DOJ verzet zich tegen verzoeken om vernietiging van FIFA-veroordelingen
/Vijf voormalige voetbalbestuurders die in het Amerikaanse FIFA-onderzoek zijn veroordeeld, hebben de federale rechtbank in het Eastern District of New York gevraagd hun veroordelingen te vernietigen. Zij gebruiken daarvoor de writ of error coram nobis, een buitengewoon rechtsmiddel voor veroordeelden die hun straf al hebben uitgezeten en dus geen beroep meer kunnen doen op de gebruikelijke procedures. De DOJ heeft in augustus 2026 een reactie ingediend waarin het zich tegen alle vijf verzoeken verzet: de verzoeken zijn volgens het Department of Justice te laat ingediend en de verzoekers voldoen niet aan de eis dat zij een voortdurend rechtsnadeel aannemelijk maken. De verzoeken volgen op de beslissing van het Department of Justice om de zaak tegen Hernán López en Full Play Group S.A. te laten vallen, waarna rechter Pamela K. Chen die zaak op 27 mei 2026 beëindigde. Volgens het Openbaar Ministerie betrof die beslissing een uitoefening van vervolgingsdiscretie en prioriteitstelling, en geen oordeel dat de bewezen gedragingen geen strafbaar feit opleveren.
De vijf verzoekers
Het gaat om Juan Ángel Napout, voormalig voorzitter van de Zuid-Amerikaanse voetbalbond CONMEBOL, José María Marín, voormalig voorzitter van de Braziliaanse voetbalbond, Eduardo Li, voormalig voorzitter van de Costa Ricaanse Fedefútbol, Alfredo Hawit, voormalig voorzitter van CONCACAF en van de Hondurese voetbalbond, en Reynaldo Vásquez, voormalig voorzitter van de Salvadoraanse bond FESFUT. Marín is overleden; zijn nalatenschap is in de procedure in zijn plaats gesteld.
Napout en Marín werden op 22 december 2017 door een jury in Brooklyn schuldig bevonden aan racketeering conspiracy en meerdere feiten van wire fraud conspiracy; bij Marín kwamen daar twee feiten van money laundering conspiracy bij. Een derde verdachte, de Peruaan Manuel Burga, werd vrijgesproken. Napout kreeg in augustus 2018 een gevangenisstraf van negen jaar opgelegd, met daarnaast ontneming en een geldboete van in totaal ongeveer $ 4,3 miljoen. Marín werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.
Li, Hawit en Vásquez legden bekennende verklaringen af. Li werd op 13 november 2018 veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden en tien dagen met twee jaar toezicht, en tot betaling van in totaal ruim $ 683.000, waarvan $ 668.000 aan ontneming. Hawit werd in 2020 veroordeeld tot een straf gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Vásquez, die in augustus 2021 bekende, kreeg zestien maanden gevangenisstraf en moest $ 360.000 betalen.
Coram nobis als rechtsmiddel
De writ of error coram nobis is in het Amerikaanse federale strafrecht een buitengewoon rechtsmiddel voor wie zijn straf volledig heeft ondergaan en daardoor niet langer in aanmerking komt voor een verzoek op grond van 28 U.S.C. § 2255. De verzoeker moet aannemelijk maken dat er sprake is van een fundamentele fout, dat er goede redenen zijn waarom het verzoek niet eerder is gedaan, en dat de veroordeling nog steeds nadelige rechtsgevolgen heeft. Juist op die laatste twee punten richt het Openbaar Ministerie zijn verweer: de verzoeken zijn volgens het Department of Justice niet tijdig ingediend en de verzoekers formuleren onvoldoende welk voortdurend rechtsnadeel zij ondervinden.
De zaak López en Full Play
De verzoeken hangen samen met de gang van zaken in de zaak tegen Hernán López, voormalig bestuurder bij Fox International Channels, en het Argentijnse Full Play Group S.A. Een jury veroordeelde hen in maart 2023 wegens honest services wire fraud conspiracy en money laundering conspiracy. Rechter Chen sprak hen daarna alsnog vrij, met de overweging dat honest services fraud onder 18 U.S.C. § 1346 zich niet uitstrekt tot buitenlandse commerciële omkoping, mede gelet op de arresten van de Supreme Court in Ciminelli en Percoco. Het Second Circuit vernietigde die beslissing op 2 juli 2025 en herstelde de schuldigverklaringen, met als overweging dat de kern van de wire fraud-bepaling het gebruik van Amerikaanse communicatiemiddelen blijft.
In december 2025 liet het Department of Justice de Supreme Court weten de vervolging niet voort te willen zetten en vroeg het om terugverwijzing met het oog op intrekking van de tenlastelegging, omdat beëindiging "in the interests of justice" zou zijn. Op 12 januari 2026 verleende de Supreme Court certiorari in de zaken 25-390 en 25-396, vernietigde het arrest van het Second Circuit en verwees de zaken terug voor heroverweging in het licht van het aanhangige verzoek tot intrekking. Rechter Chen beëindigde de zaak op 27 mei 2026, nadat zij het Openbaar Ministerie eerst om een toelichting had gevraagd. Het Department of Justice wees daarbij op andere prioriteiten, zoals homeland security, narcoterrorisme, geweld door criminele groeperingen en mensenhandel.
Wat de verzoekers aanvoeren
De verzoekers stellen zich op het standpunt dat zij zijn veroordeeld voor gedragingen die naar Amerikaans federaal recht geen strafbaar feit opleveren, en beroepen zich daarbij op de rechtsontwikkeling rond honest services fraud en op de intrekking van de zaak tegen López en Full Play. Li vraagt daarnaast om terugbetaling van de bij hem geïnde bedragen. Zijn raadsman voert aan dat de omkoping zich buiten Amerikaans grondgebied afspeelde en dat vernietiging van de veroordeling hem in staat zou stellen de levenslange uitsluiting op te komen die de FIFA hem in 2017 heeft opgelegd. Ook Vásquez verzoekt om terugbetaling van de door hem betaalde $ 360.000.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Volgens de reactie van het Department of Justice, die op 13 augustus 2026 in de openbaarheid kwam, moeten de veroordelingen in stand blijven. De kern van het betoog is tweeledig. Ten eerste zijn alle vijf verzoeken volgens het Openbaar Ministerie te laat ingediend. Ten tweede voldoen de verzoekers niet aan de eis dat zij een voortdurend rechtsnadeel aantonen, wat voor toewijzing van een writ of error coram nobis vereist is. Over het verschil met de behandeling van López en Full Play stelt het Openbaar Ministerie dat die intrekking berustte op vervolgingsdiscretie en op de prioriteiten van de huidige regering, en niet op de vaststelling dat in de andere zaken fouten zijn gemaakt.
Afsluiting
De verzoeken en de reactie daarop liggen bij rechter Pamela K. Chen van het Eastern District of New York. Zij heeft partijen twee weken gegeven om op het standpunt van het Openbaar Ministerie te reageren, waarmee de repliektermijn eind augustus 2026 afloopt. Een beslissing op de vijf verzoeken is nog niet genomen. De zaak tegen López en Full Play is met de beslissing van 27 mei 2026 beëindigd; het arrest van het Second Circuit van 2 juli 2025 is door de Supreme Court vernietigd.
