nadrukkelijk aandacht aan terrorismefinanciering. De NCTV handhaafde eind 2025 dreigingsniveau vier. Uit de Nationale Risicobeoordeling Terrorismefinanciering 2023 blijkt dat kwetsbaarheden zich vooral voordoen bij girale en contante transacties via banken en geldtransactiekantoren, bij internetbetaaldiensten, aanbieders van cryptodiensten en bij onvergunde betaaldienstverleners en hawala-netwerken.

Bijzonder relevant voor de strafrechtpraktijk is de observatie dat geldstromen bij terrorismefinanciering vaak gemengd zijn: legaal (zoals leningen en uitkeringen) en illegaal, waarbij fraude een belangrijk verdienmodel vormt. Zorgfraude wordt daarbij specifiek genoemd als geldstroom die bijdraagt aan de financiering van terrorisme. Deze vermenging bemoeilijkt de detectie, maar biedt tegelijkertijd aanknopingspunten voor opsporings- en vervolgingsinstanties die zicht hebben op fraudepatronen.

Contant geld en het verbod op grote contante betalingen

Het aantal FIU-meldingen van contante opnames en stortingen vertoont een stijgende trend. DNB wijst op de invoering van een verbod op contante betalingen boven EUR 3.000 vanaf 2026, waarmee het landschap voor zowel consumenten als financiële instellingen verandert. Daarnaast wordt op termijn een acceptatieplicht ingevoerd, al is de nationale invoering on hold gezet in afwachting van de aanstaande EU-verordening inzake contant geld als wettig betaalmiddel.

Cash-transacties blijven voor veel banken een structureel toprisico. De portfolio-analyses en transactiemonitoringsystemen worden steeds verfijnder, wat ertoe leidt dat ook transacties uit voorgaande jaren die ten onrechte niet waren gemeld alsnog boven water komen. Voor de opsporing en vervolging van witwassen is dit een relevante ontwikkeling: het betekent dat het meldingsbestand bij de FIU groeit en historische patronen beter in kaart worden gebracht.

AMLA en het nieuwe Europese toezichtkader

Vanaf 1 juli 2027 treden de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) en de zesde Anti-witwasrichtlijn (AMLD6) in werking. De AMLR is rechtstreeks van toepassing en vervangt samen met de nationale Implementatiewet (Iwt) de huidige Wwft. Daarnaast wordt de nieuwe Europese Anti-Money Laundering Authority (AMLA) operationeel.

DNB bereidt zich voor op deelname aan gezamenlijke Europese toezichtteams en levert een actieve bijdrage aan de totstandkoming van technische standaarden en richtsnoeren op het gebied van klantonderzoek (CDD), transactiemonitoring, UBO/PEP-beoordeling en sanctiescreening. Voor de strafrechtpraktijk is van belang dat het nieuwe kader naar verwachting leidt tot verdere harmonisatie van de normen waaraan instellingen moeten voldoen. Dat kan ook gevolgen hebben voor de delictsomschrijvingen en de strafrechtelijke aansprakelijkheid bij niet-naleving.

AI in de financiële sector: kansen en risico's

DNB constateert dat alle onder toezicht staande sectoren actief experimenteren met kunstmatige intelligentie. Met name de grootbanken zijn voorbij de pilotfase. AI wordt ingezet bij transactiemonitoring, klantonderzoek en anomaliedetectie. Tegelijkertijd wijst DNB op het risico van bias in AI-modellen, dat kan leiden tot (indirecte) discriminatie.

De AI Act treedt naar verwachting in augustus 2026 in werking en stelt strenge eisen aan verantwoord gebruik. In combinatie met de GDPR en de AMLR ontstaat een complex regelgevend kader. De inzet van AI bij compliance-processen roept vragen op over transparantie en uitlegbaarheid, die ook strafrechtelijk relevant kunnen zijn: als een AI-systeem een verdachte transactie niet detecteert door een bias in het model, wie is dan verantwoordelijk?

Discriminatie bij Wwft-naleving

DNB publiceerde in 2025 het rapport Discriminatie Bewust Tegengaan over maatregelen van banken en betaaldienstverleners tegen discriminatie bij de naleving van de Wwft en Sanctiewet. Uit het onderzoek onder 26 banken en 13 betaaldienstverleners blijkt dat de definitie van discriminatie bij banken duidelijk is verbeterd. Het risico op indirecte discriminatie wordt echter nog onvoldoende onderkend. Indirecte discriminatie is vaak minder zichtbaar en kan ontstaan door ogenschijnlijk neutraal beleid.

Dit thema raakt direct aan het vertrouwen in financiële instellingen en heeft bredere juridische implicaties. De spanning tussen de plicht tot poortwachtersactiviteiten enerzijds en het verbod op discriminatie anderzijds, blijft een terugkerend vraagstuk in zowel het bestuursrecht als het civiel recht, en kan in voorkomende gevallen ook strafrechtelijke dimensies krijgen.

Betaalsector: toenemende complexiteit en intransparantie

De betaalsector groeit en wordt steeds complexer. DNB signaleert dat het gebruik van virtual IBAN's (vIBAN's) en white labelling sterk is toegenomen. Een vIBAN functioneert als een soort postadres: het lijkt een zelfstandig rekeningnummer, maar de gelden worden feitelijk op een andere rekening aangehouden. Dit bemoeilijkt het zicht op transactiestromen aanzienlijk.

Bij een aanzienlijk aantal betaal- en elektronischgeldinstellingen heeft DNB tekortkomingen vastgesteld, met name op het gebied van transactiemonitoring en de onderliggende SIRA- en CDD-processen. Er zijn zowel punitieve als herstelmaatregelen opgelegd. In 2026 worden thematische onderzoeken uitgevoerd naar white labelling, remote onboarding en fraude.

Slot

De IiB 2026 laat zien dat het integriteitstoezicht van DNB zich in een dynamisch krachtenveld bevindt. De opkomst van AI, de toenemende complexiteit van de betaalketen, geopolitieke spanningen rondom sanctieomzeiling en de voorbereiding op AMLA maken dat de raakvlakken met het (bijzonder) strafrecht talrijker worden. Voor de strafrechtpraktijk biedt de publicatie een waardevol venster op de risico's en trends die de toezichthouder signaleert, en de handhavingsinstrumenten die worden ingezet. De volledige publicatie is hier te raadplegen.

Print Friendly and PDF ^