Gevangenisstraffen tot 60 maanden voor witwassen grote geldbedragen

De rechtbank in Den Haag heeft vijf verdachten veroordeeld voor het witwassen van grote, deels contante geldbedragen. Een zesde persoon, werkzaam als inspecteur bij de politie, is vrijgesproken van betrokkenheid bij het witwassen. Wel wordt deze man veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren voor het schenden van zijn ambtsgeheim en computervredebreuk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geld in kachel en koelcel: celstraffen geëist in witwaszaak

In een groot onderzoek naar witwassen was de officier van justitie helder: “De verklaringen van de verdachten zijn totaal ongeloofwaardig en zij weten dondersgoed dat ze bezig zijn met het opzettelijk witwassen van crimineel geld.” Tegen de twee verdachten eiste hij twaalf maanden en negen maanden cel. Ook moeten de twee het crimineel verdiende geld terugbetalen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldkoerier in Amsterdam aangehouden

In een gezamenlijk onderzoek van de Landelijke Eenheid en de FIOD is een 44-jarige man uit Amsterdam aangehouden. Hij wordt verdacht van witwassen. Ook zijn drie woningen en een winkelpand in Amsterdam doorzocht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG met regelgeving, literatuur en rechtspraak over (witwassen en) bitcoins

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:148

Het middel klaagt, als gezegd, over de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde als witwassen in de zin van art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Blijkens de toelichting is de steller van mening dat uit ’s hofs motivering niet kan worden afgeleid dat sprake is ‘van gedragingen van de verdachte die (kennelijk) ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over bestanddeel “verwerven” (art. 420bis Sr) en verkrijgen feitelijke zeggenschap

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:153

Het middel klaagt in het bijzonder dat (1) het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betreffende woning te plaats en de onroerende zaak te Oostenrijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, (2) uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, blijkt dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode de onroerende zaak te Oostenrijk heeft verworven en (3) het hof ten onrechte heeft bewezenverklaard dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^