De wederzijdse erkenning van confiscatiebevelen: de innovatieve aspecten van Verordening (EU) 2018/1805

De grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van confiscatiebevelen werd recent door Verordening (EU) 2018/1805 op enkele belangrijke punten gewijzigd. In deze bijdrage worden de meest innovatieve aspecten toegelicht. Zo wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de ruime werkingssfeer van de verordening; de termijn waarbinnen de uitvoerende autoriteit een beslissing betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging moet nemen; de weigering indien de tenuitvoerlegging zou leiden tot een manifeste schending van een grondrecht; en de aandacht voor slachtoffers en getroffen personen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees Openbaar Ministerie en het hervormde OLAF uit de startblokken

De strijd tegen fraude die ten koste kan gaan van EU-middelen heeft een nieuwe impuls gekregen. Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) met zijn werkzaamheden begonnen. Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de begroting van de Europese Unie (EU) te onderzoeken, te vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen. Daarmee hebben de deelnemende lidstaten het vervolgingsmonopolie op dit gebied deels in de handen van de EU gelegd. De komst van het EOM brengt ook veranderingen met zich voor de rol en de taakuitoefening van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF). OLAF krijgt een ondersteunende rol voor het EOM en wordt uitgerust met nieuwe bevoegdheden die zijn doeltreffendheid moeten vergroten. In deze bijdrage gaan wij in op deze ontwikkelingen en leggen daarbij de ­nadruk op het spanningsveld rond deze bevoegdheids­overdracht en de noodzaak om te voorzien in effectieve procedurele waarborgen. Wij geven allereerst een korte omschrijving van het EOM en zijn bevoegdheden, en gaan kort in op enkele aspecten van de Nederlandse deelname aan het EOM. Vervolgens bespreken wij de veranderingen voor OLAF. Wij besteden eerst aandacht aan de rolverdeling tussen het EOM en OLAF. Daarna staan wij stil bij de veranderingen die strekken tot verbetering van de doeltreffendheid van onderzoeken door OLAF, de uitbreiding van zijn onderzoeksbevoegdheden en de nieuwe procedurele waarborgen die daartegenover staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Collectieve externe bestuurdersaansprakelijkheid voor misleidende tussentijdse cijfers

In de uitspraak waar deze noot bij is geschreven wordt een bestuurder ex artikel 2:249 BW aansprakelijk gehouden voor misleidende tussentijdse cijfers. Het oordeel van de rechtbank bestrijkt een aantal interessante aspecten van artikel 2:249 BW, waaronder de kwalificatie ‘tussentijdse cijfers’, de toe te passen misleidingsnorm en de vraag of een persoonlijk ernstig verwijt moet worden vastgesteld. In deze bijdrage staat de auteur daarbij stil.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid: een kritische verkenning

In het voorjaar van 2021 besprak de auteur reeds de aankondiging van de Europese Commissie om met een voorstel voor een richtlijn op het gebied van duurzame corporate governance te komen. Met de nodige vertraging is dit voorstel op 23 februari 2022 gepresenteerd, nu met een nieuwe naam: de Corporate Sustainability Due Diligence Directive, of in het Nederlands: de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid. Hoewel het voorstel op punten afwijkt van de in het voorgaande artikel besproken verwachtingen, blijft de kern van het eerdere betoog staan: de consequenties van deze richtlijn laten zich nauwelijks overschatten, nu zij grote ondernemingen verplichten een voortdurende due diligence uit te voeren op het gebied van milieu en mensenrechten, waarvan de naleving door bestuurders en commissarissen zal moeten worden gemonitord.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Vrijbriefje om naar zwarte lijsten te verwijzen?

In een notendop gaat het onderliggende geschil over de verwijdering van onwelgevallige zoekresultaten bij Google. Oftewel over de toepassing van het recht om vergeten te worden. Hierbij botsen juridisch een aantal grondrechten: enerzijds het recht op eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens van een plastisch chirurg, anderzijds de vrijheid van meningsuiting en van informatie van Google als exploitant van een zoekmachine. De afweging van voornoemde grondrechten vond in de rechtsstrijd plaats via art. 17 jo. art. 21 AVG. De Hoge Raad liet de beschikking van het Hof Amsterdam in stand, die al eerder in dit tijdschrift aan de orde kwam. Google moet volgens de Hoge Raad kunnen blijven verwijzen naar de betreffende online zwarte lijsten, waarop ook de verzoekster tot cassatie vermeld stond.

Read More
Print Friendly and PDF ^