Beslag op miljoenenwallet deels onrechtmatig: rechtbank gelast gedeeltelijke teruggave cryptovaluta
/Rechtbank Rotterdam 14 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14887
De rechtbank oordeelt over een beklag ex artikel 552a Sv van een crypto-investeerder wiens wallet met ruim 1 miljoen euro aan bitcoin in beslag is genomen. Het OM vermoedt witwassen, mede op basis van Sky ECC-chats waarin sprake is van drugsgerelateerde cryptotransacties met een link naar Nederland. De rechtbank acht Nederland bevoegd en het beslag deels rechtmatig, ook zonder rechtshulpverzoek richting de Kaaimaneilanden. Voor een deel van de wallet (ter waarde van 3.209,50 dollar) is het beslag gerechtvaardigd; voor het overige ontbreekt bewijs van criminele herkomst. De rechtbank gelast daarom gedeeltelijke teruggave van de in beslag genomen bitcoins aan de klager.
Context van de zaak
In deze zaak beoordeelt de rechtbank een klaagschrift ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering (Sv) van een particulier, geboren in 1971, die stelt professioneel handelaar in cryptovaluta te zijn. De klager is niet ingeschreven in de basisregistratie personen en kiest domicilie ten kantore van zijn raadsman.
Het geschil draait om een beslaglegging door het Openbaar Ministerie (OM) op een digitale wallet bij Binance Holding Ltd., met daarin een bedrag van 17,42100300 bitcoin met een tegenwaarde van ruim één miljoen euro. Het beslag is gelegd op 18 oktober 2021 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerd witwassen. De wallet is overgeboekt naar het OM.
De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig maakt aan witwassen door criminele opbrengsten om te zetten in cryptovaluta. In het bijzonder draait het om transacties die verband houden met drugshandel, onder meer vastgesteld via communicatie op het versleutelde netwerk Sky ECC.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het OM stelt dat het beslag rechtmatig is en dat er sprake is van een redelijke verdenking van witwassen. Uit het strafdossier blijkt volgens het OM voldoende dat het vermogen in de wallet deels van misdrijf afkomstig is. Daarbij beroept het OM zich op chatgesprekken tussen Sky ECC-gebruikers waarin wordt gesproken over geldstromen, QR-codes van wallets en locaties in Nederland zoals Tilburg en Den Haag.
Ten aanzien van de bevoegdheid stelt het OM dat aan Nederland zowel uitvoerende als rechtsprekende rechtsmacht toekomt. De beslaglegging had, gelet op die rechtsmacht, niet via een rechtshulpverzoek hoeven verlopen. Voorts betoogt het OM dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave, mede omdat het OM de verbeurdverklaring van de cryptovaluta beoogt te vorderen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert aan dat het beslag onrechtmatig is, omdat het OM ten onrechte bevoegdheid tot beslaglegging heeft aangenomen. Volgens de raadsman is de beslaglegging op het grondgebied van de Kaaimaneilanden geschied zonder een daartoe vereist rechtshulpverzoek, waardoor het beslag in strijd is met internationaal recht. Bovendien betoogt de verdediging dat het overgrote deel van de bitcoins in de wallet een legale herkomst heeft en dus niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Ook wordt aangevoerd dat het beslag niet langer enig strafvorderlijk belang dient.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek naar aanleiding van een klaagschrift een summier karakter heeft. Het doel is niet om vooruit te lopen op de uitkomst van een nog te voeren strafzaak of ontnemingsprocedure.
Ten aanzien van de bevoegdheid oordeelt de rechtbank dat uit de Sky ECC-gesprekken blijkt dat minimaal één transactie van een tegenwaarde van 3.209,50 dollar, die de wallet van klager heeft gevoed, verband houdt met Nederland. De rechtbank acht daarmee aannemelijk dat Nederland rechtsmacht toekomt.
Het verweer van de klager dat het beslag niet via een rechtshulpverzoek is gelegd, wordt verworpen. De rechtbank overweegt dat het volkenrecht bedoeld is om belangen van soevereine staten te beschermen, en dat de keuze van het OM om zonder rechtshulpverzoek beslag te leggen, geen rechtens te respecteren belang van de klager raakt. De rechtmatigheid van het beslag wordt daardoor niet aangetast.
De rechtbank komt tot de conclusie dat voor een beperkt deel van de wallet, namelijk ter waarde van 3.209,50 dollar, voldoende aannemelijk is dat deze crypto-opbrengst uit criminele activiteiten afkomstig is en dat het belang van strafvordering zich tegen opheffing van het beslag op dit deel verzet. Voor dit bedrag is de kans dat het later tot verbeurdverklaring komt niet hoogst onwaarschijnlijk. De rechtbank verklaart het beklag ten aanzien van dit deel dan ook ongegrond.
Voor het overige deel van de wallet is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat deze cryptovaluta van criminele herkomst zijn. De rechtbank acht van belang dat sinds het beslag in 2021 ruimschoots tijd is geweest voor het OM om dit te onderzoeken, maar dat geen concrete aanwijzingen zijn overgelegd die dat kunnen staven. Enkel het feit dat een klein deel van de wallet vermoedelijk uit misdrijf afkomstig is, rechtvaardigt niet dat het gehele bedrag wordt aangemerkt als van misdrijf afkomstig.
De rechtbank verklaart het beklag gegrond voor het bedrag boven de tegenwaarde van 3.209,50 dollar en gelast de teruggave van dit meerdere.
De rechtbank gelast aldus teruggave van de cryptovaluta, te weten 17,42100300 bitcoin, minus de bitcoinwaarde van 3.209,50 dollar (volgens de koers van 18 oktober 2021), aan de klager.
Lees hier de volledige uitspraak.
