AFM publiceert boetebesluit Vodafone Financial Services twee jaar na oplegging, na uitspraak in beroep

De AFM heeft op 20 augustus 2026 het boetebesluit gepubliceerd dat zij op 15 juli 2024 nam tegen Vodafone Financial Services B.V. De boete van € 375.000 werd opgelegd wegens overtreding van artikel 4:34, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht in de periode van 2 tot en met 24 augustus 2022. In die weken werd bij het aanbieden van telecomkrediet via de webshop van Hollandsnieuwe, een handelsnaam van Vodafone Libertel B.V., de inkomsten- en lastentoets overgeslagen door een fout bij een software-aanpassing. De rechtbank Rotterdam heeft de boete op 18 juni 2026 vastgesteld op € 185.000. Tegelijk met het boetebesluit publiceerde de AFM de beslissing op bezwaar van 29 januari 2025 en een overzicht van de actuele stand van zaken, waaruit het verloop van de procedure en van de publicatie blijkt.

De overtreding

Vodafone FS beschikt sinds 2017 over een vergunning van de AFM als financiële dienstverlener en biedt telecomkrediet aan: een goederenkrediet voor een toestel, afgesloten in combinatie met een telefoonabonnement. Artikel 4:34, eerste lid, Wft verplicht de kredietaanbieder informatie in te winnen over de financiële positie van de consument; het tweede lid verbiedt het aangaan van een kredietovereenkomst die met het oog op overkreditering onverantwoord is. Voor de telecomsector is die norm ingevuld in de Telecomkredietcode, die geldt voor telecomkredieten tot € 1.000 en die bij kredieten boven € 250 een inkomsten- en lastentoets voorschrijft. De AFM beschouwt die gedragscode als minimale invulling van de open normen van artikel 4:34 Wft.

Na een software-aanpassing op 2 augustus 2022 handelde het systeem bij alle telefoonbestellingen op krediet alsof de lening onder het grensbedrag van € 250 bleef. Gegevens over de financiële positie werden nog wel ingewonnen, maar de toets bleef achterwege. Vodafone FS ontdekte de fout op 24 augustus 2022 en herstelde die dezelfde dag. In het boetebesluit ging de AFM uit van 164 overgekrediteerde klanten en een bedrag van € 61.992. In de bezwaarfase stelde Vodafone FS dat zes van die kredieten door een menselijke fout ten onrechte waren gerapporteerd; in de beslissing op bezwaar gaat de AFM uit van 158 gevallen. Vodafone FS heeft de kredieten van de betrokken klanten kwijtgescholden, hen het toestel laten houden en reeds gedane aflossingen terugbetaald.

Toezichthistorie

De AFM heeft Vodafone FS tweemaal eerder schriftelijk gewaarschuwd. Op 19 juli 2018 volgde een waarschuwingsbrief nadat 186 telecomkredieten waren verstrekt zonder inkomsten- en lastentoets en zonder kredietwaardigheidscheck bij het BKR. Op 3 maart 2022 volgde een tweede waarschuwingsbrief, die zag op twee incidenten in 2021 waarbij respectievelijk 152 en 43 telecomkredieten waren verstrekt die niet of niet in die omvang hadden mogen worden verstrekt, en op het niet onverwijld melden daarvan. De AFM lichtte die waarschuwing dezelfde dag mondeling toe en gaf daarbij aan dat zij formele maatregelen had overwogen en dat de waarschuwing zou meewegen bij een volgende overtreding. Het incident van augustus 2022 deed zich minder dan een half jaar later voor. In de beslissing op bezwaar noemt de AFM daarnaast dat Vodafone FS tussen 2017 en 2021 nagelaten heeft 293 consumptieve kredietovereenkomsten bij het BKR te registreren.

De boetehoogte

Het wettelijke basisbedrag voor overtreding van artikel 4:34, tweede lid, Wft bedraagt € 2.500.000. De AFM verlaagde dat bedrag met 50 procent op grond van de beperkte omvang en duur van de overtreding, de beperkte impact op individuele klanten en de mate van verwijtbaarheid, wat uitkwam op € 1.250.000. In de passendheidstoets verlaagde zij het bedrag vervolgens met 70 procent vanwege de opstelling van Vodafone FS, die de fout zelf ontdekte en meldde, de overtreding beëindigde, klanten compenseerde, maatregelen trof en meewerkte aan het onderzoek. De AFM merkt daarbij op dat verlagingen van meer dan 30 procent op grond van de opstelling van de overtreder volgens de toelichting op het Boetetoemetingsbeleid uitzonderlijk zijn. De totale matiging kwam daarmee op 85 procent, oftewel € 2.125.000, en de boete op € 375.000.

