Ongeldig verklaard rijbewijs & redelijkerwijs moeten weten (art. 9.2 WVW 1994)

Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2494

Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat de verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Anders dan het Hof heeft geoordeeld, is de omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende brief en als gewone brief is verzonden naar het juiste adres van de verdachte en alleen de aangetekende brief retour is gekomen, daartoe niet voldoende.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. roekeloosheid

Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2414

Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Slachtofferrechten in het strafproces - de theorie en de praktijk

Er is de afgelopen decennia en jaren sprake van een toenemende aandacht voor de rechtspositie van slachtoffers van misdrijven. Het slachtoffer heeft sinds 2011 een eigen titel in het Wetboek van Strafvordering, en daarmee een eigen positie in het strafproces. Ook andere regelgeving en beleid met betrekking tot de positie van slachtoffers zijn in betrekkelijk korte tijd binnen het strafrecht geïntroduceerd. Zo hebben nabestaanden van slachtoffers van dood door schuld een aanspraak op een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Roekeloosheid in vormen

In zijn editorial in Delikt en Delinkwent van zomer vorig jaar schreef Groenhuijsen dat de uitleg die de Hoge Raad geeft aan het begrip roekeloosheid, zoals dat voorkomt in art. 175 WVW1994 en art. 307 en 308 Sr, niet overeenstemt met hetgeen de wetgever voor ogen stond. Zijns inziens beoogde de wetgever roekeloosheid niet te beperken tot wat door de Hoge Raad uitzonderlijke gevallen worden genoemd. Deze restrictieve uitleg door de Hoge Raad van roekeloosheid brengt Tilburgse onderzoekers er in een rapport van december 2016 toe voor te stellen een (doleus en culpoos) gevaarzettingsdelict in de wet op te nemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling werkgever voor feitelijk leidinggeven aan overtreding van art. 6 WvW na verkeersongeval werknemer met aanhangwagen en door werkgever zelf vervaardigde stalen koppelpen

Rechtbank Oost-Brabant 11 augustus 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4263

Een werknemer van verdachte rijdt als bestuurder van een loader met daaraaan gekoppeld een mobiele puinzeef over de openbare weg. De puinzeef schiet los van de loader omdat de door verdachte gemaakte koppelpen afbreekt. Eerder heeft verdachte het remsysteem van de puinzeef onklaar later maken. Nadat de puinzeef los is geschoten, rijdt die een woning binnen. Een zich in de woning bevindend persoon loopt daardoor zwaar lichamelijk letsel [wervelfractuur van de eerste lendenwervel] op. De woning is zodanig beschadigd dat die moet worden gesloopt. Verdachte wordt als feitelijk leidinggever veroordeeld. De rechtbank merkt de hiervoor beschreven handeling aan als aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Verdachte wordt evenals de bestuurder van de loader, veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden.

Read More
Print Friendly and PDF ^