Cursus De betekenis van de rechtspraak van het EU-Hof voor het opsporingsonderzoek

De strafrechtspraktijk gaat interessante tijden tegemoet. Anders dan in andere rechtsgebieden zijn we in het strafrecht nog niet zo gewend aan rechtstreekse werking van richtlijnen en bemoeienis van het EU Hof van Justitie bij de interpretatie ervan. Met ingang van 1 december 2014 heeft het Hof van Justitie echter volledige jurisdictie gekregen over EU-regelgeving op strafrechtelijk gebied. Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) van start gegaan. Daardoor spelen het EU recht en het HvJ EU een steeds belangrijker rol in het strafrecht. Ook als het om de ontwikkeling van strafprocessuele waarborgen gaat, een gebied waar voorheen vooral het EHRM de scepter zwaaide.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ivy Advocaten zoekt een talentvolle advocaat(-stagiaire)

Ivy Advocaten is een gerenommeerd nichekantoor in Amsterdam dat opereert op het snijvlak van strafrecht en ondernemingsrecht. Het kantoor breidt uit en zoekt een talentvolle advocaat(-stagiaire) met in ieder geval strafrechtelijke achtergrond en bij voorkeur ook een ondernemingsrechtelijke of civielrechtelijke achtergrond en sterke analytische vaardigheden. Gedrevenheid en enthousiasme voor het vakgebied zijn noodzakelijk evenals een goede beheersing van het Engels.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt beoordelingskader aanhoudingsverzoeken

Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1005

Een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting (aanhoudingsverzoek) kan op de terechtzitting worden gedaan door de verdachte of door zijn raadsman die daartoe door de verdachte op grond van artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering is gemachtigd. Ook de raadsman die niet is gemachtigd tot het voeren van de verdediging van de verdachte die op de terechtzitting niet is verschenen, kan daar een aanhoudingsverzoek doen voor zover dat verzoek wordt gedaan met het oog op het effectueren van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of om de in artikel 279 lid 1 Sv bedoelde machtiging alsnog te verkrijgen. Op grond van artikel 329 en 330 Sv wordt beslist op het verzoek nadat het openbaar ministerie daarover is gehoord.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Presentator erkent onjuiste belastingaangifte: strafzaak geseponeerd

In 2018 kwam een presentator in beeld als verdachte in een strafrechtelijk onderzoek naar een belastingadviseur en zijn cliënten. Van 2009 tot 2017 deed de presentator geen aangifte voor de inkomstenbelasting in Nederland omdat hij meende niet in Nederland woonachtig te zijn. Hij stelde in zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2018 dat hij slechts 1 maand in Nederland woonachtig en belastingplichtig was. De Belastingdienst evenals het Openbaar Ministerie zijn van mening dat dit ten onrechte was. De presentator is wel belastingplichtig (gebleven) in Nederland omdat hij zijn werkzaamheden in Nederland verrichtte, zijn sociale leven hier had en een woning tot zijn beschikking had.

Bestuursrechtelijke afdoening

De presentator heeft gedurende het onderzoek openheid van zaken gegeven. Met de Belastingdienst is hij overeengekomen om alsnog, vanaf het aangiftejaar 2014, de verschuldigde inkomstenbelasting te betalen. Daarnaast betaalt hij een boete van 50% over het bedrag van de verschuldigde inkomstenbelasting over het jaar 2018.

Passende afdoening

Het OM heeft besloten, na meerdere gesprekken met de verdachte en zijn raadsman, de zaak tegen de presentator te seponeren. De zaak is op passende wijze bestuursrechtelijk afgedaan. Bij een efficiënte strafrechtspleging hoeft niet iedere fiscale strafzaak aan de rechtbank voorgelegd te worden. Wel meent het OM dat de maatschappij geïnformeerd dient te worden over deze afdoening, middels dit persbericht, vanuit preventief oogpunt. Gelet op al het bovenstaande, stelt het OM dat deze afdoening in deze strafzaak passend is. 

Eigen verantwoordelijkheid

De presentator realiseert zich dat hij zich – achteraf bezien – kritischer had moeten opstellen en zorgvuldiger had moeten samenwerken met zijn belastingadviseur.

Bron: OM

Print Friendly and PDF ^

Hof geeft toetsingskader voor beoordeling van zaken waarin strafrechtelijke verdenking van overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns aan de orde is

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2140

Het hof heeft in een accijnsfraudezaak een beslisschema (een tweetrapsraket) geformuleerd voor de beoordeling of sprake is van een overtreding van artikel 5 van de Wet op de accijns.

Stap 1: ‘voorhanden hebben’ volgens Unierecht


Allereerst dient, met inachtneming van het voormelde toetsingskader, te worden vastgesteld of sprake is van ‘voorhanden hebben’ als bedoeld in de Wet op de accijns.

Stap 2: voor strafrechtelijke aansprakelijkheid is (voorwaardelijk) opzet vereist

Vervolgens dient de rechter te beoordelen of de verdachte dat voorhanden hebben opzettelijk heeft gedaan, in de zin dat de verdachte willens en wetens onveraccijnsde goederen voorhanden heeft gehad, waarbij voorwaardelijk opzet als ondergrens heeft te gelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^