Bezwaar

Vodafone FS voerde acht bezwaargronden aan, waaronder dat artikel 4:34, tweede lid, Wft niet was overtreden omdat de kredieten onder de uitzondering van artikel 1:20, eerste lid, aanhef en onder e, Wft zouden vallen, dat verwijtbaarheid ontbrak, dat het nemo-teneturbeginsel was geschonden, dat de cautie te laat was gegeven en dat de boete onevenredig en te hoog was. De AFM verwierp die gronden. Zij overwoog onder meer dat de kredietovereenkomsten een looptijd van 24 maanden hadden, zodat van aflossing binnen drie maanden geen sprake was, en dat het moment van het sluiten van de overeenkomst beslissend is voor de vraag of sprake is van overkreditering. Het latere kwijtschelden van de kredieten maakt volgens de AFM niet dat de overtreding met terugwerkende kracht ongedaan wordt gemaakt. Het bezwaar is op 29 januari 2025 ongegrond verklaard, met aanvulling van de motivering.

Het publicatiekader

Op grond van artikel 1:97, derde lid, Wft maakt de AFM een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar. Artikel 1:98 Wft bevat de gronden waarop openbaarmaking moet worden uitgesteld of anoniem moet plaatsvinden, waaronder onevenredige schade voor betrokken partijen. Artikel 1:100, eerste lid, Wft bepaalt dat publicatie niet eerder plaatsvindt dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na bekendmaking van het besluit, en het derde lid dat publicatie wordt opgeschort als om een voorlopige voorziening wordt verzocht, totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. Artikel 1:97, vijfde lid, Wft verplicht de AFM ook de uitkomst van bezwaar en van beroep en hoger beroep bekend te maken.

In paragraaf 7.4 van het boetebesluit concludeerde de AFM dat geen van de uitzonderingsgronden van artikel 1:98 Wft zich voordeed en dat directe, herleidbare publicatie aangewezen was. In de beslissing op bezwaar handhaafde zij dat standpunt in de randnummers 113 tot en met 115. Zij overwoog daar dat het belang om klanten op de hoogte te stellen en het belang van generale preventie met directe en herleidbare publicatie zijn gediend, en dat Vodafone FS niet had aangetoond dat sprake was van gewijzigde omstandigheden.

Het verloop van de publicatie

Uit randnummer 4 van de beslissing op bezwaar volgt het verdere verloop. Vodafone FS diende op 18 juli 2024 bij de rechtbank Rotterdam een verzoek om een voorlopige voorziening in, strekkende tot schorsing van de publicatie van het boetebesluit. Bij brief van 16 september 2024 trok zij dat verzoek in. Als reden voor de intrekking noemt de AFM de opschorting van de publicatie van het boetebesluit, zoals telefonisch door de AFM toegezegd op 3 september 2024 en op 4 september 2024 per e-mail bevestigd. De rechtbank bevestigde de intrekking op 17 september 2024. In paragraaf VII van de beslissing op bezwaar vermeldt de AFM dat de publicatie van het boetebesluit door haar is opgeschort totdat uitspraak is gedaan in een eventueel beroep, dan wel totdat het boetebesluit onherroepelijk is geworden als geen beroep wordt ingesteld.

Vodafone FS stelde op 11 maart 2025 beroep in. De publicatie volgde op 20 augustus 2026, ruim twee maanden na de uitspraak van de rechtbank en nadat Vodafone FS op 29 juli 2026 hoger beroep had ingesteld. Het boetebesluit is daarmee gepubliceerd voordat het onherroepelijk is.

De uitspraak van de rechtbank

Volgens het door de AFM gepubliceerde overzicht van de actuele stand van zaken, bijgewerkt tot 19 augustus 2026, heeft de rechtbank Rotterdam het beroep op 18 juni 2026 gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd voor zover die ziet op de boetehoogte. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien door het boetebesluit te herroepen en de hoogte van de boete vast te stellen op € 185.000. Als gronden voor de matiging noemen de AFM in het overzicht en in haar persbericht de ernst en duur van de overtreding, de verwijtbaarheid en een overschrijding van de redelijke termijn met vijf maanden. De uitspraak zelf is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl, zodat de overwegingen van de rechtbank niet aan de brontekst konden worden getoetst.

Afsluiting

De boete van 15 juli 2024 is op 20 augustus 2026 gepubliceerd, samen met de beslissing op bezwaar van 29 januari 2025 en het overzicht van de actuele stand van zaken. De rechtbank Rotterdam heeft de boete vastgesteld op € 185.000. Vodafone FS heeft op 29 juli 2026 hoger beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven; een uitspraak in hoger beroep is nog niet gedaan. De AFM is op grond van artikel 1:97, vijfde lid, Wft gehouden ook de uitkomst daarvan bekend te maken.

De gepubliceerde stukken zijn het boetebesluit, de beslissing op bezwaar en het overzicht van de actuele stand van zaken.

Print Friendly and PDF ^